
De Crystal Palace-held die zijn eigen Arsenal-rentree in gang zette
Met rugnummer 10 op zijn shirt liep Eberechi Eze (27) eind augustus als kersverse aanwinst van zijn Arsenal het veld op in het Emirates Stadium. Vervuld met trots en overladen door blijdschap. In het stadion waar hij zo vaak als supporter op de tribune plaatsnam, zijn veel ogen voortaan op hem gericht.
Dit verhaal is afkomstig uit het VI-weekblad.
De deal tussen Tottenham Hotspur en Crystal Palace was op woensdag 20 augustus zo goed als beklonken. Eze had zijn grote transfer bijna te pakken. Hij zou in Londen blijven spelen, maar in een veel groter decor, voor een club met veel hogere ambities. Eze kon zich met een transfer naar de Europa League-winnaar verheugen op zijn debuut in de Champions League. Toch wilde hij nog één telefoontje plegen voordat de transfer een feit werd.
Eze belde rechtstreeks naar Arsenal-manager Mikel Arteta, met wie hij eind juni al eens had gesproken over een overstap. Als Londenaar die opgroeide met een grote liefde voor Arsenal moest hij er zeker van zijn dat een transfer naar The Gunners écht geen optie meer was. Eze belde op het juiste moment. Binnen Arsenal was net duidelijk geworden dat de knieblessure die Kai Havertz had opgelopen vrij ernstig was. Eze kreeg van Arteta te horen dat er die woensdagmiddag een vergadering met de beleidsbepalers stond ingepland om de verschillende opties af te wegen, vertelden insiders later tegen The Athletic. Die woensdagavond bereikte Palace een akkoord met Arsenal over een transfersom van omgerekend 69,2 miljoen euro, die door bonussen nog met 8,6 miljoen euro kan oplopen.
Eze groeide op in een van de minder goede buurten in Greenwich, in het zuidoosten van Londen. De voetbalkooitjes waren de plekken om te ontsnappen aan de deprimerende realiteit. ‘Het eerste wat we deden als we uit school kwamen, was naar de kooi gaan. We bleven daar net zolang spelen tot onze ouders ons naar binnen riepen om te komen eten. Er was eigenlijk ook niets anders te doen’, vertelde hij eens tegenover The Independent.