Dit is FC Utrecht-opponent Zrinjski: Kroatische club in Bosnië

Waarom FC Utrecht-opponent Zrinjski verdeeldheid zaait in eigen land

Update: 20 augustus 2025 om 10:03
5Reacties
Journalist VI

FC Utrecht begint de play-offs voor de Europa League donderdag met een uitwedstrijd tegen Zrinjski. De meest gedecoreerde club van Bosnië en Herzegovina heeft zijn thuisbasis in Mostar en vertegenwoordigt de Kroatische gemeenschap. In Stadion Bijeli Brijeg wapperen geen Bosnische vlaggen, maar klinken leuzen als 'Wij schijten op Bosnië'. Waar komt dat vandaan? Dit is het verhaal achter Hrvatski Športski Klub Zrinjski Mostar, waar Luka Modric zijn eerste stappen in het profvoetbal zette.

In de tweede helft van de vorige eeuw droomt ieder jongetje in Mostar ervan om met een rode ster op de borst te spelen. In het shirt van Velez, de volksclub van de stad. Tot de jaren negentig is Zrinjski slechts een schim uit het verleden. De club werd in 1905 opgericht door Kroatische studenten en kwam tijdens de Tweede Wereldoorlog uit in de competitie van de Ustasa-beweging, die op de hand van Nazi-Duitsland was. Het doek viel voor Zrinjski. In tegenstelling tot de stadgenoot belichaamt Velez de idealen van Tito, de communistische leider van Joegoslavië. Er is plaats voor alles en iedereen, behalve voor etnische verschillen. Decennialang leven Bosniakken, Bosnische Kroaten en Bosnische Serviërs, de drie bevolkingsgroepen van Bosnië en Herzegovina, naast elkaar. Dat verandert na de dood van Tito. De spanningen laaien op en de onafhankelijkheidsverklaring van Bosnië en Herzegovina ontketent in 1992 een bloedige burgeroorlog.

Datzelfde jaar herrijst Zrinjski uit de as. De Kroatische Bosniërs krijgen het westelijke deel van Mostar in handen en richten de club opnieuw op. Velez verliest Stadion Bijeli Brijeg, dat aan de Kroatische zijde van de rivier Neretva ligt. Het onderkomen wordt niet langer gebruikt voor voetbalwedstrijden, maar als detentiecentrum om Bosniakken – de Bosnische moslims – naar concentratiekamp Heliodrom te vervoeren. Pas na de etnische zuivering neemt Zrinjski het voormalige stadion van Velez in gebruik. Voetbal is dan bijzaak, want Mostar gaat gebukt onder de burgeroorlog. De waanzin bereikt een dieptepunt met het vernietigen van de Stari Most. De iconische boogbrug over de Neretva, een Ottomaans bouwwerk dat eeuwenlang symbool staat voor de vrede tussen de etnische groeperingen, stort in. 

Jongens met wie je in de klas zat, schieten ineens op elkaar

— Darije Kalezic

'Krankzinnig wat er allemaal is gebeurd. Jongens met wie je in de klas zat, schieten ineens op elkaar.' Aan het woord is Darije Kalezic, die opgroeide in Mostar en een paar maanden voor het uitbreken van de oorlog een transfer naar Velez afdwingt. Voor de onafhankelijkheidsverklaring was dat veruit de grootste club van Mostar. 'Een arbeidersclub, vergelijkbaar met Feyenoord. Qua aanzien kun je het vergelijken met FC Utrecht of het SC Heerenveen van Foppe de Haan. Zrinjski? Dat was een onbekende naam. Daar wisten we gewoon niets van.' Daar krijgt Kalezic de kans ook niet voor, want door de oorlog moet de zoon van een Montenegrijnse vader en een Bosnische moeder onderduiken. De dan 22-jarige speler vindt een vluchtroute en mag een testwedstrijd spelen bij NK Neretva, een club uit Kroatië. Kalezic speelt letterlijk alsof zijn leven ervan afhangt en dwingt een contract af. Twee jaar later komt de Bosniër bij FC Den Bosch terecht.

Zrinjski heeft zich dan aangesloten bij de voetbalbond van Herceg-Bosna. De Kroatische competitie in Bosnië en Herzegovina wordt niet erkend door de UEFA. 'Dat was alsof PSV in een Noord-Brabantse competitie zou gaan spelen. Of Feyenoord in Zuid-Holland', vergelijkt Kalezic. Naast de Kroatische voetbalbond bestaat ook nog de voetbalbond van Republika Srpska, de Servische competitie met Borac Banja Luka als uithangbord. Ondanks het einde van de oorlog blijkt het nog niet mogelijk om een nationale competitie op poten te zetten. 'Als de politiek zich mengt met sport, gaat het altijd fout. Uiteindelijk heeft dat alles kapotgemaakt. Het niveau ging omlaag, met voetbal had het niks meer te maken.'