
Deze WK-records zijn niet te verbeteren
Het komende WK wordt er een van de records, een logisch gevolg van de flinke toename van het aantal deelnemers. Toch zal een aantal mijlpalen (zeer waarschijnlijk) ook de editie van 2026 overleven. Een overzicht.
Doelpuntengala in Zwitserland
Wie de uitslagen van het WK 1954 tot zich neemt, vraagt zich af of doelpunten vroeger dubbel telden. Het regende opmerkelijke resultaten bij dat toernooi in Zwitserland, van 8-3 tot 9-0 en van 7-2 tot 7-5, de kwartfinale tussen Oostenrijk en het gastland. De doelpuntenproductie in de finale (3-2 voor West-Duitsland tegen Hongarije) was in dat licht bezien vrij standaard. Tenzij de spelregels worden veranderd, zal het recordmoyenne van 5,38 goals per WK-wedstrijd niet worden aangescherpt. Het is lastig een verklaring te geven voor die doelpuntendrift. Natuurlijk was de Hongaarse aanval destijds in bloedvorm, maar ook in de context van de jaren vijftig, waarin het accent bij vrijwel alle ploegen altijd op de aanval lag, was de productie op het WK in het Alpenland krankzinnig. Wat een heel bescheiden rol speelde, was het opmerkelijke format in de groepsfase, waarin er een verlenging werd gespeeld als er na negentig minuten nog geen winnaar was. Door de grote krachtsverschillen (op zichzelf een belangrijkere verklaring voor de korfbaluitslagen) was er nauwelijks extra tijd nodig. Het WK 1954 blijft mysterieus, met een vreemd format, een sensationele winnaar en de vele goals. Op het WK 1950 was het gemiddelde aantal treffers per wedstrijd nog precies vier en in 1958 zakte het moyenne fors naar 3,6. In 1962 daalde het verder naar een heel modern getal: 2,78.