De trends van het WK 2026: wat dit toernooi werkte
Achtergrond

De trends van het WK 2026: wat dit toernooi werkte

5Reacties
Hoofdredacteur

In de hitte zegevierden op dit WK de landen die vanuit balbezit het tempo bepaalden. In de finale stonden twee bondscoaches (Lionel Scaloni en Luis de la Fuente) tegenover elkaar die opgeleid zijn in de Spaanse school van positiespel. Dat kenmerkte de grootste trendbreuk van dit eindtoernooi: lef loonde.

Dit verhaal is afkomstig uit het VI-weekblad.

Twaalf jaar geleden kraakte Louis van Gaal de Spaanse code. Vanuit 5-3-2 formuleerde hij in de groepsfase van het WK een antwoord op het getik van het team dat tussen 2008 en 2012 drie eindtoernooien won. Nederland counterde naar een 5-1 overwinning op de balbezitmachine. ‘Spanje wil domineren en aanvallen’, analyseerde Van Gaal die zege. ‘Met backs die naar voren komen. Dan komen ze altijd een-op-een te staan tegen Arjen Robben en Robin van Persie. Dat kunnen ze niet afstoppen en dat is gebeurd. Dus dat is niet zo gek, vind ik zelf.’ Na deze afgang in de groepsfase sneuvelde Spanje in 2018 en 2022 in de achtste finale. Tegen Rusland en Marokko ging het fout na duels waarin La Roja ruim 75 procent balbezit had, maar weinig creëerde.

De problemen bij Spanje illustreerden een bredere trend. Tussen 2006 en 2022 nam de correlatie tussen balbezit en succes elk WK af. Landen die de tegenstander het spel lieten maken, stapten opvallend vaak als winnaar van het veld. In Qatar was het in de knock-outfase een uitzondering op de regel als het team met het meeste balbezit won. Frankrijk groeide uit tot het succesvolste team in dat tijdperk. Didier Deschamps counterde met Kylian Mbappé naar twee opeenvolgende finales. De cynische conclusie leek dat reactievoetbal loonde. 

Dit WK toonde een nieuwe realiteit. Analyse van de drie succesfactoren tijdens het eindtoernooi in de Verenigde Staten, Mexico en Canada.

1. Combinatiespel