De pijn van John de Wolf: 'Het voelt alsof er tien messen in me worden gestoken'

Update: 26 oktober 2025 om 10:04
13Reacties
Journalist VI

In Balverliefd aandacht voor de gang van zaken achter de schermen van het voetbal en opvallende gebeurtenissen aan de rand van het veld. Deze week over John de Wolf (62) en het verdriet om zijn moeder.

De meeste mensen kennen De Wolf als de voetballer met de blonde manen die spitsen lachend over de boarding heen schopte. Of als de assistent-trainer van Feyenoord die naar voren werd geroepen om een opgefokt legioen tot rust te brengen. Nadat Davy Klaassen tijdens de Klassieker een aansteker op zijn hoofd had gekregen, sprak hij een bomvolle Kuip toe met de woorden: ‘GEBRUIK JE VERSTAND, GODVERDOMME.’

Door zijn bikkelharde speelstijl, zijn lengte en krachtige lijf lijkt hij van de buitenkant niet direct het type dat graag zijn gevoel op tafel legt. Mensen die hem kennen, weten beter: De Wolf is de verpersoonlijking van de uitdrukking ruwe bolster, blanke pit. Een man die op dezelfde avond zonder pardon een elleboog in iemands gezicht kon planten, maar ’s nachts wakker kon liggen van zwerfkindjes die hij op straat had gezien.

Ondersteunend beeld bij het artikel© Pro Shots

Alzheimer

In zijn nieuwe boek Ma, ik ben het, John de Wolf deelt de robuuste verdediger van weleer een wel heel persoonlijk verhaal. Het is een reis door zijn leven, maar tegelijk ook een portret over zijn moeder, Mar. De vrouw die alles voor hem betekent en lijdt aan de ziekte van Alzheimer. De Wolf kan het bijna niet meer opbrengen om bij haar op bezoek te gaan, omdat hij dan tegenover een vrouw zit die alleen van de buitenkant nog op zijn moeder lijkt. Ze herkent haar eigen zoon niet meer en hij voelt ook helemaal niet meer dat zijn bezoek haar ook maar iets brengt.

De hele week van De Wolf zit volgepland met gesprekken over zijn boek. Hij zit op een dinsdagavond in de lobby van het Marriott Hotel, vlak bij het Centraal Station van Rotterdam. Het is zijn vaste stek voor interviews en tevens ook het hotel waar Feyenoord regelmatig verblijft. Ruim voor aanvang van de afspraak zit hij al klaar. Hij heeft een grijs stoppelbaardje, geeft een ferme handdruk en bestelt een kopje gemberthee. ‘Ik merk dat ik na deze interviews vaak slecht slaap’, zegt hij. ‘Dus bedankt alvast.’

'Ik wilde er iets moois van maken, voor haar. Een soort ode aan mijn moedertje'

Maar waarom toch dit boek? Het begon allemaal toen De Wolf vorig jaar bij twee televisieprogramma’s aanschoof om te praten over de ziekte van Alzheimer. Wat opviel tijdens die uitzendingen, was dat De Wolf met heel veel liefde sprak over zijn moeder, maar dat hij niet alleen politiek-correcte antwoorden gaf. Hij sprak recht uit zijn hart, over hoe moeilijk hij het ook vindt om überhaupt nog bij haar op bezoek te gaan. Hij kreeg die avond van Jeroen Pauw de vraag of het een opluchting voor hem zou zijn als zijn moeder zou overlijden.

‘Ja’, antwoordde De Wolf toen. ‘Maar een maand geleden zaten we in Barcelona en kreeg ik een belletje van mijn zusje dat ze mijn moeder niet meer wakker kregen. Dan zie je ineens toch weer je hele jeugd aan je voorbijgaan en komt het heel dichtbij. Dat riep toch een gevoel op waarvan ik niet meer verwacht had dat het nog in mij zat. Aan de andere kant was ik wel heel erg opgelucht geweest als het toen was gebeurd.’

In de uitzending dacht hij even na en vervolgde hij zijn antwoord: ‘Alleen ja, ze heb een heel sterk hart en een paar uur later deed ze haar ogen weer open. Het is natuurlijk heel krom dat je als kind hoopt dat je moeder overlijdt, maar dat is eigenlijk uit pure liefde. Want nee, dit is mijn moeder niet meer.’

Het fragment ging het internet over en naast wat negatieve reacties ontving De Wolf vooral heel veel berichten van mensen die zijn gevoel compleet herkenden. ‘Toen kreeg ik de vraag vanuit de uitgever of ik mee wilde werken aan een boek hierover’, vertelt hij. ‘Daar moest ik voor mezelf wel even goed over nadenken. Het was niet mijn eigen idee dat ik effe een verhaal wilde maken over de ziekte van mijn moeder. Alleen, op gegeven moment draaide ik het om. Ik wilde er iets moois van maken, voor haar. Een soort ode aan mijn moedertje.’