
De man die Feyenoord wereldroem bracht
Van alle Amsterdammers was niemand in Rotterdam zo geliefd als Rinus Israël. De hondsbrutale, bikkelharde maar zachtaardige centrumverdediger liftte op 6 mei 1970 als eerste Nederlandse voetballer de Europa Cup voor landskampioenen de lucht in. Als voormalig stratenmaker bezorgde hij Feyenoord daarmee wereldroem.
Om Rinus Israël te herdenken, bieden we deze In Memoriam aan iedereen gratis aan.
Israël had zelf een groot aandeel in de gewonnen finale tegen Celtic. Na een half uur kopte hij de gelijkmaker binnen en drie minuten voor het einde van de verlenging zette hij met een vrije trap Ove Kindvall alleen voor de keeper, waardoor Feyenoord met 2-1 won. In zijn column in De Telegraaf kwam Israël twee dagen later met een euforische reactie op de belangrijkste wedstrijd in de clubgeschiedenis. 'Ik heb de Cup gekust', liet de aanvoerder vanuit Milaan optekenen. 'Fenomenaal. Wat een succes voor mijn makkers en voor héél Feyenoord. Als eerste club in de Nederlandse voetbalhistorie hebben wij de krachttoer volbracht. Wat onvoorstelbaar, wat een weelde.'
'Eigenlijk', zo vertelde Israël op karakteristieke wijze, 'heeft het niet eens zoveel moeite tekort om het Celtic-verzet te breken. Na 25 minuten was het meeste gevaar geweken en hadden wij de wedstrijd in onze zak. Het was alleen maar wachten op het tweede doelpunt. Het duurde inderdaad afgrijselijk lang voordat wij zeker waren van de triomf. Dat Celtic zo dom en zonder enige afwisseling zou spelen, had niet één Feyenoorder kunnen verwachten. Voor mij was Celtic een team zonder hersens. Ik geloof dat ze met teveel vertrouwen aan het karwei begonnen zijn. Zij kwamen het veld op als Cupwinnaars. De show begon al bij de warming-up. Feyenoord werd daardoor geprikkeld. Wij wilden laten zien, dat we met voetbal en niet met grappen de Europa Cup konden winnen. Dat is gelukt.'
© Pro ShotsDe getuigenis van Israël in De Telegraaf is een mooi tijdsbeeld. Onder trainer Ernst Happel is Feyenoord uitgegroeid tot een professioneel geleid elftal, waarin vooral ook Franz Hasil, Wim Jansen, Willem van Hanegem, Ove Kindvall en Coen Moulijn van grote waarde zijn. Maar de onbetwiste leider van het team is toch de 28-jarige libero, die op jonge leeftijd al de bijnaam IJzeren Rinus verwerft. Israël geldt als de eerste moderne centrumverdediger die vaak voor zijn defensie speelt en daarmee van kolossale waarde is voor het 'Totaalvoetbal' dat Happel vanaf zijn komst in 1968 voor ogen heeft.
Daarin heeft volgens Israël zijn maatje Theo Laseroms een belangrijke rol. De kleine voorstopper is net zo hard als hijzelf en 'zonder hardheid kom je er niet', aldus de aanvoerder. Bovendien: 'Ik heb iemand nodig die sterk in de mandekking is, omdat ik zelf liever vrijer speel. Theo is van Europese klasse.'
''Israël wordt gerekend tot één van de beste centrumverdedigers ter wereld''
De stijl waarin Feyenoord voetbalt, staat later ook symbool voor Ajax (met vrije verdediger Horst Blankenburg) en het grote Oranje (met Arie Haan). De inschuivende libero is rond 1970 het Nederlandse antwoord op het Italiaanse catenaccio en Israël is de man die deze rol met de meeste verve vervult. Hij wordt gerekend tot één van de beste centrumverdedigers ter wereld. Zijn ploegmaat Van Hanegem heeft zo vaak benadrukt dat Israël van internationale klasse was, al blijft diens loopbaan in het Nederlands elftal (47 caps) altijd wat onderbelicht. Na zijn debuut in 1964 was hij zeven jaar lang onomstreden als libero. Het WK van 1974 had ook voor Israël een hoogtepunt moeten worden, maar hij verscheen dat toernooi vanwege steeds terugkerende knieproblemen niet topfit aan de start en moest het doen met drie invalbeurten.
Van Hanegem vindt het onterecht dat de speelstijl van het gouden Oranje vaak gekoppeld wordt aan die van Ajax in de vroege jaren zeventig. 'Ik moet daar vaak om lachen', zei hij enkele jaren geleden. 'Wij speelden met Feyenoord aanvallender dan Ajax.' Dat zat zo, aldus De Kromme: 'Ajax was afhankelijk van Keizer en Cruijff. Zulke spelers hadden wij niet. Wij probeerden altijd naar voren te spelen en druk te zetten op de tegenstander. Dat deed Ajax bijna nooit. Ajax speelde vooral reactievoetbal, vanuit de omschakeling. Ik kan me niet herinneren dat Ajax mij ooit onder druk heeft gezet. Echt niet.'
© Pro ShotsVoor de interland tegen Polen, in 1969. Van links naar rechts: Johan Cruijff, Coen Moulijn, Henk Groot, Willem van Hanegem, Nico Rijnders, Wim Suurbier, Henk Wery, Pleun Strik, Rinus Israël, Jan van Beveren en aanvoerder Hans Eijkenbroek.
Als Willem (uit Utrecht) op zijn praatstoel zat, was Rinus (uit Amsterdam) het vrijwel altijd met hem eens. Samen met Wimpie Jansen (uit Rotterdam-Zuid) vormden ze na het winnen van de Europa Cup hart en ziel van Feyenoord. In de kleedkamer is harde humor een handelsmerk en die gaat vaak ten koste van anderen, bekent Israël, die door Van Hanegem steevast als die schele wordt aangesproken.
De fysieke hardheid van beide teams is legendarisch en komt tot uiting als Feyenoord op 27 mei 1971 voor de tiende keer landskampioen wordt. De Rotterdammers boeken in het Olympisch Stadion een 1-3 overwinning op Ajax en bevestigen daarmee hun reputatie als Europese topploeg. Dat het hard aan toe gaat? Of zelfs bloedgemeen? Van Hanegem legt uit: 'Het is vaak een kwestie van timing. Dat je in de loop iemand even raakt. Je gaat niet heel opzichtig een beuk uitdelen. Rinus Israël ging niet een duel aan om iemand neer te slaan, maar als hij in het duel een bal wegkopte, had-ie wel zijn vuist in de buurt van die spits. En gaf hij een peer op zijn neus. Dan gaat die gast ondersteboven, camera of geen camera. Het zijn gewoon dingen die je soms even moet doen.'
Israël spaart ook zijn teamgenoten niet. Op de maandag voor de finale tegen Celtic geeft hij tijdens de training Moulijn een doodschop, nadat die hem de bal tussen de benen heeft getikt. Moulijn kan amper lopen van de pijn, maar excuses van de captain slaat hij af. 'Niet nodig, Rinus. Het was mijn eigen stomme schuld. Ik weet hoe je bent, ik had je gewoon niet moeten uitdagen.'
© Pro ShotsAan de bal met Johan Cruijff in de achtervolging.
Later vertelt Israël dat hij zich soms schaamde voor zijn hardheid. 'Dan zag ik 's avonds dingen terug op televisie en schaamde ik mezelf dat ik me zo had laten gaan. Soms verleg ik de grenzen even en ga ik er ongenadig hard in. Ik ben een beetje boel meedogenloos.'
Op latere leeftijd kon Israël altijd hartelijk lachen om dit soort verhalen. Hij schudde de anekdotes graag uit de mouw, al was hij bepaald niet iemand die te koop liep met zijn eigen carrière of verdiensten als voetballer. Welhaast integendeel. 'Iedere matige voetballer kan verdedigen', meende hij. 'Wanneer je karakter hebt, kun je je in een tegenstander vastbijten. De meeste verdedigers hebben echter geen overzicht. Dat heb ik wel, plus een goede trap. Dat is een gave, zoiets kun je niet leren. Ook kan ik anderen coachen. Dan ben je belangrijk voor een elftal.'
''Geluk is voor mij: aardappelen, jus, groenten en een lapje vlees. Mijn huwelijk. De kleindochter. En een potje klaverjassen''
Israël was er goed in om zichzelf trouw te blijven, zowel binnen als buiten het veld. 'Europese bekendheid interesseert me niet', zei hij ooit. Hij koesterde zijn gezinsleven en was een wat burgerlijke man, die op televisie genoot van Mies Bouwman en graag naar Frank SInatra en The Beatles luisterde. Zijn favoriete auto was een Opel. In een interview vertelde hij: 'Geluk is voor mij: aardappelen, jus, groenten en een lapje vlees. Mijn huwelijk. De kleindochter. En een potje klaverjassen.'
Hij bekende dat hij thuis tijdens een voetbalwedstrijd wel eens voor de televisie in slaap viel en bezat een cynische vorm van zelfspot. Hij was de zoon van een metselaar en werd zelf stratenmaker. Pas op zijn 21ste werd hij profvoetballer, dat was een jaar nadat hij de overstap had gemaakt van de amateurs van DWV naar stadgenoot DWS. Met die club werd Israël in 1963 kampioen van de Eerste Divisie en een jaar later van de Eredivisie: een unieke prestatie voor een promovendus.
DWS behoorde tot de eerste clubs van Nederland waar met full-profs werd gewerkt. Als je met voetbal je geld kunt verdienen, ben je een gezegend mens, vond Israël die eraan hechtte dat zijn achternaam zonder Umlaut werd geschreven. 'Ik heb die puntjes er tenminste nooit op gezet.' Ook bleef hij naast het voetbal altijd werkzaam in het maatschappelijk leven. Met zijn vrouw Greetje runde Israël vele jarenlang een sigarenzaak in Rotterdam, die hij had overgenomen van oud-Feyenoorder Piet Steenbergen. Want: 'We trainden bij Feyenoord maar één keer per dag, om vier uur 's middags. Ik was voor heel veel geld overgenomen van DWS (een Nederlands recordbedrag van 450.000 gulden, red.), maar overdags verveelde ik me dood.'
© Pro ShotsRinus Israël krijgt het aan de stok met toekomstig bondscoach Louis van Gaal.
Hij speelde acht jaar voor Feyenoord. Het laatste seizoen, onder Wiel Coerver, viel hem zwaar. Niet alleen vanwege de knieproblemen die hem achtervolgden, maar vooral door het geringe vertrouwen dat de Limburgse trainer nog had in Israël. Wel won hij dat seizoen met Feyenoord, ook weer als eerste Nederlandse club, de UEFA Cup, maar in de competitie kwam Israël nauwelijks nog aan spelen toe. 'Happel zei altijd: wanneer je met die knie een bal kunt trappen, sta je erin', vertelde Israël later. Maar Coerver kiest voor verjonging en wordt met Feyenoord landskampioen.
De slijtage in zijn gewrichten is een relatief begrip, merkt Israël. Hij maakt de overstap naar Excelsior en speelt vervolgens nog zeven jaar voor PEC Zwolle, waarmee hij in 1978 naar de Eredivisie promoveert. Elke dag rijdt hij met opgewekt gemoed vanuit Amsterdam-Noord naar Zwolle. 'Ik ga om half negen 's morgens van huis en ben 's avonds rond zeven uur weer thuis', vertelt hij. 'Dat is niet zwaar, een stukje autorijden en twee keer trainen. Een arbeider heeft het veel zwaarder. Ik besef dat ik een bevoorrecht mens ben. Zonder het voetbal was ik een Jan Modaal geweest. Daarom ben ik dankbaar dat ik tegen een bal kan trappen. Voor mij was het voetbal de enige mogelijkheid om iets moois van het leven te maken.'
© Pro ShotsPas vier jaar later, Israël is dan veertig jaar oud, stopt hij met zijn geliefde sport. Israël is voorbestemd om trainer te worden. Hij begint als assistent bij PEC Zwolle, maakt naam bij FC Den Bosch en bereikt de top bij zijn geliefde Feyenoord. Daarna zwerft de oer-Amsterdammer de wereld rond en gaat hij aan de slag in Griekenland, Roemenië, Ghana, de Verenigde Arabische Emiraten en Zwitserland. Israël is ook nog vijf jaar (1992-1997) in dienst van de KNVB, weet in 2003 met ADO Den Haag naar de Eredivisie te promoveren en beëindigt zijn trainersloopbaan dichtbij huis, bij OFC in Oostzaan, waar hij op 75-jarige leeftijd nog hand- en spandiensten verricht.
Rinus Israël overleed op dinsdag 1 juli en werd 83 jaar oud.
© Pro ShotsDe selectie van Feyenoord, seizoen 1973/1974. Rinus Israël staat op de bovenste rij, vierde van links.