
De Eredivisie-trainer met een rolfluit: 'Nu zijn ze zo bang als wezels'
Voetbal International viert dit jaar zijn zestigjarig jubileum. Naar aanleiding daarvan herplaatsen we elke dag in het weekeinde een verhaal uit ons rijke archief. Deze keer gaan we terug naar 2016, als Barry Hughes vijftig jaar na zijn trainersdebuut in Nederland terugkijkt op zijn carrière. Een verhaal over een Welshman die eigenlijk niet meer zo zat te wachten op interviews, maar nog steeds ademloos kon vertellen.
‘Mijn tijd in het voetbal is geweest’, zegt hij op het verzoek voor een interview. Na enig aandringen valt Hughes een paar tellen stil. ‘Nou, vooruit dan.’
Op een woensdagmiddag meldt hij zich in het Carlton Square Hotel in Haarlem, vlak bij zijn woonplaats Heemstede. Hij is nog altijd onmiskenbaar Barry Hughes. Twee brutale ogen onder een geruite pet. Gehoorapparaat en stram loopje verraden dat de tijd niet ongemerkt voorbij is gegaan. Hughes opent een tikje afwachtend, trekt niet eens zijn jas uit. Hij ergert zich aan een huilende baby en diens passieve vader, een paar tafels verderop, vloekt binnensmonds en lijkt zich af te vragen waaraan hij is begonnen.
Het duurt maar even. Foto’s uit het VI-archief trekken hem terug in de tijd. Al snel overstemt zijn luide lach het babygehuil, spuugt hij in zijn handen, geeft hij tactische les met behulp van pepermolen en opnameapparaatje, slaat hij met een vuist op tafel en smijt hij met anekdotes. Na vier uur een blik op zijn horloge. ‘Bloody hell, zo laat al?!’
Als René van der Gijp bij Sparta een mop vertelde in de kleedkamer, was er eentje die niet lachte. “Begrijp je ‘m niet, Louis?”, vroeg René dan
Barry Hughes mag niet zomaar in de vergetelheid te raken. Hij werd nooit landskampioen en won ook geen KNVB-beker, maar welke andere trainer kan zeggen dat hij tegelijkertijd in het linkerrijtje van de Eredivisie én van de TOP-40 stond? Wie werkte samen met Dick Advocaat én André van Duin? Welke coach kwam met een eigen voetbalshow op tv? ‘Een waardeloze quiz volgens iedereen’, lacht Hughes. Maar toch. En hij deed nog zo veel meer. Hij leidde Haarlem naar de Eredivisie en Sparta naar Europees voetbal, ontdekte Ruud Gullit en is er verantwoordelijk voor dat in Deventer een club voetbalt met Eagles in de naam.
Het kale hoofd van Hughes was een snelkookpan van creatieve ideeën. In de tijd dat sponsoring in Nederland nog een onbekend begrip was, struinde hij bedrijven al af om de beste sportkleding te verzamelen. Hij wierf spelers met advertenties in kranten en tijdschriften. Tientallen amateurscheidsrechters kregen elk jaar met kerst een kalkoen van hem. Als tegenprestatie belde Hughes ze elke maandagochtend op, met de vraag of ze nog leuke talentjes hadden gezien op de velden. Hij constateerde dat het publiek van Go Ahead Eagles pas in het donker tot leven kwam en liet de thuisduels verplaatsen naar de zaterdagavond.
Of het nou bij Haarlem, Go Ahead, Sparta, FC Utrecht, MVV of FC Volendam was; voor de ontmoetingen met de topclubs bedacht Hughes altijd wel een list. Dan liet hij het gras zó hoog groeien dat de spelers nog net geen kapmes nodig hadden. Of hij vroeg de terreinknecht juist het veld nat genoeg te maken voor het maken van een schoolslag. Ook buiten de sport was Hughes een voorloper. In zijn eerste jaren als trainer combineerde hij het voetbal met het uitbaten van een van de eerste automatische autowasserettes van Nederland.
Hier in Haarlem draafde hij langs de lijn tussen 1968 en 1970, en daarna weer tussen 1973 en 1980. De mensen liepen met hem weg. ‘Haarlemmers zijn van nature erg kritisch, ze beginnen niet zomaar te klappen. Maar we hadden goeie, hardwerkende ploegen in die jaren. En ik was natuurlijk een geval apart. Ik was de underdog, waar ik ook werkte, en had altijd het gevoel dat ik moest knokken voor mijn team. Ging tekeer tegen de tegenstander, tegen de scheidsrechters. Alles om maar wat los te krijgen.’
© VIMet zijn tegendraadse toptalent René van der Gijp.
Het opkomen voor de zwakkere zat er al vroeg in bij Hughes. ‘Op elke school heb je macho’s, van die pestkoppen die op zoek gaan naar jochies met brilletjes en daar dan stoer tegen gaan doen. Heb ik nooit tegen gekund. Als ik dat vroeger zag gebeuren, sprong ik ertussen en gaf ik zo’n macho een paar hengsten. Dan hield hij wel op met zeiken. Ik was niet zo groot, maar wel sterk. Mijn vader had een goeie reputatie als amateurbokser, hij wilde dat ik zijn voorbeeld zou volgen. Ik heb ook een tijd op boksen gezeten, maar na een stevig pak slaag besloot ik toch maar voor het voetbal te kiezen.’
Zijn ogen glijden over de foto’s op tafel. Poses die niet gauw zullen worden gekopieerd door pakweg Erwin van de Looi of Erik ten Hag. Hughes op een wit paard in een winkelstraat. Hughes verft een kapstok. Hughes bevestigt aanplakbiljetten met daarop zijn eigen hoofd en de tekst: Haarlem rekent op u. ‘Had ik gejat van die ouwe oorlogsposters: Your country needs you! En het werkte. De mensen hingen hier in de bomen. Het is absolutely belachelijk dat een grote stad als Haarlem geen profclub meer heeft. Maar het is hun eigen kloteschuld.’