
De Eredivisie-speler die voor het leger koos
Shaquile Woudstra (28) maakte als jonkie zijn debuut in de Eredivisie en droomde van een lang bestaan als profvoetballer. Het lukte hem uiteindelijk niet om door te stoten, waarna hij koos voor een spannend leven bij Defensie. ‘Ik heb eigenlijk een jaar in rouw gezeten.’
Woudstra kan een lachje niet onderdrukken in een lunchroom in het Twentse dorpje Enter. Hij heeft vroeger veel medespelers horen klagen tijdens zware trainingen, maar door zijn leven bij Defensie weet hij inmiddels wat écht lijden is: ‘Bij die trainingen voor het doorzettingsvermogen breken ze je pas echt op alle vlakken. Ze maken je helemaal kapot, tot je op de grond ligt. En dan weten ze je toch nog zover te krijgen om door te gaan.’ Hij neemt een slok van zijn cappuccino: ‘Voetballers mogen zich dan echt niet aanstellen.’
Woudstra kwam op zijn derde vanuit Curaçao naar Nederland. Hij groeide op in het oosten van het land en al snel viel het op dat Woudstra behoorlijk goed kon voetballen. In eerste instantie klopte FC Twente bij hem aan, maar zijn moeder en stiefvader vonden het nog te vroeg voor hem om van huis te gaan. Even later ontstond er een samenwerking tussen de jeugdopleidingen van Go Ahead Eagles en FC Twente/Heracles. Zo kon hij toch dicht bij huis blijven en onder de vlag van Twente voetballen.
© Pro ShotsWeghorst
Hij doorliep alle jeugdelftallen vrij gemakkelijk en droomde al van een mooi leven als profvoetballer. ‘Van jongs af aan zei ik al tegen mijn oma dat ik ooit het Nederlands elftal zou halen.’ Uiteindelijk belandde hij als jong ventje in het beloftenteam van Heracles Almelo, waar hij de kleedkamer deelde met oudere spelers als Oussama Tannane, Iliass Bel Hassani en Wout Weghorst. ‘Die gaf toen al alles’, herinnert Woudstra zich. ‘Eigenlijk kon ik de bal vaak blind voorgeven. Hij vocht voor die bal alsof hij in de boksring stond. Hij maakte er altijd wel wat van. Of hij maakte ‘m zelf of iemand anders kon uit de rebound scoren.’
Door de gemeenschappelijke jeugdopleiding speelde hij ook een tijdje onder Paul Bosvelt en Sander Boschker bij Jong FC Twente. ‘Tijdens rondo’s moest je met Boschker in het midden echt oppassen’, lacht hij. ‘Dan konden we beter onze scheenbeschermers omdoen.’ Uiteindelijk kwam het voor Woudstra niet tot een doorbraak bij Twente of Heracles. Hij maakte de overstap naar PEC Zwolle, waar hij al snel mocht aansluiten bij het eerste elftal van John van ’t Schip. Niet veel later zat hij bij de selectie tegen Excelsior. ‘Ik vergeet het nooit meer. In de rust was ik even naar de wc gegaan en daarna was de wedstrijd alweer begonnen. Liep ik voor de trainer langs, precies op dat moment werd er een penalty veroorzaakt. Door mij had hij het niet goed kunnen zien. Toen dacht ik: Dat debuut kan ik wel op mijn buik schrijven.’
Toch gunde Van ’t Schip hem uitgerekend die avond een paar minuutjes. Hij genoot volop en klom naderhand in de hekken van het uitvak om de overwinning te vieren met de supporters. ‘Kippenvel’, blikt hij terug. ‘Zo voelt het dus: profvoetballer zijn.’ Woudstra voelde dat dit het ultieme moment was om door te pakken. Hij viel nog in tegen Willem II, ADO Den Haag en AZ. ‘Speelde ik ineens tegen gasten als Myron Boadu, Tijjani Reijnders en mijn oude ploeggenoot Weghorst. We hebben nog even een praatje gemaakt: “Hé jongen, hoe is het nu met je?” Mooie dingen.’
© Pro ShotsRouw
Een halfjaar later kreeg hij een flinke klap te verwerken, toen hij weer onderdeel was van de beloften uit Zwolle. Op een dag werd de ene na de andere speler naar een kantoor geroepen, waar trainer Mark Looms en technisch directeur Gerard Nijkamp zaten te wachten. ‘Steeds kwamen er weer spelers terug die te horen hadden gekregen dat de club niet me ze door wilde. Ik was de allerlaatste en dacht: Gaan ze tegen mij nou hetzelfde zeggen? Nadat ik al zo lang met het eerste heb meegelopen? Toen zeiden ze ineens: “We hebben je niet meer nodig”.’
De club wilde meer kwaliteit in het tweede elftal, aangezien ze zich hadden geplaatst voor de kampioensgroep en promotie naar de Derde Divisie lonkte. Zo konden negen voetballers van de ene op de andere dag op zoek naar een andere werkgever. ‘Het is wel een beetje op een lullige manier gegaan’, zucht hij. ‘Zo ineens tegen een jong jochie zeggen: “Het zit erop, ga je koffers maar pakken”. Vijf dagen later ging de winterse transfermarkt dicht.’ In de herinnering van Woudstra maakten al die negen spelers de overstap naar de amateurs, en alleen Pascal Mulder wist uiteindelijk bij FC Emmen nog terug te keren in het betaalde voetbal.
Ik ben eigenlijk een jaar in rouw geweest, stond een beetje stil in de maatschappij'
Woudstra hoopte op een buitenlands avontuur en regelde zelf via LinkedIn een stage bij de Bulgaarse club FC Dunav Ruse. ‘Vlak bij de grens van Roemenië, ik vloog ook op Boekarest’, weet hij nog. ‘Moest ik nog zes uur in de auto naar dat plaatsje. Ze boden me niet heel veel aan en ik zat echt in the middle of nowhere. Ik zou daar in mijn eentje zitten en geen auto krijgen, waardoor ik ook niet echt weg kon van huis.’ Hij had zich het profvoetbal wel wat anders voorgesteld en besloot na anderhalve week dat dit het voor hem niet waard was. ‘De clubpresident reed in een dikke Mercedes, terwijl de technisch directeur een Fiat Panda had waar de deuren van uit elkaar vielen. Heel vreemd, allemaal.’
Hij hield zijn conditie op peil bij een voetbalacademie, zijn profdroom gleed steeds verder uit zijn handen. ‘Ik ben eigenlijk een jaar in rouw geweest’, blikt hij terug. ‘Ik kreeg steeds meer door dat het niet ging gebeuren, stond een beetje stil in de maatschappij en was zoekende naar wat ik nou wilde.’ Hij wist dat hij gedisciplineerd was, dat hij goed kan omgaan met stressvolle situaties en dat hij een baan wilde met de nodige spanning. ‘Geen kantoorbaan, ik wil niet dat het hoogtepunt van de dag is dat iemand zijn kopje koffie laat vallen.’
© Pro ShotsExplosieven
Ondertussen vond hij het plezier in het voetbal weer terug bij Rohda Raalte, de club waar hij als klein jochie ooit begon. Na een tijdje dubben was hij eruit en wist hij zeker dat het een baan bij Defensie moest worden. Het duurde nog een tijdje voordat hij daadwerkelijk kon solliciteren, omdat hij mikte op een specifieke functie bij de afdeling Genie. ‘Dan ben je bezig met explosieven, hinderlagen opzetten en de vijand stoppen. Ik ben dan toch op zoek naar die adrenaline. Je hebt dan wel een explosief voor je neus liggen, die elk moment kan ontploffen. Eén foutje kan fataal zijn en daar ging ik heel goed op.’