De eerste Braziliaan in de Eredivisie, die guerrillastrijder werd
VI 60 Jaar

De eerste Braziliaan in de Eredivisie, die guerrillastrijder werd

Update: 26 oktober 2025 om 10:57
1Reacties

VI viert dit jaar zijn zestigjarig jubileum. Naar aanleiding daarvan herplaatsen we elke dag in het weekeinde een verhaal uit ons rijke archief. Deze keer gaan we terug naar augustus 1965, als João Carlos Wisnesky met zijn competitiedebuut namens Telstar de eerste Braziliaan ooit wordt in de Eredivisie. En op aangeven van Fred Dikstaal ook meteen scoort. Voor een speciale uitgave van VI zocht journalist Daan Dekker de voormalige spits vele decennia later op en tekende een wel heel bijzonder verhaal op.

Toen ik João Carlos Wisnesky voor het eerst de hand schudde, had hij zijn overhemd tot aan zijn navel opengeknoopt, schrijft Daan Dekker. Zoals afgesproken stond hij me op de kade van Ilha de Paquetá op te wachten. In de verte waren de lichtjes van Rio de Janeiro, de stad waar ik ruim een uur eerder op de veerpont was gestapt, nog zichtbaar. Voor mijn boek De Brazilianen, dat in het voorjaar van 2014 zou verschijnen, wilde ik een paar dagen met de voormalige spits van Telstar optrekken.

Na het uitwisselen van de eerste vriendelijkheden stond de zeventiger erop dat we naar de plek gingen waar hij de hele avond al had rondgehangen: het café. Ik sputterde in eerste instantie wat tegen. Het was al tegen middernacht, ik wilde een hotel vinden, een plan waar Wisnesky niets in zag. ‘Daar is het veel te laat voor. Je kunt vanavond bij mij thuis slapen. En je tassen zet je gewoon in de hoek van de kroeg.’

Toen de taxichauffeurs me niet naar m’n appartement in IJmuiden wilden brengen omdat ze dat te ver vonden, gaf ik het op. Ik heb in een telefooncel geslapen. En het was winter, hè?

— João Carlos Wisnesky

De Cantina da Ilha (Kantine van het Eiland) oogde als zo veel Braziliaanse dranklokalen. Het licht kwam van tl-buizen, op de muren zat afbladderende verf, uit de boxen klonk harde muziek en op een kast in de hoek trokken op een televisiescherm beelden voorbij waar niemand naar keek. Wisnesky leunde op de bar en bestelde een fles bier en een glas whisky, waarna hij me met pretogen aankeek. ‘Ik spreek bijna geen Nederlands meer, maar wist je dat ik jullie taal goed beheerste? Toen ik voor Telstar speelde, vroeg iemand me eens of ik uit Volendam kwam. Het is het grootste compliment dat ik tijdens mijn Nederlandse jaar heb gehad.’ Er volgde een bulderlach, het startschot van een nacht vol anekdotes.

‘Veel Brazilianen dachten in de jaren zestig dat Nederland het land was waar alles kon’, vertelde Wisnesky met zijn zoveelste glas sterke drank in de hand. ‘Een land waar het altijd feest was. Dat viel dus tegen. Ik weet nog dat ik naar een stripteaseshow in de Amsterdamse Warmoesstraat ging. Het meisje maakte haar blouse open, langzaam, knoopje voor knoopje. Maar toen het echt spannend werd, stopte ze. De belangrijkste knoopjes bleven dicht. De lichten gingen aan, de portier kwam vertellen dat iedereen naar huis moest. Het was twaalf uur! Ik wilde feest, ging op zoek naar een andere bar, maar alles was dicht, dus besloot ik maar een hotel op te zoeken.

‘“Uw paspoort?”, vroeg de receptioniste daar. Mijn paspoort? Dat ligt thuis. “Zonder paspoort zult u nergens in Amsterdam een kamer kunnen krijgen”. Toen de taxichauffeurs me vervolgens niet naar m’n appartement in IJmuiden wilden brengen omdat ze dat te ver vonden, gaf ik het op. Ik heb in een telefooncel geslapen. En het was winter, hè?’ Wederom rolde de bulderlach van Wisnesky door de Kantine van het Eiland.

Ondersteunend beeld bij het artikel© VI

Met een vriend aan het bier.