
De derde club van Parijs komt eraan
Red Star FC mengt zich dit seizoen nadrukkelijk in de strijd om promotie naar de Ligue 1. Wint de derde club van Parijs vrijdag op bezoek bij Annecy, dan is de koppositie een feit. Meer dan een halve eeuw na het laatste avontuur op het hoogste niveau broeit er weer iets in Saint-Ouen. Waarom Red Star afwijkt van Paris Saint-Germain en Paris FC.
Je hoeft niet eens je best te doen om er voorbij te lopen. Verscholen achter Rue Marie Curie en Rue Pierre Curie – vernoemd naar het pionierskoppel van de radioactiviteit – ligt Stade Bauer. Verwacht geen reusachtige gevel vol commerciële leuzen, geen voetbaltempel die het straatbeeld domineert. Van een afstandje verraden alleen de lichtmasten boven de lage tribunes dat er in Saint-Ouen al meer dan een eeuw wordt gevoetbald. Nee, Stade Bauer siert zelden een ansichtkaart. Ben je bezeten van baksteen en beton, dan zit je hier goed.
De meeste voetballiefhebbers vind je er niet. Die vullen om de week het Parc des Princes. Een korte rit over de Boulevard Périphérique – files daargelaten – volstaat om in een andere werkelijkheid te belanden. Zes kilometer ten zuidwesten van Stade Bauer ligt het imposante onderkomen van Paris Saint-Germain, pal naast dat van Paris FC. De grootste club van Parijs wordt gefinancierd door een Qatarees staatsfonds, de ambitieuze buurman door de steenrijke familie Arnault en Red Bull. In dat gezelschap oogt Red Star, de arbeidersclub met de rode ster op de borst, als een buitenbeentje. Niet eens omdat het een minder verhaal heeft.