De chaotische aanloop naar een historisch Oranje-WK
Rebound

De chaotische aanloop naar een historisch Oranje-WK

1Reacties
Journalist VI

Deze vrijdag is het exact 52 jaar geleden dat Nederland het ten koste van Brazilië schopte tot de WK-finale van 1974. In de jaren voorafgaand aan dit WK wijst weinig erop dat het Nederlands elftal in Duitsland succesvol zal zijn. De internationals van de topclubs nemen Oranje lang niet altijd serieus en als ze dat wel doen, is er steevast gezeur over geld of over de bondscoach.

Het is een Duitser die de Nederlandse voetballers uiteindelijk een spiegel voorhoudt. Zo ze die al willen zien. Verdediger Rolf Rüssmann baalt in maart 1974 als een stekker als hij wordt geschrapt uit de Duitse WK-selectie omdat zijn club Schalke 04 betrokken is bij een omkoopschandaal. In een groot interview met Voetbal International vertelt de dan 23-jarige voetballer hoe spelen voor de nationale ploeg voor hem het non-plus-ultra is.

Tegelijkertijd spreekt Rüssmann ook zijn verbazing uit over de houding van Nederlandse internationals ten opzichte van Oranje. ‘In geen enkel ander land ter wereld is de desinteresse in de nationale ploeg zó groot. Waar had het kunnen gebeuren dat negen spelers ook maar overwogen zich te distantiëren van het nationale elftal? Nergens. En dat alleen vanwege het geld. Het voetbal bewonder ik, maar het uiterlijk vertoon van de spelers niet. Je merkt gewoon dat ze het doen voor de poen en niet voor het plezier. Dat laatste staat hier in Duitsland nog altijd voorop. Als dat verdwijnt, ondermijnen we óók ons bestaansrecht. Er is geen supporter die een dergelijk gedrag zou pikken.’

Het zijn de jaren dat Nederland het Europese clubvoetbal is gaan domineren. Feyenoord wint in 1970 de Europa Cup voor landskampioenen en in 1974 de UEFA Cup. Ajax is in 1971, 1972 en 1973 zelfs in drie opeenvolgende seizoenen de sterkste in het belangrijkste clubtoernooi van Europa. Alle reden dus om aan te nemen dat een bundeling van al het talent ook tot een Nederlands elftal moet leiden dat succesvol kan zijn. Bondscoach Georg Kessler denkt eind jaren zestig zelfs dat Nederland met topspelers als Johan Cruijff, Piet Keizer, Sjaak Swart, Willem van Hanegem, Rinus Israel en Coen Moulijn op het WK van Mexico in 1970 al bij de laatste vier moet kunnen eindigen. ‘Vet komt namelijk altijd bovendrijven.’