
Congo wil met hulp van binationalen meer indruk maken dan in 1974
Congo staat voor het eerst sinds 1974 op een WK. Die kwalificatie is voor een groot deel te danken aan diasporaspelers. Alleen Curaçao, waar op één na alle spelers in Nederland geboren werden, telt meer WK-selectiespelers die in een ander land ter wereld kwamen dan Congo (20). Vooral Belgisch-Congolese voetballers kiezen steeds vaker voor het land van hun roots. Wat is er aan de hand? We vragen het twee Belgen met Congolese roots.
Beginnen bij het begin: tussen 1885 en 1960 stond de Democratische Republiek Congo (niet te verwarren met het kleinere buurland, de Republiek Congo) onder Belgisch gezag. Tot 1908 was koning Leopold II er alleenheerser, daarna werd het land nog ruim veertig jaar geregeerd als een Belgische kolonie. Aan dat schrikbewind kwam in 1960 een einde met de Congolese onafhankelijkheid. In de decennia daarna kwam er een migratiestroom op gang van Congo naar België. Precieze gegevens ontbreken, maar de schatting is dat er momenteel zo'n vijftigduizend mensen met Congolese roots in België wonen. In Europa is hun aantal alleen in Frankrijk nog ietsje groter.