
Waarom dit het échte supertrio van Paris Saint-Germain is
Na veertien jaar smijten met Qatarees oliegeld is de felbegeerde Champions League binnen voor Paris Saint-Germain. De les van de 5-0 zege op Internazionale: een project kan beter gebouwd worden op een trainer dan op supersterren.
Nasser Al-Khelaifi vergiste zich. Toen hij in 2011 na de overname aan het roer kwam te staan bij PSG, volgde hij het oorspronkelijke model van Chelsea en Manchester City. Na de introductie van een geldschieter kochten deze Engelse clubs in eerste instantie in met de logica van een kind op een computerspel. Grote namen moesten worden aangetrokken, dan volgde vroeg of laat succes. Wie de beste spelers had, won prijzen.
PSG investeerde zich via supersterren naar vele landstitels. Alleen mislukte steeds de belangrijkste missie: het veroveren van de Champions League. Transferzomer na transferzomer bleven de Parijzenaren de oplossingen zoeken in nog duurdere spelers. Toen andere clubs medio 2021 door de gevolgen van de coronacrisis moesten besparen, trokken de eigenaren uit Qatar de portemonnee voor onder anderen Gianluigi Donnarumma, Achraf Hakimi, Nuno Mendes, Sergio Ramos en pronkstuk Lionel Messi. In computerspelletjes was de voorhoede met Messi, Kylian Mbappé en Neymar niet te verdedigen. In de échte Champions League sneuvelde het gouden trio tweemaal in de achtste finale. Na die decepties volgde het telefoontje naar Spanje dat alles veranderde.