
'Als alle fans om je heen staan, ga je niet chagrijnig lopen doen. Kom op'
De uitschakeling van FC Dordrecht zorgde voor hysterische taferelen in Tilburg. De pitch invasion was puur, maar bracht de spelers van Willem II ook in verlegenheid. De missie is nog niet voltooid.
Je kunt je afvragen of het gepast was om het veld te bestormen. Om de spelers op de schouders te hijsen, om de meegereisde fans van FC Dordrecht fijntjes uit te zwaaien. Reken maar dat de beelden op talloze televisies in Velsen-Zuid met stijgende verbazing zijn bekeken. Dat kan in de finale tegen Telstar als een boemerang terugkomen, maar dat is van later zorg. De benutte penalty van Jesse Bosch bezorgde de supporters van Willem II een zeldzaam moment van euforie.
De opluchting in het Koning Willem II Stadion was gigantisch. Een gevolg van de tweede seizoenshelft, die voor de Tricolores voelde als een martelgang. Van de zeventien wedstrijden na de winterstop resulteerde er niet één in een overwinning. Voeg daar de nederlaag in het heenduel met FC Dordrecht aan toe en het wordt ineens een stuk makkelijker om het sentiment onder de supporters te begrijpen. 'Het zat allemaal heel hoog. Daarom snap ik de pitch invasion, die komt voort uit emotie', verwoordde Tommy St. Jago het gevoel bij de achterban. 'We weten dat we er nog niet zijn en wilden eigenlijk niet te overtuigend juichen. Maar als alle fans om je heen staan… Dan ga je niet chagrijnig lopen doen. Kom op.'
PlayStation
De 25-jarige verdediger keerde na een lichte blessure terug in de basis en trakteerde het publiek in de derde minuut op het eerste shot dopamine. St. Jago dribbelde in, besloot van grote afstand uit te halen en deed dat op verwoestende wijze. Een werelddoelpunt – veel te mooi voor de play-offs. Celton Biai maakte geen schijn van kans en zag de bal via de onderkant van de lat in het doel slaan. St. Jago moet zich een paar tellen achter de PlayStation hebben gewaand en wandelde weg alsof er niets was gebeurd. Totdat een vriendelijke beuk van Ringo Meerveld hem terug op aarde bracht. 'Pas toen iedereen naar me toe kwam, dacht ik: oké, hij zit. Het was onwerkelijk voor me', blikte de Utrechter terug. 'De jongens zeggen vaker dat ik het moet proberen. Nou, dat heb ik ze laten zien.'