fallback image Advies scriptie Benjamin van den Broek: maak belevenis van wedstrijddag

Advies scriptie Benjamin van den Broek: maak belevenis van wedstrijddag

Praat mee!

De sfeer, het niveau en de bezettingsgraad dalen gestaag in de Jupiler League. Clubbestuurders denken dat alleen te kunnen oplossen door wedstrijden te winnen. Niet echt vindingrijk, vindt Telstar-speler en onderzoeker Benjamin van den Broek (29). ‘Het moet elke keer een feest zijn.’

TEKST: FRANK HETTINGA

‘Clubs in de Jupiler League zijn bezig met overleven, in plaats van leven’, zegt Benjamin van den Broek. Het is een zin die ook in zijn bachelorscriptie voorkomt. De voetballer van Telstar kan zijn verhaal inmiddels wel dromen. Lachend: ‘Ik las mijn onderzoek zeker veertig keer door om alle spelfouten eruit te halen.’

De middenvelder rondde afgelopen seizoen, naast zijn carrière als profvoetballer, een deeltijd hbo-opleiding topsportmanagement en ondernemerschap af aan de Academy van de spelersvakbond VVCS. Van den Broek onderzocht hoe een voetbalclub uit de Eerste Divisie de sfeer kan verbeteren en zo kan uitgroeien tot een volks- of cultclub, waardoor ook nog eens – niet geheel onbelangrijk – de inkomsten zullen stijgen. De eenmalig international van Nieuw-Zeeland is er heilig van overtuigd dat het kan, ook in de kelder van de Jupiler League.

'Ik hoorde vaak: “Als we wedstrijden winnen, dan komt de rest vanzelf”. Dat vind ik te kort door de bocht'

Het is precies de reden waarom hij zijn onderzoek specifiek richtte op de Eerste Divisie, vertelt hij in een eetcafé in zijn woonplaats Heemskerk. ‘PSV en Ajax zijn zo groot, de stadions zitten altijd wel vol. Ze liggen er niet wakker van als iemand zijn seizoenkaart niet verlengt. Er staan honderden anderen voor het stoeltje klaar. In de Jupiler League kan het echt al verschil maken als een club 25 duizend euro per jaar meer verdient. Dat is een speler. Als je die inkomsten ook nog kunt uitbreiden, zal dat op de langere termijn lonen.’

Juist daar schort het aan bij veel clubs in de Eerste Divisie, ziet hij. ‘Ze kijken alleen naar de korte termijn. De denkwijze en mentaliteit moet veranderen.’ Clubs nemen de supporters te veel voor lief, concludeerde Van den Broek na gesprekken met onder anderen de commerciële directeuren van FC Volendam, Almere City en Telstar.

‘Ik hoorde vaak: “Als we wedstrijden winnen, dan komt de rest vanzelf”. Dat vind ik te kort door de bocht. Nu is het zo dat de KNVB in de zomer het competitieschema presenteert, waarna de meeste clubs om de twee weken hetzelfde kunstje opvoeren. Dat kan een stuk beter.’

Bitterbal

John Bes, directeur van Almere City, is het volmondig eens met Van den Broek. ‘Natuurlijk is winst heel belangrijk. Maar we moeten ervoor zorgen dat de mensen toch een leuke avond hebben, als het voetbal tegenvalt. Met goede broodjes, vriendelijke stewards en een fijne sfeer op de tribunes.’

Maar volgens Marcel van den Bunder, directeur van Helmond Sport, is het niet eenvoudig. ‘De balans is belangrijk. Als alleen de randzaken geregeld zijn en het voetbal niet, dan krijg je niet meer sponsors. Als je een fantastische sfeeractie hebt, maar het voetbal valt buitengewoon tegen, dan krijg je dat als een katapult terug in het gezicht. Dan zeggen de mensen: Had dat geld liever geïnvesteerd in een speler. We willen zo min mogelijk bezuinigen op de kracht van het eerste elftal.’

‘Hoe beter het spel, hoe meer sponsoren en bezoekers’, is de overtuiging van Van den Bunder. ‘Goed voetbal en het sportieve belang zijn samen het vliegwiel, de aanjager van sfeer in het stadion. Daar zorgt een bandje dat komt spelen niet voor. Als je iedere wedstrijd verliest, smaakt de bitterbal toch minder lekker. Maar als er vierduizend mensen komen kijken, dan is het zeker goed om extra sfeer te bieden. Daar staan wij ook absoluut voor open. Het kan altijd beter.’

Belangrijk voor Helmond Sport is de verwezenlijking van de plannen voor een nieuw stadion. ‘Op dit moment voldoet ons stadion niet aan de eisen van de tijd.’ De club is daarom druk in overleg met de gemeente, de scholengemeenschap en amateurclubs om dat samen te realiseren. ‘Ik houd nog een paar procent armslag, maar het ziet er al veelbelovend uit’, aldus Van den Bunder.

Ook Van den Broek benadrukt het belang van een goed onderkomen. Aan het begin van zijn carrière zag de geboren Limburger twee uitersten van voetbalbeleving van dichtbij. Met NAC Breda (‘Daar kon alles, dat was super’) eindigde hij in 2008 als derde in de Eredivisie, in een steevast bomvol Rat Verlegh Stadion.

Daarna vertrok hij naar HFC Haarlem waar hij de ondergang, het faillissement in 2010, meemaakte. Dat had voorkomen kunnen worden, zegt hij nu. ‘Bij Haarlem kwam gewoon niemand, terwijl het wel een grote stad is. Iedereen vond dat vreemd. Ik zeg niet dat je het probleem altijd kunt oplossen door alleen de beleving te vergroten, maar ik denk wel dat het de club stabieler maakt en aantrekkelijker voor sponsors. Het is een vicieuze cirkel. Alles staat met elkaar in verbinding.’

Haarlem zou naar een nieuw onderkomen verhuizen, dat stond al tien jaar in de steigers. Ondertussen gebeurde nauwelijks iets aan onderhoud in het oude Haarlem-stadion. ‘Het was oude troep, het stond op instorten, het stonk er naar pis, het kon bijna niet. Dat had misschien ook wel zo zijn charme, maar dat was een dun lijntje. Als er op een gegeven moment geen supporters meer komen, waarom zouden sponsors dan nog investeren? Niemand ziet jouw naam dan nog.’ Het nieuwe stadion kwam er niet en Haarlem ging kopje onder.

Advies scriptie Benjamin van den Broek: maak belevenis van wedstrijddag