'Zevenklapper Alves slecht voor Nederlands voetbal'
De televisiebeelden van alle zeven doelpunten van Afonso Alves tegen Heracles Almelo zullen de hele wereld overgaan, en dat is niet meer dan terecht. De ene treffer was nog mooier dan de andere en Alves behoort tegenwoordig tot de nationale selectie van Brazilië. Het is mooie reclame voor de spits zelf en voor SC Heerenveen, maar het is maar de vraag of het zulke goede reclame is voor het Nederlandse voetbal.
© Pro Shots

Zeven goals van een fenomeen kan namelijk op het eerste gezicht wel mooi zijn, maar bij al die doelpunten zag de defensie van Heracles er op z'n zachtst gezegd niet zo mooi uit. Bij de 1-0 was het al verbazingwekkend hoe de centrale verdedigers niet anticipeerden op de steekpass op de diepgaande Alves. Voor het derde doelpunt legde Heraclied Marnix Smit de de bal panklaar neer voor de Braziliaan. En de solo bij de vierde treffer van Alves was lachwekkend. In een looppasje kapte en draaide hij zich voorbij drie man, voordat hij de bal onder doelman Martin Pieckenhagen doorschoof.
Het zijn mooie momenten voor het publiek, maar tegelijkertijd zullen de scouts van de buitenlandse topcompetities met verbazing hebben toegekeken. Was dit nu zo goed van Alves of is het de onkunde van de tegenstanders die het allemaal mogelijk maakt? Zeven doelpunten van één speler in één duel halen eerder zijn waarde omlaag dan omhoog, omdat de competitie niet langer serieus wordt genomen. Het is zo langzamerhand een probleem. De vele treffers van Mateja Kezman voor PSV werden nooit voor vol aangezien door buitenlandse clubs, doordat ze in de zwakke Eredivisie werden gemaakt. Pas als de ontmoetingen van de Eindhovenaren in de Champions League op het programma stonden, reisden de internationale scouts naar het Philips Stadion. Een vergelijkbare situatie speelde rond Feyenoord-spits Dirk Kuijt, die pas op late leeftijd werd verkocht aan Liverpool dat uiteindelijk wél de gok aandurfde.
Wat zeggen al die doelpunten van die spitsen? Spelen we te aanvallend, zijn we te naïef? Kunnen we meer niet verdedigen? We kunnen in elk geval het aanvallende voetbal niet meer combineren met resultaten. Dat is namelijk al jaren het grote dilemma in Nederland. We spelen offensief omdat het ons punten oplevert. We proberen de bal te hebben en te houden, ¹m rond te laten gaan om een numerieke meerderheid te creëren. We stellen buitenspelers op omdat de buitenlandse backs dan worden geconfronteerd met een situatie die ze niet meer gewend zijn. Het is onze manier om het verschil in financiële middelen te overbruggen. De buitenlandse clubs hebben nu eenmaal het geld om meer individuele kwaliteit aan te trekken, maar het Nederlandse antwoord is altijd de opleiding en de specifieke speelstijl geweest. Het was het middel om te zorgen dat de kwaliteit van het elftal altijd groter was dan een simpele optelsom van de individuele kwaliteiten van de spelers.
Wat dat betreft werd het Nederlandse voetbal vorige week keihard met de neus op de feiten gedrukt. Een Spaanse en een Italiaanse middenmoter en een Zweedse en een Kroatische ploeg zorgden ervoor dat vier van de vijf deelnemers in het UEFA Cup-toernooi al na één ronde eruit lagen. Een bedrijfsongevalletje? Zeker in het geval van Ajax is daarvan allang geen sprake meer. Juist in Amsterdam is duidelijk dat de specifieke onderscheidende speelstijl in het gedrang is, aangezien door een matige uitvoering er geen resultaten meer worden gehaald. Het Nederlandse voetbal slaagt er niet langer in zich te onderscheiden met herkenbaar voetbal en dat is slecht nieuws. De kans dat een Nederlandse club ooit nog een Europese prijs verovert, is langzamerhand gereduceerd tot nul.
Taco van den Velde





