'Whisky drinkende superbobo en padflikker'

PRAAT MEE!

Jacques Hogewoning was een superbobo. De kleurrijke Bourgondiër was van 1972 tot 1978 voorzitter van het sectiebestuur betaald voetbal. Daardoor was hij nauw betrokken bij het WK in 1974, het mislukte EK van 1976 en het WK in 1978.

© Pro Shots

'Whisky drinkende superbobo en padflikker'

In de jaren tachtig keerde hij terug als vice-voorzitter onder André van der Louw, waardoor hij als official betrokken was bij het EK in 1988. Hogewoning was een arrogante en autoritaire bestuurder. Na vergaderingen kon de jurist op indrukwekkende wijze doorzakken, liederlijk dronken worden, maar de volgende morgen stond hij op tijd naast zijn bed. Hij had de gewoonte tijdens buitenlandse trips om zes uur 's morgens een taxi te bestellen die hij vervolgens langs alle bezienswaardigheden in de nog uitgestorven stad liet rijden.

Hogewoning was ook een erudiete man, een levensgenieter en iemand om van te houden. Zodra hij zich ontspande aan de bar, was hij een innemende persoonlijkheid en zijn cynische humor was befaamd. Zo zei hij eens tegen zijn vriend en miljonair Dé Stoop: 'Waar jij te veel van hebt, heb ik te weinig van. En je begrijpt dat ik het nu niet over hersenen heb.' Ook voor zijn gedateerde, dominante wijze van leidinggeven had hij een verklaring. 'Ik neem overal de leiding. Je hebt mensen met een onbedaarlijke neiging om dingen beter te weten dan anderen. Daar hoor ik ook bij. Ik streef naar perfectie. De befaamde Hogewoning Combo is een uitstekend bestuur.'

Jacques Hogewoning groeide op in de Frederikastraat, in de Utrechtse wijk Witte Vrouwen. Destijds was het een nette arbeiderswijk, tegenwoordig is het een studentenbolwerk. Zijn vader kwam uit Rijnsburg en zat als soldaat bij het paardenvolk. Na zijn diensttijd werd hij wegwerker bij de Spoorwegen. In Zwammerdam liep Hogewoning senior tegen het dienstmeisje van de dominee op. Later verhuisde het gezin naar Utrecht, waar Jacques werd geboren. In Witte Vrouwen leefden de mensen op straat en er werd plat Utrechts gesproken.

Op de kleuterschool in de Grasstraat kwam Jacques voor het eerst in contact met kinderen uit andere milieus. Vader Hogewoning wilde zijn zoon naar de christelijke school in de Pauwstraat sturen, maar dat stond zijn maatschappelijke positie niet toe. Daardoor moest Jacques naar de openbare school in de Oude Kerkstraat. De meeste jongens gingen vervolgens naar de ambachtschool, maar hoofdmeester Kraayenbrink stoomde een paar kinderen klaar voor de mulo, de hbs en het gymnasium. In die groep zaten de zoon van een dokter, de zoon van een hoge functionaris bij het KNMI en de zoon van een topambtenaar bij de Spoorwegen.

Jacques maakte als enige arbeidersjongen deel uit van dit groepje. Hij mocht naar de hbs, maar zijn ouders konden de boeken niet betalen, waardoor hij naar de mulo ging. Vervolgens trad hij als loopjongen in dienst van de Spoorwegen.

Tijdens de oorlog volgde Hogewoning het avond-lyceum. In juli 1945 deed hij staatsexamen. Het diploma leverde hem tevens promotie bij de Spoorwegen op. Hogewoning kwam via de afdeling kredietvervoer op de afdeling buitenlandse correspondentie terecht. Intussen was hij in de avonduren met een rechtenstudie gestart.

Lid van een voetbalclub werd hij niet, omdat zijn ouders erop stonden dat hij bij de padvinderij ging. Daar leerde Jacques zeeverkenner Rijk de Gooyer kennen. Hij reageerde woest als hij voor padflikker werd uitgescholden. Hogewonig zou het uiteindelijk tot vaandrig schoppen. Hij is altijd heel positief gebleven over de padvinderij, waar je volgens hem als team leerde opereren en je leerde orders opvolgen en met gezag omgaan. Zijn trouwe assistent was in die jaren Lou Bongers, die wereldberoemd zou worden als de goochelaar Fred Kaps.

Nadat de Utrechter als jurist een baan had gekregen bij Delta Lloyd, waar hij als directeur personeelszaken zou eindigen, verhuisde Hogewoning naar Amersfoort. Daar meldde hij zich als lid aan bij de lokale profclub HVC. Volkswagen-importeur Ben Pon was sponsor, keeper Henk Brits, midvoor Wout Heynen en spelbepaler Bennie Marcus golden als vedetten.

Ook PSV-jeugdtrainer Joop Brand, de vader van Marco van Basten en ex-bondscoach Jan Zwartkruis maakten deel uit van de selectie. Na een conflict in het bestuur werd Hogewoning door sponsor Pon uitgenodigd zitting te nemen in de clubleiding. Dankzij de aankopen Dick Hollander, Mosje Temming, Joop de Jongh en Bertus Hoogerman promoveerde HVC naar de eerste divisie. Trainer Hans Croon ging naar Volendam, Hogewoning contracteerde Hennie Hollink als nieuwe technische man.

De Utrechter kwam uiteindelijk in aanraking met de KNVB, nadat hij met collega-bestuursleden Ben van Vloten, Leo van Zandvliet en Cor Hilbrink de werkgeversvereniging FBO had opgericht. Tijdens een vergadering riep Feyenoorder Gerard Kerkum dat de sterkste bestuursleden moesten plaatsnemen in het sectiebestuur betaald voetbal. Even later werd Hogewoning voorzitter.

Het werden tropenjaren. Karel Jansen kreeg steeds meer macht als Godfather van de spelersvakbond VVCS. Bovendien begon Johan Cruijff, gesteund door schoonvader Cor Coster, zich steeds zakelijker op te stellen. Vlak voor het WK in 1974 wilde Hogewoning Frantisek Fadhronc vervangen door Ernst Happel, maar uiteindelijk ging Rinus Michels als coach mee naar West-Duitsland. Het EK in 1976 werd een ramp. Willem van Hanegem en Johan Cruijff kregen een rode kaart en bondscoach George Knobel diende zijn ontslag in.

Voor het WK in Argentinië kreeg Hogewoning het aan de stok met Freek de Jonge en Bram Vermeulen. Het duo maakte met het programma Bloed aan de paal een protesttocht door Nederland, omdat in Argentinië de mensenrechten werden geschonden door de militaire junta. Dat stond onder leiding van generaal Jorge Videla, terwijl de vader van Prinses Máxima ook deel uitmaakte van die regering. In 1978 wist Hogewoning wel Ernst Happel te strikken als bondscoach.

Uiteindelijk struikelde de voorzitter over de invoering van shirtrelame. Hij was bang dat de overheid dan de subsidiekraan zou dichtdraaien. In 1988 was hij terug als vice-voorzitter. Oranje zorgde voor de ultieme voetbalhype, maar Hogewoning had voordurend conflicten met bondscoach Rinus Michels en Adidas-vertegenwoordiger Piet Lagarde, die volgens hem geen smaak had en Oranje in lelijke shirts liet spelen.

Na zijn vertrek uit Zeist trok de superbobo zich gefrustreerd terug in zijn yuppen-appartement in de Amsterdamse grachtengordel. Hij probeerde nog een adviesbureau met zijn vriend Dé Stoop van de grond te krijgen, maar het ontbrak de heren aan oprechte motivatie. Daarom hield Hogewoning meestal kantoor in de bar van het Hilton Hotel. En als hij behoefte had aan gezelligheid, nodigde hij me uit in zijn trendy optrekje in Amsterdam, tegenover Jan Cremer en Henk van der Meyden.

Op het dakterras was het heerlijk vertoeven, de koelkast was altijd goedgevuld. Dan strooide hij met geheime rapporten, want Hogewoning vond het nooit te laat om zijn gelijk te halen. Als bron was hij goud waard. Je moest laat in de avond bellen, want Dimples, Glenfiddich en Johnny Walker maakten hem altijd spraakzaam. Hogewoning manipuleerde de pers, was het lek van Zeist, maar werd in 1990 wel tot bondsridder benoemd. Ik onderhield jarenlang een haat-liefde-verhouding met hem.

Tijdens de terugvlucht uit Argentinië in 1978 kwam het zelfs tot een handgemeen, toen hij een rij wachtenden voor een toilet negeerde. De voorzitter ging knock-out, maar kwam daar later nooit op terug. Hij minachtte de pers. 'Iedere nitwit kan journalist worden', zei hij altijd. Nadat hij enige jaren geleden getroffen werd door een hartinfarct, liet hij zich zelden meer zien in de voetbalwereld. Daardoor kwam het bericht dat hij vorige week op tachtigjarige leeftijd is overleden toch nog onverwacht.

Johan Derksen

Video