'Waar zijn Nederlandse linksbuitens?'

Praat mee!

  AZ test linksbuiten Miralem Sulejmani. Een zeventienjarig talent uit Servië. Er zou vanuit Nederland meer belangstelling zijn voor de speler, maar die wilde zelf graag naar Alkmaar.

© Pro Shots

'Waar zijn Nederlandse linksbuitens?'

Het was vorige week een van de vele krantenberichten op de sportpagina's. Zo op het eerste gezicht lijkt er weinig bijzonders aan de hand. Miralem Sulejmani schijnt een groot talent te zijn, dus het is misschien niet zo verwonderlijk dat AZ wil kijken wat de jonge aanvaller in zijn mars heeft. Toch zit er inmiddels een hele historie achter het bericht.

Al sinds het vertrek van Kenneth Perez, Stein Huysegems en Tarik Sektioui is de club op zoek naar een linksbuiten om tenminste toch het favoriete 4-3-3-systeem kunnen spelen. AZ zocht stad en land af, maar vond niets in Nederland en besloot uiteindelijk maar 4-4-2 te gaan hanteren. De Alkmaarders staan niet alléén in hun speurtocht, ook andere clubs zoeken naar de authentieke linkspoot op links, maar de meeste bvo's slagen niet. Uiteindelijk kiezen ze voor een ander systeem, een buitenlands alternatief of de noodoplossing: de zwervende rechtspoot op links.

Een kleine inventarisatie van het competitieweekeinde anderhalve week geleden leert dat er in de Eredivisie nog maar drie authentieke linksbuitens rondlopen. Twee van hen stonden zaterdag tegenover elkaar op Woudestein: Sebastiaan Steur van Excelsior en Kevin Bobson van Willem II. De enige andere linkspoot op links was actief in Arnhem. Brian Pinas is nog maar zeer kort geleden ingelijfd door NAC Breda en speelde mee tegen Vitesse.

Verder kozen FC Utrecht (Peter Kopteff), PSV (Arouna Koné), NEC (Andrzej Niedzielan) en Feyenoord (Joonas Kolkka) voor een buitenlands alternatief, en hanteerden AZ, Vitesse, ADO Den Haag, RKC Waalwijk en FC Groningen een systeem zonder echte linksbuiten. Op de meeste velden is de rechtsbenige linksbuiten een trend geworden: Ryan Babel (Ajax), Dominique van Dijk (Sparta), Sharbel Touma (FC Twente), Adil Ramzi (Roda JC), Diego Biseswar (Heracles Almelo) en Lasse Nilsson (SC Heerenveen).

Het wordt aan de ene kant verkocht als de nieuwe moderne tactiek, maar is goed beschouwd vooral uit nood geboren. In Nederland worden blijkbaar geen echte linksbuitens meer opgeleid die geschikt zijn voor de Eredivisie. In Oranje wordt die trend nog gecamoufleerd door de aanwezigheid van Arjen Robben en Robin van Persie, maar het is inmiddels duidelijk dat achter dat tweetal niets meer zit.

In het team van Jong Oranje dat deze zomer de Europese titel won werd de rol van linksbuiten beurtelings vervuld door de rechterspitsen Romeo Castelen, Patrick Gerritsen en Daniël de Ridder. En wie verder kijkt in de nationale jeugdploegen, ziet alleen John Goossens, het jeugdige talent van Ajax.

We hebben de mond vol over onze voetbalcultuur, geven miljoenen uit aan de voetbalopleidingen waarin bijna alle ploegen 4-3-3 spelen, maar uiteindelijk blijkt bijna niemand in staat een linksbenige linksbuiten op te leiden die goed genoeg is om in de Eredivisie te spelen. Wat zegt dat en wat betekent dat? Het zegt dat onze jeugdopleiding faalt en het betekent dat een deel van de Nederlandse voetbalcultuur verdwijnt.

Onze Eredivisietrainers zullen er creatief op inspelen via tactische noodgrepen, maar uiteindelijk dreigt het Nederlandse voetbal steeds meer op te gaan in de uniforme grijze massa van het resultaatvoetbal. En wanneer we net zo worden als de rest, hebben we niets meer om ons te onderscheiden. Dan wordt het kleine landje ook een klein voetballandje.

Taco van den Velde  

'Waar zijn Nederlandse linksbuitens?'