'Voodoopriesters en dierenbeenderen'
Leuk voor Arjen Robben dat hij na het gehannes van de laatste weken in Leipzig Oranje's man van de wedstrijd was. Maar we zijn er nog lang niet. Voor het duel met Ivoorkust moet bijvoorbeeld het ergste worden gevreesd.
© Pro Shots

Behalve de mooie kwaliteit van Didier Drogba, Arouna Koné en Bonaventure Kalou speelt bij De Olifanten namelijk ook de tovenaar mee in de spits. En onderschat dat niet. De invloed van zwarte magie is in het Afrikaanse voetbal vele malen groter dan het tactisch gedreutel van Europese trainers. Zoals wij de masseur kennen, heeft elke club er wel een toverdokter of een medicijnman in dienst. Tot voor kort zaten ze tijdens wedstrijden zelfs op de bank.
Dat werd in 2001 officieel verboden door de Afrikaanse voetbalbond, na de roemruchte wedstrijd tussen Rwanda en Oeganda. Wat Oeganda ook probeerde, het slaagde er maar niet in een doelpunt te maken. Ettelijke keren raakten de spelers paal en laat. De aanvallende impotentie werd geweten aan de reservehandschoenen die de keeper van Rwanda in het net had gehangen. Die zouden zijn gevuld met betoverde beenderen van een dier. De doelman weigerde de handschoenen te verwijderen en vervolgens liep het een tikje uit de hand. Voetballers begonnen met elkaar te vechten, toeschouwers bestormden het veld en de wedstrijd werd meermalen onderbroken. Tussen de aftrap en het officiële eindsignaal lagen liefst vijf uur.
Het geloof in rituelen en bezweringen is er onder Afrikaanse voetballers niets minder om geworden. In Tanzania werden recent twee spelers aangetroffen die ‘s nachts op het graf van een jonge man zaten. Ze hadden hun benen ingesmeerd met hanenbloed en zongen liedjes. Zo hoopten ze de grote kracht van de overledene te kunnen overnemen. Bij Huntington United in Zuid-Afrika worden de shirtjes van spelers gewassen in een brouwsel van geneeskrachtige planten en dierenbeenderen.
En de voetballers zelf worden ook regelmatig gemasseerd met de botten. Zo is de hoef van de zebra zeer populair in Afrika, want die staat voor uithoudingsvermogen en schotkracht. De doelman wordt veelal behandeld met de hand van een aap om diens sprongkracht en bewegingsenergie over te nemen. Gebruikelijk is ook dat de keeper de onderste rand van zijn shirt insmeert met leeuwenvet, de bal er vervolgens even lekker langs wrijft en daarna een lel naar voren geeft zodat ook zijn spits kan meeprofiteren van de dierlijke kracht.
Bij Ivoorkust kunnen ze er ook wat van. Neem alleen al hun lijfspreuk: ‘Wie de olifant volgt, krijgt geen natte voeten.’ Klinkt toch wat heldhaftiger dan Hup Holland Hup. In 1992 bijvoorbeeld won Ivoorkust de Afrika Cup en het wonder van keeper Gouamene die in het hele toernooi geen goal tegen kreeg, werd toegeschreven aan de aanwezigheid van tientallen fetisheurs (toverdokters) die de spelers hun diepste wens in een oor van een duif hadden laten fluisteren.
Toen de magiërs na hun succes echter niet kregen uitbetaald door het ministerie van Sport, namen ze op afschuwelijke wijze wraak. Ze spraken een banvloek uit en ’s lands voetballers bleven tien jaar lang verstoken van succes. Totdat de fetisheurs in 2002, dit keer door de minister van Defensie, werden gepaaid met geld en flessen gin. De vloek werd opgeheven en zie: Ivoorkust beleefde een glanzende kwalificatiereeks voor het WK in Duitsland.
Het belooft dus geen Goede Vrijdag te worden, daar in Stuttgart. Een voodoopriester die in de bossen van Ivoorkust een paar naalden in een heilige boom prikt, is voldoende om ervoor te zorgen dat Ruud van Nistelrooy op slag niet meer ziet waar het doel van Jean-Jacques Tizié staat. Natuurlijk wordt het bovenstaande gelogenstraft door de geschiedenis. Nooit werd een Afrikaans voetballand wereldkampioen. Dat kwam vooral door het tactisch gestuntel als ze tegen moderne Europese en Zuid-Amerikaanse ploegen aantraden, daar kon geen tovenaar tegenop.
Maar nu Drogba, Koné en Kalou de kus van de Europese voetbalbeschaving hebben gekregen en behalve goed ook nog eens sluw en geduldig zijn, kan de zwarte magie wel eens de doorslag geven. Tenslotte treden wij aan met een voorganger die in een Delfzijlse kerk gevraagd heeft of oranje de favoriete kleur van God is. Hebben wij Rob Witschge in de begeleidingsstaf die Pipo wordt genoemd en van wie derhalve geen wonderen mogen worden verwacht. En in de medicijnkist dragen wij sportdrank mee. En kruidenthee, misschien. Tja...
Peter Wekking





