Trefzekere Ohio had onderonsje met Olij: 'Het leven gaat snel'
Noah Ohio tilde zijn productie voor Jong FC Utrecht in de Keuken Kampioen Divisie vrijdagavond naar zes treffers. De 22-jarige aanvaller deed dat door Nick Olij twee keer te passeren in het duel met Jong PSV (3-3). De twee voormalige Oranje-klanten hadden op De Herdgang een onderonsje over hun situatie.
© Pro Shots

Nog niet zo lang geleden was Olij immers de derde keeper bij het Nederlands elftal, terwijl Ohio een vast gezicht was in de selectie van Jong Oranje. Dit seizoen is alles anders. De voormalig keeper van Sparta Rotterdam belandde na zijn transfer naar PSV op de bank en de spits van FC Utrecht heeft van trainer Ron Jans te horen gekregen dat hij niet meer nodig is. Sébastien Haller en David Min krijgen de voorkeur.
En dus kon het zo gebeuren dat Olij en Ohio elkaar plotseling troffen in een duel tussen twee beloftenteams, terwijl ze vorig jaar nog een week met elkaar op het trainingsveld stonden in Zeist. 'We zeiden tegen elkaar: het leven gaat snel', zei Ohio na afloop bij ESPN. 'Voor het EK hebben we met Jong Oranje ook een week meegetraind met het eerste. Daar hebben we elkaar beter leren kennen. Goeie kerel, goeie keeper, tegen hem scoren is leuk.'
Olij erkende na afloop dat hij het lastig heeft met zijn situatie bij PSV. Ohio is inmiddels gewend aan zijn situatie bij Utrecht. 'Ik heb het niet meer zo lastig, hoor. Voor mij is het gewoon dagelijks werk. Als ik met Jong mag spelen, moet ik presteren. Als ik met het eerste train, wat ik dagelijks doe, moet ik goed trainen. Rustig aan. Je moet je kansen pakken als ze er zijn. In het voetbal gaat het zeker snel, je kan geen moment stilstaan.'
De immer positieve Ohio blijft kritisch op zichzelf. Hij vindt dat die zes treffers in de KKD er ook meer hadden kunnen zijn. 'Ik blijf veel verwachten van mezelf. Vorige week miste ik een paar kansen, het hadden er ook acht kunnen zijn.' Tegen Jong PSV klopte hij met twee goals weer op de deur, al ziet hij dat zelf niet zo. 'De trainer en de club weten wat ze aan mij hebben. Als ze me nodig hebben, weten ze me te vinden. Ik ben niet ver weg, ik ben oké.'






