'Tranen gelachen om de rol van Ruud Gullit'
Afgelopen zondag was PSV-Ajax niet alleen door het scoreverloop een vermakelijke wedstrijd. Het was voor mij ook de eerste keer dat ik Ruud Gullit als analist van Eredivisie Live naast presentator Jan Joost van Gangelen zag staan.
© Pro Shots

Jan Joost alleen was al zo fijn om naar te kijken. Mooi figuur. Normaal gesproken verkopen dat soort jongens zelfgemaakte leren armbandjes of zelfgekleide en handbeschilderde theeserviesjes ergens op een strand in Spanje.
Figuren als Jan Joost, iedereen kent ze wel. Je ziet ze tijdens een vakantie op een verlaten pier naar de horizon zitten turen. Wapperend haar op de rug, wat voelen aan hun kralenketting, naar de zee kijken en dan denken:
Wat zijn we dan eigenlijk nietig. Jan Joost ziet er, bij de start van de competitie, gelukkig weer net zo bestudeerd onverschillig uit als vorig seizoen.
Niemand staat tijdens het presenteren mooier dan Jan Joost. Benen wijd, overhemd open, shampoo met bamboe-extract in zijn krullen gesmeerd en dan die dwingende blik in de camera. Er ligt toevallig een voetbalveld achter hem, maar dat maakt niet uit. Geef Jan Joost een microfoon in zijn handen en hij begint te lullen.
Een geboren presentator. Jan Joost lag vanaf het aankleedkussen op de commode al de jurk van zijn moeder te becommentariëren.
Dit seizoen is Jan Joost nog fijner om naar te kijken, omdat hij tegen zijn zin in met Ruud Gullit moet spreken. Dat gaat allemaal van zíjn tijd af. Afgelopen zondag leverde dat in elk geval prachtige haantjes-televisie op. Bij Eredivisie Live heeft iemand bedacht dat het leuk is Ruud naast Jan Joost neer te zetten.
Voor de broodnodige Kijk van de Kenner. Nederlandse sportkijkers schijnen niet zonder te kunnen, de mening van een oud-voetballer. Het zou iets toevoegen. Dat is helaas maar heel zelden het geval.
Het deskundige commentaar van Wim Kieft bij Sport1 lijkt nog het meest op een zich al jaren voortslepende aankondiging van een zelfmoord. Nog nooit iemand zo somber en traag horen spreken over iets waarvan hij schijnt te houden.
Willem van Hanegem, een schitterende voetballer, maar als analist inmiddels meer een stand-up comedian die het studiopubliek probeert te behagen met het voorspelbare Van Hanegem-gemompel. 'Ja, dan kennie dom gaan zitten lachen, maar ik vind dat een rare vraag. Ja, dat mag toch? Hebbie een pak slimmies gegeten of zo?'
Maar het kan dus nog slechter. Ruud Gullit zet een geheel nieuwe standaard. Het is zó gênant dat het vanzelf weer leuk wordt. Vergelijk het maar met een heel slechte weerman van de lokale tv-zender Schemeringen-Oost, die gekleed in een gele oliejas al dertig jaar voorspelt dat het morgen gaat vriezen.
Dat soort zonderlingen breken af en toe opeens door naar de landelijke televisie. Als rariteit. Het fenomeen Ton Ojers, de amateur-trainer met het uiterlijk van een aan heroïne verslaafde Duitse schlagerzanger, die bij AT5 jarenlang lekker mocht beppen over Ajax. Over dat soort culthelden hebben we het.
Volkomen belachelijk zijn en het zelf niet in de gaten hebben, dat is altijd leuk om naar te kijken. Hans Kraay junior bouwde er een carrière mee op.
Ruud Gullit heeft het in zich daarin de allergrootste te worden. Als íémand niet weet hoe lang we ons al gek lachen om hem, dan is het Ruud wel. Gelukkig voor ons vindt Gullit al snel dat hij iets heel goed kan. Dat is de makke van Ruud, denk ik. Hij zegt te snel ja.
Denkt iets te snel dat het wel voldoende is gewoon als Ruud Gullit ergens aan te schuiven. Vreemd genoeg trappen daar nog steeds veel werkgevers in. Gulit dacht tot nu toe dat hij ons samen met Nelson Mandela wereldvrede kon schenken, dacht een zanger te zijn, dacht coach te zijn en nu denkt hij weer dat hij een analist is.
Goed voor ons. Ga snel kijken, voordat het te laat is. Gullit staat er namelijk niet om bekend dat hij de dingen waaraan hij begint ook afmaakt. Intussen is het genieten van onbedoelde satire op hoog niveau. Ik heb me letterlijk tranen gelachen, afgelopen zondag om de rol van Ruud Gullit.
Daar stond hij dan, naast Jan Joost. Niemand had hem geleerd hoe je moet staan als je een microfoon in je handen hebt. Dat moet je kúnnen. Het was ook nog eens zo’n lullige microfoon met een kapje eromheen. Het vervelende van dat soort microfoons is dat je ze zo ontzettend duidelijk in beeld ziet hangen als je er niet in praat.
Bij Jan Joost zag het er vertrouwd uit. Zó doe je dat: kordaat je teksten eruit gooien. Gullit keek alsof hij een dode bunzing vast had. Doodsbang. Door de microfoon in zijn handen, was ook de rest van Ruuds lichaam een beetje in de war.Je ziet mannen wel eens vlak voor de deur van de H&M boos op hun vrouw staan wachten. Zo stond Ruud er afgelopen zondag ook bij in Eindhoven. Alsof hij eigenlijk ergens anders wilde zijn.
Na de wedstrijd voegde Ibrahim Afellay zich bij Jan Joost en Ruud. Dat leverde de mooiste televisie van de afgelopen jaren op. Jan Joost liet Ruud niet aan het woord. Dat deed iets met Ruud. Zijn hele lichaam straalde onbehagen uit. Niemand laat de Grote Ruud zo lang zwijgen.
Opeens greep Ruud zijn kans. Hij begon tegen Afellay te spreken. Ongeveer iets als dit: 'Ik zei al dat jij deze wedstrijd kantelde en dat klopt, want jij was degene die de wedstrijd liet kantelen, wat ik dus al zei, dus dat heb je goed gedaan, want je deed wat ik al zei, je kantelde de wedstrijd en nam PSV bij de hand en dat zei ik dus al, dus echt gefeliciteerd en vind je nou zelf ook dat je deed wat ik al zei, de wedstrijd kantelen?'
Nog nooit een voetballer zó verbijsterd zien kijken en nog nooit iemand zó tevreden zien staan nagenieten van een vraag die eigenlijk maar weer over één persoon ging: over Ruud Gullit zelf.
Nico Dijkshoorn