Ton Lokhoff: ‘Excelsior haalt heus meer dan vijf punten’

Praat mee!

Zelden waren de voetbaldeskundigen bij hun prognoses voor het nieuwe seizoen zo eensgezind bij het benoemen van de aanstaande degradant. Vrijwel alle kenners zien Excelsior afdalen naar de eerste divisie. Trainer Ton Lokhoff (46) ziet dat toch heel anders.

© Pro Shots

fallback image Ton Lokhoff: ‘Excelsior haalt heus meer dan vijf punten’

Excelsior werd in de eerste wedstrijd tegen Roda JC afgelopen zaterdag niet weggespeeld.

Zeker over de eerste helft kan ik niet ontevreden zijn. In de eerste helft kon je zien dat we nog aan het tempo moesten wennen, in die fase werden er fouten gemaakt. Maar in de tweede helft ging het al een stuk beter en creëerden we ook kansen. Voor hetzelfde geld hadden we nog gelijkgespeeld. Die wedstrijd tegen Roda JC geeft mij in ieder geval vertrouwen voor de toekomst.’

Maar vrijwel alle deskundigen wijzen Excelsior aan als degradant. Daar ben je als trainer lekker mee.

Dat valt wel mee. Als je reëel bent en je kijkt naar de begrotingen en de mogelijkheden van de Eredivisieclubs, dan weet je dat je tot de degradatiekandidaten wordt gerekend. Het zij zo.’

Maar wist je vooraf dat de mogelijkheden zó beperkt waren? Excelsior moest zich vooral beperken tot het aantrekken van transfervrije spelers of voetballers uit de eerste divisie. Zelfs Peter van den Berg bleek te duur.

Ja, dat wist ik. Als wij belangstelling hebben in een speler en er komt een andere club in beeld, dan weet je dat je kansloos bent. Kijk maar naar Gert Jan Tamerus die we graag wilden hebben. Of Berry Powel, die ik al heel lang op het oog had, maar die onlangs naar De Graafschap ging. Daar bleek een sponsor bereid hem te betalen. Maar voor ons was Powel niet haalbaar. Ik heb al begin april getekend bij Excelsior en vanaf dat moment zijn we op zoek gegaan naar versterkingen. Ik merkte al snel dat het heel moeilijk zou worden. Aan de andere kant is het dan toch een uitdaging dat je aan het begin van de competitie iets hebt stáán.’

Je tekende al in een vrij vroeg stadium bij Excelsior. Had je geen geduld op een andere club te wachten?

Na mijn ontslag bij NAC wilde ik eerst even afstand nemen. Ik kon bijvoorbeeld ergens in de woestijn gaan werken, maar dat zag ik niet zitten. Toen Excelsior in maart kwam, had ik daar een goed gevoel bij. Het gekke was, dat ik dacht dat Excelsior wel een leuke club voor mij zou zijn toen ik hoorde dat Mario Been naar NEC ging. Maar ik moet eerlijk zeggen dat ik niet uit tien clubs kon kiezen.’

Het is bovendien nog eens extra lastig een succesvolle trainer als Been op te volgen.

Ik zal in elk geval geen kampioen worden zoals Mario, haha. Mijn uitdaging is Excelsior erin te houden. Dat zou ook een topprestatie zijn.’

Past een Brabander wel bij een typisch Rotterdamse club? Hans van der Pluijm mislukte er ooit.

Daar ben ik nou geen seconde bang voor. Ik ken de Rotterdamse mentaliteit, heb van 1988 tot ’91 voor Feyenoord gespeeld en ook daar voelde ik me prima thuis. Ik ben heel direct, zoals veel Rotterdammers.’

Excelsior lijkt er alleen maar zwakker op geworden in vergelijking met vorig seizoen. Zo zijn de drie belangrijkste spelers vertrokken: Mark Otten, Brett Holman, en Civard Sprockel. In hun plaats kwamen vooral elders overbodige spelers.

Dat die drie zouden vertrekken, wist ik ook van tevoren. Maar ik vind dat Excelsior nu ook spelers heeft die in de Eredivisie kunnen verrassen. Dan denk ik bijvoorbeeld aan Daniel Guijo-Velasco die van AGOVV is gekomen, aan Andwelé Slory die veel mogelijkheden heeft, en aan Luigi Bruins, een groot talent en pas negentien jaar. Maar voor Luigi wordt dit na één jaar eerste divisie al zijn debuut in de Eredivisie. Hij moet dan ook nog veel leren, maar dat Bruins heel goed kan voetballen staat vast. Hij is bovendien leergierig. Een goeie jongen die door schade en schande wijzer zal worden. Jarda Simr is er in een vrij laat stadium nog bij gekomen, maar ik ben erg blij met zijn komst. Hij heeft al Eredivisie gespeeld en dat geldt ook voor Jos van Nieuwstadt. Al met al heb ik best een aardige mix.’

De komst van Jos van Nieuwstadt was verrassend. Hij is toch een gerenommeerde verdediger die ongetwijfeld meer keuzemogelijkheden had.

Ik dacht ook dat het heel moeilijk zou worden hem aan te trekken. Toch ben ik uitgebreid bij hem thuis gaan praten. Zijn vrouw was op dat moment hoogzwanger, hij wilde daarom niet al te ver verkassen. Dat zal best meegespeeld hebben bij zijn keus voor Excelsior. Vanaf zijn komst is hij heel gemotiveerd. Ik heb hem ook vrij snel aanvoerder gemaakt en dat vult hij goed in.’

Je raakte in de voorbereiding twee belangrijke spelers kwijt door blessures: Rudy Jansen en Damien Hertog.

Hertog heeft zelfs amper gespeeld en die ben ik door die beenbreuk heel lang kwijt. Toch ook een ervaren speler. Jansen was zelfs al een vaste waarde achterin tijdens de voorbereiding, een winnaarstype en een goeie jongen. Daar kun je als trainer wel gaan lopen janken, maar daar wordt die knie niet beter van. Ferry de Haan probeert na een lange blessureperiode nog terug te komen, maar dat wordt een moeilijk verhaal. Daardoor mis je dus veel ervaring. Ik ben in elk geval blij dat Christian Gyan er later nog bij is gekomen.’

De voorbereiding verliep sowieso niet zo gelukkig met al die oefenpotjes tegen onbeduidende tegenstanders. Daar leek je niet erg gelukkig mee.

Klopt. Dat programma stond al vast toen ik tekende. Aanvankelijk hadden we in de voorbereiding maar twee tegenstanders van formaat: Westerlo uit de Belgische Eerste Klasse en De Graafschap. Later kwam NAC daar gelukkig nog bij. Al die jongens die voor het eerst in de Eredivisie gaan spelen, moeten vooral wennen aan het hogere tempo, aan meer weerstand. Tegen die amateurs hebben je steeds 75, 80 procent balbezit. Dat zal in de Eredivisie misschien iets minder zijn, haha. Maar dat moeten ze wél ervaren. Vooral dat hogere tempo is een kwestie van leren: boem-aannemen-spelen, boem-aannemen-spelen; in beweging zijn met de bal. Tegen die amateurs kun je rustig de bal aannemen, rustig draaien en je staat bij wijze van spreken nóg vrij. En ook in de eerste divisie is het tempo veel lager. Daar trainen we dan ook heel veel op.’

Opvallend was dat jullie van en in Westerlo met 2-1 wonnen, een Belgische middenmoter. Dat gebeurde vooral met defensief voetbal. Gaat Excelsior zo ook in de Eredivisie spelen?

We hebben tegen Westerlo heel gedisciplineerd, compact en vooral als team gespeeld en via counters hebben we toegeslagen. Vooral de razendsnelle Slory kan daar heel belangrijk in zijn. Hij straalt voortdurend dreiging uit. Maar vorig seizoen zette Excelsior meteen steeds druk naar voren, je zou wel érg naïef zijn als je daar in de Eredivisie ook meteen mee gaat beginnen. Maar wanneer het eenmaal gaat lopen, kun je misschien weer die richting op. Tegen NAC probeerden we ook wat behoudend te spelen, maar die wedstrijd verloren we ruim met 5-1 door persoonlijke fouten. Daar is moeilijk aan te werken. Maar het gekke is dat we nog zóveel kansen kregen, dat het op een gegeven moment 3-3 had kunnen zijn. Dat geeft dan weer hoop.’

Johan Voskamp, pas 21 jaar en ook debutant in de Eredivisie, werd zelfs algeheel topscorer van de voorbereiding met twintig goals, zelfs nog vóór Klaas-Jan Huntelaar. Daardoor wordt Voskamp meteen met een hoog verwachtingspatroon opgezadeld.

Tja, als je acht keer scoort in de eerste oefenwedstrijd tegen FSV uit Fijnaart, dan gaat het hard, hoor. Die wedstrijd wonnen we met 28-0, terwijl we er een kwartier voor tijd al mee gestopt zijn. Anders was het misschien wel 40-0 geworden. Dat heeft dus geen enkele waarde. Het is wel de bedoeling dat we met Voskamp als spits beginnen, met Dijkhuizen als pinchhitter. Voskamp is zeker een jongen met mogelijkheden die makkelijk scoort. Maar we zoeken nog wel iets. Voskamp was vorig seizoen tenslotte vooral invaller. We hebben ook Robert Braber nog voor die positie, maar hij is niet echt een diepe spits. Met komende spelers vanuit het middenveld moet je voorin een spits hebben die ook als aanspeelpunt kan fungeren. Daarbij kijken we ook nog altijd rond voor versterking achter in het centrum. Nu Gyan erbij is gekomen ziet het er al een stuk beter uit, maar we zitten nog altijd wat dun in onze verdedigers.’

Bij NAC Breda kon je over heel wat meer kwaliteit beschikken. Heb je daardoor concessies aan je voetbalvisie moeten doen?

Ik probeer ook nu zoveel mogelijk puur van voetbal uit te gaan. Dat kan ook met deze selectie. Heracles kan veel meer fysiek spelen, daar hebben wij de spelers niet voor. Achterin hebben we jongens als Sigourney Bandjar, Gyan, Mitchell Piqué en Sieme Zijm die het stuk voor stuk niet van hun fysiek moet hebben. En ook Van Nieuwstadt is een echte voetballer. Op het middenveld hebben we René van Dieren, die wél fysiek sterk is, maar Simr en Guijo-Velasco moeten het weer vooral van hun voetballende kwaliteiten hebben. Aan de zijkanten voorin heb je Sebastiaan Steur en Slory; hetzelfde verhaal. We zullen dan ook heel compact moeten spelen, waarbij iedereen bij balverlies verdedigend meedoet.’

Ga je wel uit van 4-3-3?

Dat is de bedoeling. Daar is deze groep ook het meest geschikt voor, hoewel ik wel de spelers heb om 4-4-2 te spelen.’

Excelsior speelt al jaren attractief voetbal en is een gemoedelijke club waar nooit problemen zijn. En toch komen er elk seizoen weer teleurstellend weinig toeschouwers. Hoe kun je dat beeld doorbreken?

Ik denk dat een trainer dat niet kán doorbreken. Dat is meer een kwestie van de clubleiding. Ik denk in elk geval niet dat het te maken heeft met de aanwezigheid van Sparta en Feyenoord. Dat zijn heel andere type clubs die bovendien op behoorlijke afstand van Woudestein spelen. Misschien zou je de faciliteiten voor de toeschouwers kunnen verbeteren. Op de hoofdtribune kun je vóór en na de wedstrijd gezellig een drankje drinken. Die tribune zit dan ook altijd vol, heb ik begrepen. De mogelijkheden daarvoor zijn op de andere tribunes misschien wat minder. Alle stadions zijn de laatste jaren enorm verbeterd qua faciliteiten, omdat de mensen steeds meer verwend worden. Het is een teken van deze tijd. Een andere reden dat hier weinig mensen komen, zou ik ook niet weten. Zelfs toen Excelsior een paar jaar geleden in de Eredivisie speelde, zat het lang niet altijd vol, terwijl er toch maar 3.500 mensen op Woudestein kunnen. In die tijd had Excelsior bovendien een goeie ploeg met namen als Buffel, Kalou, Boutahar, El Hamdaoui, Swerts, Breuer, noem maar op. Die spelen nu allemaal bij topclubs of goeie Eredivisieclubs.’

Excelsior werd ook lange tijd gezien als Feyenoord 2 met al die uitgeleende spelers en dreigde daardoor zijn eigen identiteit te verliezen. Dat kan ook een reden zijn.

Dat zal dan komend seizoen moeten blijken, want we hebben nu geen Feyenoord-talenten meer. Maar ik geloof niet dat het daaraan ligt. Mensen willen gewoon leuk voetbal zien, ik denk niet dat het veel uitmaakt welke spelers daarvoor moeten zorgen.’

Op gezag van Wim Jansen is het samenwerkingsverband met Feyenoord op een laag pitje gezet. Hij ziet Feyenoord-talenten op huurbasis liever uitkomen voor meer aansprekende Eredivisieclubs omdat het rendement daar hoger zou zijn.

Of het rendement bij die andere clubs groter is vraag ik me af, want ik heb net al de spelers genoemd die hier allemaal zijn doorgebroken. Ik ben zelf als negentienjarige bij NAC ook begonnen met degradatievoetbal en daar ben ik echt niet slechter van geworden. Maar jammer voor Excelsior is het natuurlijk wel. Feyenoord heeft nog altijd spelers die daar nauwelijks aan spelen toekomen en die voor ons heel bruikbaar zijn. Afgelopen seizoen hebben Otten, Sprockel en Holman zich hier toch ook heel goed ontwikkeld? Maar of het samenwerkingsverband helemaal over is, weet ik niet. We hebben nu Gyan er toch weer bij gekregen.’

Ben je niet bang dat jouw trainerscarrière vroegtijdig voorbij is als je na je ontslag bij NAC Breda met Excelsior roemloos degradeert?

Dat hoor ik wel vaker. Maar ik vind dit gewoon een mooie club, anders had ik het niet gedaan. Ik ga me echt geen zorgen maken over mijn eigen situatie, want dan straal je bij voorbaat al angst uit. Wanneer heb je het bij Excelsior goed gedaan? In elk geval als we erin blijven. Maar misschien ook wel als aan het eind van het seizoen blijkt dat een aantal spelers beter is geworden, maar we het net niet hebben gered. Kijk, als je vijf punten haalt in een heel seizoen, dan zou ik het niet best gedaan hebben. Maar daar ga ik absoluut niet van uit.’

Je hebt in elk geval al ervaring met degradatievoetbal opgedaan bij NAC, als speler én als trainer.

Wacht even, toen ik bij NAC als trainer wegging, stonden we twaalfde. En ook de jaren daarvóór zijn we nooit echt in gevaar geweest. Als speler heb ik wel degradatievoetbal gespeeld, maar dat is al érg lang geleden. Ik probeer mijn spelers er nu wel zo goed mogelijk op voor te bereiden wat ze straks te wachten staat.’

Wat is de belangrijkste les die je van de periode als hoofdtrainer bij NAC hebt geleerd?

Na een lange stilte: ‘Dat we een beetje te euforisch waren aan het begin van het vorige seizoen. De nieuwe spelers die ik had gehaald waren allemaal transfervrij. Iedereen riep maar dat ik verschrikkelijk veel geld in spelers heb geïnvesteerd, maar dat was helemaal niet waar. Ik heb juist alleen maar bezuinigd. Toch gingen we voor de eerste negen. Toen ik weg moest stonden we dus twaalfde, maar er waren op dat moment wel een aantal belangrijke spelers geblesseerd. Wat ik dan weer leuk vind, is dat spelers als David Mendes da Silva en Julian Jenner zich enorm goed hebben ontwikkeld en nu aan AZ zijn verkocht.’

Had je bepaalde zaken niet anders moeten aanpakken, zoals met de komst van Pierre van Hooijdonk?

Vind ik niet. We hadden een goedwillende groep. Natuurlijk hadden we een echte vedette met Pierre, maar al die verhalen over hem waren de grootste flauwekul. De spelers konden bijvoorbeeld heel goed met hem opschieten. Maar in Nederland accepteert het publiek vaak niet dat iemand een vedette is. Er werd me ook kwalijk genomen dat ik bevriend was met Pierre. Nou, ik heb zelden zo makkelijk met een speler gewerkt als met hem. Mensen beweerden dat Pierre alles bepaalde, het sloeg werkelijk nergens op.’

Was je ook niet te clubgebonden? Je bent er vele jaren speler en assistent-trainer geweest.

Natuurlijk ben ik een echte clubman. Dan zeggen ze achteraf: “Je had beter eerst naar een andere club kunnen gaan”. Maar dat is niet altijd uit te stippelen. Toen Henk ten Cate onverwacht wegging, had ik ook meteen het idee: Nu ga ik het zelf doen. Het eerste jaar ging het goed, het tweede seizoen was wat minder, alleen het laatste jaar was écht minder. Ook al doordat we onze beste spelers hadden moeten verkopen, zoals Alfred Schreuder, Orlando Engelaar, Csaba Fehèr, Gábor Babos, noem allemaal maar op.’

Na jouw vertrek kreeg Cees Lok NAC helemáál niet meer aan het voetballen. Gaf jou dat toch nog enige voldoening?

Geen voldoening, maar het was wel een bevestiging dat ik het niet zo verkeerd had gezien. Als ze nou ineens alles waren gaan winnen, had je kunnen zeggen dat ik het niet goed heb gedaan met NAC. Met Lok had ik trouwens helemaal geen probleem.’

Hoe heb je het ontslag verwerkt?

Ik had er maar een dag of tien voor nodig. Ik ben een week op vakantie gegaan, heb er met mijn vrouw over gesproken, niet eens urenlang. En het was klaar. Het boek NAC was dicht. Ik ben daarna ook lekker op de tribune gaan zitten bij NAC en heb ontspannen naar het voetbal zitten kijken. Zo leer je jezelf toch weer wat beter kennen.’

Wanneer je als hoofdtrainer begint heb je ongetwijfeld bepaalde ambities. Heb je die nu moeten bijstellen?

Nee, als trainer streef ik nog steeds naar de top. Dat deed ik als speler ook en dat is toch aardig gelukt. PSV en Feyenoord zijn toch niet de minste clubs en ik heb nog twee interlands gespeeld. Maar ook als speler had ik geen idee wat ik kon bereiken toen ik begon. Als trainer wil ik hoe dan ook weten waar mijn plafond ligt. Misschien is dat wel vijftien jaar bij een eerstedivisieclub. Of tien jaar bij een topclub. Maar het belangrijkste is dat ik met mijn hele ziel en zaligheid bij een club kan werken. En dat kan bij Excelsior. Ik rijd nog elke dag met veel plezier van Prinsenbeek naar Rotterdam. Een ontslag is natuurlijk nooit leuk, maar dat moet je niet je hele leven als een zware rugzak meedragen.’

Hoop je nog op een revanche bij NAC?

Ik zou er best ooit weer willen werken, maar niet om revanche te nemen. Althans, hooguit revanche nemen op een sportieve manier. Maar voorlopig denk ik daar helemaal niet aan. Dan zouden er bij NAC nog heel wat dingen moeten veranderen en zouden er mensen moeten zijn vertrokken. En dat kan nog jaren duren.’

Heeft het ontslag je gehard?

Zeker. Er is mij ook vaak gevraagd een aantal zaken in de openbaarheid te brengen, maar dat heb ik nooit gedaan. Ik heb alles binnenskamers gezegd tegen de mensen met wie ik werkte. Ik heb ook nooit met het idee rondgelopen van: Ik had dit moeten zeggen, ik had dat moeten zeggen. Dat heb ik gedaan toen ik er werkte.’

Waardoor is NAC zo’n moeilijke club voor een trainer?

NAC ís Breda. Dat merkte je vooral een aantal jaren geleden, toen NAC op het punt stond failliet te gaan. Dan gaat Breda zich roeren en dan komt er heel wat los. Dan merk je dat alles kan, behalve dat NAC failliet gaat. Dan merk je pas hoe groot en heftig zo’n club is. Dat is leuk als het goed gaat en veel minder leuk als het niet goed gaat. Maar het heeft natuurlijk wel iets. Zelfs vorig jaar, in dat slechte seizoen, zat het bij elke thuiswedstrijd vol. Het zal ook altijd mijn club blijven. Toen ik bij Feyenoord, PSV en in Frankrijk bij Nîmes speelde, voelde ik me enorm betrokken bij die clubs. Zoals ik me nu ook bij Excelsior betrokken voel. Maar NAC is toch iets anders, je kunt maar supporter zijn van één club. Daar stond ik al als zesjarige achter de goal in dat prachtige ouwe stadion aan de Beatrixstraat.’

Wordt NAC-Excelsior een beladen wedstrijd voor je?

Welnee! Het is straks handjes schudden en dan gaan we gewoon lekker voetballen. Het lijkt me juist leuk weer terug te zijn in dat sfeervolle stadion.’

Ton Lokhoff: ‘Excelsior haalt heus meer dan vijf punten’