Tien vragen aan: Wesley Sneijder

Praat mee!

Bevrijd van de punt naar achteren, bloeit Wesley Sneijder (22) op in het Nederlands elftal, terwijl hij bij Ajax wekelijks tot de beste spelers behoort. De middenvelder lijkt klaar voor een buitenlandse topclub. ‘Ik kan me nu concentreren op de dingen waarin ik goed ben.’

© Pro Shots

Tien vragen aan: Wesley Sneijder

Iedereen is tevreden over de uitwedstrijd tegen Bulgarije, maar heeft Oranje in Sofia niet gewoon twee punten verloren?

‘Het is natuurlijk jammer dat we niet wonnen, maar we mogen niet vergeten dat dit een lastige uitwedstrijd was. Als we woensdag (vanavond, red.) winnen van Albanië, hebben we tien uit vier en dat is gewoon goed. We zijn voetballend slecht aan deze reeks begonnen, maar tegen Bulgarije hebben we laten zien dat we progressie maken. Die lijn moeten we zien vast te houden.’

Welke invloed had het bedanken van Mark van Bommel en de trammelant rond de afwezigheid van Ruud van Nistelrooy op de spelersgroep?

‘Wat mij betreft had het géén invloed. We zijn bij elkaar gekomen en hebben dezelfde dingen gedaan zoals altijd. Het is nooit leuk te horen dat spelers bedanken voor het Nederlands elftal, ik heb het ook niet zien aankomen, maar het is de beslissing van Van Bommel. Ik vond de manier waarop we tijdens de wedstrijd en in de rust met elkaar omgingen erg opvallend en prettig. Het is lang geleden dat de coaching in Oranje zo positief was. We hadden allemaal het gevoel dat er méér te halen was en dat spraken we ook op een positieve manier tegen elkaar uit. Iedereen was continu bezig elkaar op te peppen en zo hoort het ook.’

Vind je ook niet dat met name Van Bommel bij bondscoach Marco van Basten minder krediet had dan andere spelers?

‘Zo heb ik dat niet ervaren. We hebben het er in de groep één dag over gehad en daarna sloten we dat hoofdstuk af.’

Hoe komt het dat jouw status bij Oranje is veranderd?

‘Ik voel nu veel meer vertrouwen, ook van publiek en media. Tijdens het WK had ik het idee dat er extra op mij werd gelet Sommige mensen vanuit de media waren het niet eens met de rol die ik in het elftal vervulde. Ik speelde in Duitsland als controlerende middenvelder, met de punt naar achteren. Dat is inderdaad niet míjn positie, omdat ik op die manier weinig voor het doel van de tegenstander verschijn. Ik speelde dus een beetje tegen mijn natuur in. En tóch, als je het gaat analyseren, heb ik mijn opdracht goed ingevuld. Het was ook weer een goed leermoment. Als het aan mij ligt speel ik liever nooit meer met de punt naar achteren, hoewel ik er wél kan spelen als de tegenstander minder is en niet met een echte nummer 10 voetbalt.’

Merk je dat jullie tijdens het WK veel goodwill hebben verloren?

‘Er had meer in gezeten, maar mijn ervaring is ook dat de uitschakeling in de achtste finale tegen Portugal teleurstellend was. En dan merk je inderdaad dat je als Nederlands elftal toch weer wat vertrouwen moet terugwinnen van het publiek. De wedstrijd tegen Wit-Rusland was niet bepaald lekker om te spelen, de mensen keerden zich tegen ons. Iedereen wilde vervolgens van alles doen, we liepen als idioten door elkaar heen en die Wit-Russen stuurden ons van het kastje naar de muur. Op zo’n moment missen we Phillip Cocu, maar oké, we hebben het meegemaakt en trekken er lering uit. Dat zag je tegen Bulgarije, daar speelden we gewoon goed. Het publiek mág ook kritisch zijn. Je weet toch hoe het gaat? Een paar keer winnen en goed spelen, en de mensen staan weer op de banken.’

Wat heeft het WK jou geleerd?

‘Ik heb een EK en een WK meegemaakt en het is een wereld van verschil. Een WK is zóveel groter, er is zóveel meer aandacht, daar moet je mee leren omgaan. Op elke wedstrijd ligt de druk van het moeten presteren. Ik ben 22 jaar en met een EK en WK in de benen heb ik daar alleen maar profijt van. Zo’n wedstrijd als FC Utrecht-Ajax en alle heisa eromheen… Moet ik me daar nog druk over maken?’

Je wekt haat op in Utrecht. Waarom?

‘Geen idee. Ik kom weliswaar uit Utrecht, maar speel vanaf mijn zevende voor Ajax. Ikzelf heb helemaal niets tegen FC Utrecht. Ik snap ook wel dat de meeste supporters zaterdagavond de kroeg ingaan, er zondagochtend weer uitrollen en direct doorgaan naar het stadion. Mij maakt het niets uit wat ze tegen me roepen, het geeft me juist positieve energie. Adrenaline. Er is blijkbaar toch iets in mijn spel wat ze niet fijn vinden.’

FC Utrecht-aanvoerder Gregoor van Dijk voorspelde al in De Telegraaf dat je ‘een doodschop’ kon verwachten. Hij gáát vervolgens op je gezicht staan, krijgt vijf wedstrijden schorsing en jij bent in je verklaring richting KNVB collegiaal door te zeggen dat je niet kon beoordelen of hij dat met opzet deed. Waarom?

‘Omdat ik dacht dat de beelden wel voor zich zouden spreken en ik er niet van hou een collega te beschuldigen. Misschien is het onzin, maar dat is een soort erecode, zoiets doe je niet. Je komt elkaar altijd weer tegen. Dat de tuchtcommissie hem vijf wedstrijden geeft, viel te verwachten. Wat ik níét snap is dat de club FC Utrecht zo’n interview heeft toegelaten en geautoriseerd. Als je dat bij ons doet, heb je een groot probleem. Sterker nog, ik denk dat zeventien van de achttien Eredivisieclubs zoiets niet zullen accepteren, maar bij FC Utrecht op de een of andere manier wél. Ik denk omdat het tegen Ajax gericht is. Het gekke is dat ik tijdens de wedstrijd niet zoveel last had van Van Dijk. Ik vond dat hij me nogal veel ruimte liet om te voetballen.’

Je bent in vorm, in hoeverre heeft dat te maken met het aankoopbeleid van Ajax voor dit seizoen?

‘In die zin dat ik me nu kan concentreren op dingen waarin ik goed ben. Er zit nu veel meer balans in het elftal. Jaap Stam zorgt van achteruit voor de coaching, zodat de linies kort op elkaar voetballen. Gabri en Roger zijn middenvelders die controlerend kunnen spelen, jongens met ervaring en inzicht. Ik hoef me niet meer zoveel zorgen te maken als ik mijn tegenstander een keer laat lopen. Die wordt toch wel opgevangen. We kunnen achterin ook een-op-een spelen en dan maakt het niet uit of we dat met Stam-Grygera of Stam-Vermaelen doen. Ik kom dan ook veel meer tot mijn recht, omdat ik op mijn sterke punten wordt benut.’

Je bent 22, net vader geworden en in de vorm van je leven; klaar voor de volgende stap in je carrière?

‘Ik voel dat ik dicht bij dat punt ben aanbeland, maar ik ga geen overhaaste beslissingen nemen. Ik heb nog een contract bij Ajax tot 1 juli 2009 en als ik wegga, moet ik een goed gevoel hebben bij een eventuele nieuwe club. Maar voorlopig ben ik nog steeds speler van Ajax. Ik wil me dit jaar verder ontwikkelen en dan zien we het vanzelf wel.’