Tien vragen aan: Ibrahim Afellay
Dankzij drie doelpunten van Jefferson Farfán behaalde PSV afgelopen week wederom twee minimale overwinningen, op FC Utrecht (1-2) en Heracles Almelo (1-0). De landskampioen is ondanks de gedaantewisseling van vorige zomer op weg naar een nieuwe KNVB-schaal. Ibrahim Afellay (19) stevent af op zijn eerste landstitel als basisspeler in Eindhoven.
© Pro Shots

Waarom ging het zo moeizaam tegen Heracles Almelo?
‘Ik ben zeker niet ontevreden. Kijk, misschien winnen we dan maar met 1-0, maar Heracles heeft zeker wel kwaliteiten. Ze hebben niet voor niets al zoveel punten en kijk eens waar ze resultaten hebben gehaald: bij Ajax en AZ. En wijzelf hebben in de eerste competitiewedstrijd óók gelijkgespeeld tegen Heracles. Vrijdag dacht je misschien ook op voorhand dat AZ even over Sparta heen zou walsen. Maar zelfs met een man meer scoorde AZ pas in de laatste minuut. Dat geeft toch wel wat aan.’
Dat de Eredivisie geen Mickey Mouse-competitie is?
‘Het zegt zeker iets over de kwaliteit van de competitie. De titelstrijd is heel spannend en dat zal wel zo blijven tot het eind, en ook de meeste ploegen onderin hebben veel kwaliteit. Het is helemaal niet zo dat je tegen sommige tegenstanders zeker bent van een goed resultaat. Ik geloof dat de Eredivisie sterker is geworden. Tegen Heracles scoren we wederom uit een spelhervatting. Dat is een grote kracht van ons, met in het achterhoofd dat we ook via het veldspel altijd wel kansen creëren. Tegen FC Utrecht maakten we bijvoorbeeld twee goals uit een vloeiende aanval. Soms zie ik Jefferson Farfán dingen doen waarvan ik denk: Wat doet hij nou? Tegen Heracles was hij met zijn vrije trap alwéér doorslaggevend.’
Ook jij neemt regelmatig een corner of vrije trap.
‘Op voorhand worden daar afspraken over gemaakt en dan moet je ook je verantwoordelijkheid nemen als je daar staat. Daar train ik veel op, want ik probeer mijn tweebenigheid steeds meer te perfectioneren. Op die manier hoop ik uit sommige situaties toch meer rendement te halen. De perfecte wedstrijd bestaat voor mij niet, het kan altijd beter. Ik probeer me zo goed mogelijk te ontwikkelen. Niet alleen als voetballer, maar ook als mens.’
Past daarin ook de wens van de KNVB, die jou als rolmodel wil om de integratie te bevorderen?
‘Dat heb ik ook gelezen, maar zelf weet ik daar niets van. Ik ben daarvoor niet benaderd. Ik concentreer me op mijn ontwikkeling als speler. Technisch en tactisch leer ik steeds bij. Het is duidelijk waarom het zo ideaal is je in het elftal van PSV te ontwikkelen. We hebben een ideale mix van talent en ervaring. Het lijkt me duidelijk dat Phillip Cocu een heel ervaren en fantastische speler is. Als je ziet hoe hij als mens is, daar heb ik geen woorden voor. Kijk eens op zijn lijst waar hij allemaal heeft gespeeld. Als je dan ziet hoe hij met de jonge spelers bezig is om ze dingen te leren, dan kan ik alleen maar zeggen: hij is mijn grote voorbeeld. Ook André Ooijer is heel belangrijk voor mij.’
Waarom?
‘Hij zegt vaak dat ik net een stapje naar links of naar rechts moet doen. Dat zijn toch de dingen die bepalen of je wel of niet goed staat. Daarbij is Ooijer gewoon van heel grote waarde in ons team. Hij schakelt geweldig om bij balverlies en balbezit, zet de jonge spelers op hun plek, is daarnaast nog bezig met zijn eigen spel en pakt daarbij ook een grote verantwoordelijkheid. Het is ongelofelijk wat hij allemaal tegelijk kan. Ons eerste doelpunt tegen FC Utrecht ontstaat toch op het moment dat Ooijer mee naar voren komt.’
Hoe speciaal was het voor jou in De Galgenwaard tegen FC Utrecht te spelen?
‘Ik ben opgegroeid in Utrecht en woon er nog steeds. Het is mijn stad. Normaal gesproken sta je als toeschouwer tussen het publiek naar Utrecht te kijken, nu was ik basisspeler van PSV. Dat is natuurlijk heel apart. Familie en bekenden, ze zaten allemaal op de tribune. Twee jaar geleden was ik al eens ingevallen in De Galgenwaard. Best wel raar als je ’s middags van huis gaat naar Eindhoven, om dan vlak daarna terug te reizen voor een wedstrijd in Utrecht. Maar als het fluitje van de scheidsrechter gaat, is dat allemaal over. We hebben weer gewonnen en zo gespeeld als in veel wedstrijden: niks doorlaten en onze kansen komen vanzelf wel.’
Trainer Guus Hiddink wil graag dat PSV qua veldspel méér laat zien dan in de wedstrijden rond de winterstop. Van hem mogen jullie best wat meer risico in het spel leggen in plaats van steeds maar plichtmatig een back aanspelen.
‘Daar hebben we over gesproken en daar ben ik ook mee bezig. Via een actie probeer ik wat te creëren. Die slaagt dan misschien niet altijd meteen, maar door de dreiging die zo’n actie meeneemt, moet de tegenstander toch een paar stappen zetten. Daardoor komen dan misschien weer andere spelers vrij.’
Van jouw voetbalkwaliteiten was iedereen vanaf het begin overtuigd, alleen in fysiek opzicht bestonden er twijfels. Hapert jouw lichaam weleens in zo’n overvol wedstrijdschema?
‘Ik moet zeggen dat het aardig gaat, al krijg ik regelmatig een paar flinke tikken in de duels. Soms moet je risico nemen, omdat je een man-meer-situatie moet creëren. Maar soms vraagt de situatie ook om rust te bewaren door de bal vast te houden. Misschien neemt op die momenten de frustratie toe bij de tegenstander. Maar dat zijn dingen die horen bij het profvoetbal, daar moet ik me maar tegen wapenen. Ik kan daar wel steeds makkelijker mee omgaan, voel me ook steeds sterker. Misschien bedoelen mensen dat ik soms blessures heb, maar dat komt ook doordat ik volgens mij nog niet uitgegroeid ben. Daarbij is het voor mij ook allemaal nieuw om twee of drie wedstrijden in de week te spelen. Vooral vanaf nu krijgen we een loodzwaar programma, met moeilijke tegenstanders en de wedstrijden in de Champions League tegen Olympique Lyon. Dat vergt heel veel van je lichaam. Voorafgaand aan dit seizoen had ik één doel voor ogen: zo lang mogelijk fit blijven. Dat lukt behoorlijk en daar ben ik echt heel blij mee.’
Zit jij al rustig achterover als de opstelling bekend wordt gemaakt?
‘Nee, absoluut niet. Dat is toch elke keer een spannend moment.’
Je speelde dit seizoen al zeventien keer. Dan mag je wel constateren dat Hiddink jou ziet als de meest ideale opvolger van Mark van Bommel.
‘Haha, dat is niet aan mij om te bepalen. Ik weet echt niet zo goed wat ik daarop moet zeggen.’





