Tien vragen aan: Guus Hiddink
Ook de jongste leegloop weerhoudt PSV niet van succes in Europa. Technisch directeur/trainer Guus Hiddink bewijst zich opnieuw als manager van wereldklasse. In no time bouwde hij aan een fonkelnieuw winnend elftal mét perspectief.
© Pro Shots

Ondanks het vertrek van vijf basisspelers leidt PSV de Eredivisie en staat het ook bovenaan in een van de zwaarste Champions League-poules. Bent u verbaasd?
‘Het verbaast me aangenaam, en het verrast me ook wel. We hebben de nodige aderlatingen moeten verwerken en ik wist ook wel dat de vervangingen capabel zouden zijn, maar het is heel goed om te zien dat het al in zo’n korte periode is gegroeid. Ik werk met spelers die fris zijn in hun mentaliteit en coachbaar zijn.’
Heeft PSV hetzelfde onoverwinnelijke gevoel als vorig jaar?
‘Nou, tóén dachten we echt: Wie doet ons wat? Dat soevereine gevoel hebben we nu nog niet.’
Cijfermatig presteert PSV toch vergelijkbaar. Vorig seizoen had u op dit moment in de competitie slechts één punt meer.
‘De organisatie staat inderdaad opnieuw uitstekend, we krijgen net als vorig jaar weinig doelpunten tegen. Toen scoorden we alleen wel wat meer. Maar ik kan niet ontevreden zijn. De manier waarop we als een blok spelen, met Alex, Ooijer, Cocu, Simons en Afellay, dat heeft zich heel sterk ontwikkeld.’
PSV houdt de nul in de dubbele confrontatie met AC Milan en ook thuis tegen Ajax en AZ. Het is wat u betreft dan ook geen toeval dat André Ooijer weer bij de selectie van Oranje zit?
‘Ooijer heeft vorig seizoen veel als rechtsachter gespeeld en staat nu weer in het centrum. Daar komt hij misschien nóg beter tot zijn recht. André staat daar al weken rotsvast te spelen. Hij kan goed organiseren en heeft ook veel ervaring. Het is mooi voor hem dat hij weer is opgeroepen voor het Nederlands elftal. Nu zitten we op eenderde van de competitie en volgt er een break vanwege het interlandvoetbal. Aan het eind van het eerste blok kan ik zeer tevreden zijn over wat we sinds de zomer hebben opgebouwd. Tegen Sparta hadden wij afgelopen zaterdag even de alarmbel nodig met die grote kans van Jason Oost, maar wij hebben toch opnieuw bewezen dat we zo’n zware Europese wedstrijd een degelijk vervolg kunnen geven.’
PSV bedwong AC Milan vorige week al voor de derde keer op rij. Hoe speciaal is dat?
‘Uiteraard ben ik daar zeer blij mee. Als je tegen AC Milan een bonus van één punt kunt halen, dan doe je het goed. Een bonus van dríé punten is zelfs uitstekend. Ik ben blij dat het team doorheeft waar het internationaal om gaat. In de thuiswedstrijd hebben we meer laten zien dan in Milaan, doordat we niet alleen hebben geleund op de defensieve organisatie. We hebben ook zelf gevoetbald. Hun zwakte zit niet in de aanval, dus met onze spitsen en middenvelders hebben wij geprobeerd de aanvoer te verstoren. Dat is gelukt en daarvoor verdienen de spelers een groot compliment. Ons zelfvertrouwen is gedurende die wedstrijd alleen maar verder gegroeid. Het is een heel mooie avond voor het Nederlandse voetbal geweest. Dat Nederland een mooi sportland is, is de hele wereld over gegaan.’
Waarom liet u de zeventienjarige Ismail Aissati uitgerekend debuteren in de zwaarst denkbare wedstrijd?
‘De opstelling met Aissati had ik een paar dagen van tevoren al klaar. Daar had ik geen enkel kromme-tenen-gevoel bij. Sinds zijn stageperiode in de voorbereiding tot nu heeft hij zich uitstekend aangepast. Tijdens een aantal invalbeurten had hij zich al bewezen. In de trainingen heb ik hem bewust tegenover internationaal gelouterde spelers gezet als Phillip Cocu en André Ooijer. Dat kon hij al aan, een mooie ontwikkeling voor een jongen die pas zeventien jaar en drie maanden oud is. Van nature heeft hij veel voetballend vermogen en persoonlijkheid. Aissati eist én krijgt de ballen van gelouterde internationals. Hij kan bovendien een ander zeer goed laten voetballen.’
Heeft u ooit een talent onder uw hoede gehad dat op die leeftijd al zo volwassen kon spelen?
‘Hij is een van de zeer weinige spelers die op zeventienjarige leeftijd al zó uitgebalanceerd zijn. Van nature heeft Aissati veel technische vaardigheid; hij ziet het spelletje en kan bovendien op verschillende middenveldposities spelen.’
Hoe gaat Aissati om met de hype die rondom hem is ontstaan?
‘Die hype ligt natuurlijk indirect aan zijn presteren, maar daar kan hij zelf weinig aan doen. In de huidige mediawereld krijg je al snel heel veel aandacht van de media. Hij is al voor van alles gevraagd, je kunt het zo gek niet bedenken. Aissati heeft het heerlijk naar zijn zin, maar wij zullen niet meewerken aan een hype. Hij heeft bewezen dat hij onder een goede druk kan presteren, maar blijft een heel nuchter en goed ventje. We hebben bij PSV geen enkele angst dat hij gaat zweven.’
Ook Roy Beerens en Guy Dufour trainen regelmatig met de eerste selectie van PSV en zitten soms ook op de bank. Hoe dicht zijn zij bij een debuut?
‘Beerens en Dufour zijn toch wat andere types dan Aissati en ook Afellay. Zij zijn nog verder van het eerste elftal verwijderd, maar leren heel veel. Dat gaat steeds beter, maar nog niet zodanig dat ik ze al helemaal klaar acht. Dat heeft ook met andere spelers te maken die op hun posities voetballen.’
Na de zege op Milan heeft heel Nederland het duo Afellay-Aissati in de armen gesloten. In hoeverre heeft hun doorbraak te maken met de revolutie in de jeugdopleiding?
‘Dat moet je niet al te revolutionair zien. We hebben niet veel méér gedaan dan de mensen enthousiast maken. We hebben de vraag gesteld: willen we nou echt eens op de jeugdopleiding inzetten? Daar is heel enthousiast op gereageerd, ook door de commissarissen die groen licht gaven voor de bouw van een nieuwe accommodatie. Als dat gebeurt, kun je ook eisen gaan stellen. Er heerst nu een topsportklimaat en we hebben een duidelijke lijn neergezet. Nu Aissati en Afellay hebben gespeeld, hebben mensen al gauw de neiging te zeggen: Dat is míjn speler. Ik zeg niet dat het hier gebeurt, maar daar moet je wél voor waken. Wij kunnen alleen de voorwaarden creëren, maar uiteindelijk brengt de speler zichzélf naar het eerste elftal.’





