Tien vragen aan: Erwin Koeman
De titelrace van dit seizoen lijkt gelopen: PSV wordt kampioen en Feyenoord mag zich met (hooguit) de tweede plaats gaan richten op de play-offs. Toch kijkt trainer Erwin Koeman nu al tevreden terug op het jaar waarin zijn ploeg in elk geval lang druk heeft kunnen houden op de koploper uit Eindhoven. Dat alleen al is winst.
© Pro Shots

PSV wordt kampioen.
‘Zou kunnen, maar ik vind het te vroeg nu al de handdoek te gooien. Over twee weken weten we het zeker, dan heeft PSV tegen SC Heerenveen gespeeld en zijn ze op bezoek geweest bij Ajax. Ik denk dat je na die duels pas écht kunt zeggen of PSV kampioen is. Tot die tijd moeten wij de druk erop houden. We spelen zelf nu twee keer thuis, tegen FC Utrecht en RKC Waalwijk. Dat moet zes punten opleveren, al zal het nog moeilijk genoeg worden. FC Utrecht wordt waarschijnlijk de moeilijkste tegenstander die we nog krijgen in De Kuip. Maar ik blijf hopen. Zolang de race niet is gelopen, doen wij er nog steeds alles aan kampioen te worden.’
Wat is het verschil tussen PSV en uw elftal?
‘PSV is gewend mee te doen om de titel. Die ploeg speelt al jaren topwedstrijden, ook in de Champions League. Dat is een wezenlijk verschil. Als je PSV vergelijkt met Feyenoord, dan hebben wij te weinig spelers die zulke duels in de benen hebben. Misschien één of twee en dat is te weinig.’
Kunnen uw spelers omgaan met de druk?
‘Dat geloof ik wel, al kan PSV dat beter. Zij weten wat het is, hoe het voelt. Ik geloof wel dat dat een voordeel is.’
Feyenoord is vrijwel het gehele seizoen in de achtervolging geweest op PSV. Kunt u eens uitleggen hoeveel kracht dat kost?
‘Ontzettend veel, zowel mentaal als fysiek. PSV kan het zich veroorloven eens een steekje te laten vallen, wij niet. Als wij punten verliezen, wordt de achterstand alleen maar groter. Het is moeilijk dat heel lang vol te houden; elke misstap is meteen fataal. Dat neemt een ploeg mee het veld in, het zit altijd in je achterhoofd, dat móéten winnen. Aan de andere kant moeten we reëel blijven. Het is natuurlijk fantastisch dat we in maart nog steeds in de race zijn voor de titel.’
Wie dat aan het begin van dit seizoen had voorspeld, was voor gek verklaard.
‘Precies. We hebben het tot nu toe boven verwachting gedaan, maar je weet hoe het gaat. We zijn bij Feyenoord allemaal mensen en dus is het logisch dat je méér, méér, méér wilt. De kans bestaat dat we tweede worden en dan zouden we ons normaal gesproken hebben geplaatst voor de voorronden van de Champions League. Het frustrerende is dat we dit seizoen nog play-offs moeten spelen. Die tweede plaats is dus in feite weinig tot niets waard. Dat vind ik oneerlijk. Als je na een heel seizoen als tweede eindigt, moet je in de voorronden van de Champions League kunnen spelen.’
Moet Feyenoord niet gewoon blij zijn met de play-offs? Gemiddeld wordt de club derde.
‘Nee, hoor. Want als AZ of Ajax als tweede was geëindigd, zou ik er net zo over denken. Het klopt niet, het is niet eerlijk, welke draai je er ook aan geeft.’
Welke aanpassingen vragen de play-offs aan een trainer/coach?
‘Zodra het zeker is dat wij geen kampioen meer kunnen worden, zullen we bepaalde spelers meer rust moeten geven. Ook tijdens de trainingen moeten we misschien iets meer gas terugnemen. We moeten na de competitie immers nog vier topwedstrijden spelen. Dan gaat het erom wie fris is in de kop, wie mentaal nog iets extra’s kan brengen. Ik geloof wel dat wij dat kunnen. We zijn dit seizoen vooral goed geweest in de topwedstrijden tegen Ajax, PSV en AZ.’
Is dat de winst van dit seizoen?
‘Ook, maar het belangrijkste vind ik dat ik een Feyenoord heb gezien dat elke training opnieuw alles wil geven. Oké, er gaat nog genoeg fout, maar die instelling is wel de basis om verder te kunnen bouwen. In een ideale wereld zou je moeten kunnen zeggen: Twee spelers erbij en we kunnen echt stappen vooruit zetten. Het probleem is dat ik niet weet hoe Feyenoord er volgend seizoen uitziet. Wie gaan er weg? Wie blijft? Dat is lastig, al weet ik ook wel dat Feyenoord niet de enige club is die hiermee te maken heeft. Bij PSV vertrok na vorig seizoen het complete middenveld.’
U zegt dat er nog genoeg fout gaat. Wat precies?
‘Nou, we missen blijkbaar toch nog iets om kampioen te kunnen worden. Wat? Dat is moeilijk aan te geven. Het heeft te maken met leeftijd, ervaring. Op het juiste moment de goede pass geven, scherp zijn op de momenten dat het er daadwerkelijk om gáát. Ik vind ons bij vlagen nog slordig in de eindpass. Op die manier hebben we bij NAC Breda een zekere overwinning uit handen gegeven en ook tegen FC Groningen hadden we nog kunnen winnen. We speelden daar zeker de eerste helft niet goed, maar hadden het na rust alsnog moeten beslissen. Dat soort momenten zijn cruciaal in de strijd om een kampioenschap. We verliezen zomaar vier punten.’
Bleek tegen FC Groningen niet dat Feyenoord nog steeds moeite heeft voetballend onder de druk van een tegenstander uit te kunnen komen? Al na een halfuur moest u naar Pierre van Hooijdonk grijpen, eigenlijk een noodmiddel, voorbestemd voor de laatste fase van een wedstrijd.
‘Dat heeft ook weer te maken met het type spelers dat we hebben. Er lopen te weinig spelers die los van hun eigen positie ook dwingend naar anderen toe kunnen zijn. Tegen FC Groningen waren we de eerste helft steeds te laat, was er zelfs sprake van desorganisatie. Sommige jongens hebben het even moeilijk. Jonathan De Guzman zit in zo’n fase, maar mag dat? Die jongen speelt een prima seizoen, maar is nog jong. Dan is het logisch dat je te maken krijgt met wat tegenslag. Bovendien moeten we nu ook Patrick Lodewijks langdurig missen met een gescheurde mediale band in zijn knie. Dat is een aderlating, ja, maar aan de andere kant weet je dat zoiets kan gebeuren. Nu moet Maikel Aerts het maar laten zien; de een zijn dood, de ander zijn brood. We kunnen er met z’n allen over treuren, maar wat voor zin heeft het? Zo zijn de wetten van de voetballerij.’





