Tien vragen aan: Denny Landzaat

PRAAT MEE!

Elk seizoen vertrokken er bij Willem II spelers, maar het beste jongetje van de klas bleef altijd achter. Totdat AZ kwam en de carrière van Denny Landzaat (28) nieuw leven inblies. Het resulteerde in een comeback in Oranje, waarvoor hij afgelopen vrijdag tegen Liechtenstein (3-0) zijn eerste doelpunt maakte.

© Pro Shots

Tien vragen aan: Denny Landzaat

Dacht je dat je interlandcarrière voorbij was?

‘Ik had de hoop nog niet helemaal opgegeven. Natuurlijk hield ik deze zomer geen rekening met het EK, maar je weet dat er met een nieuwe groep altijd wat kan gebeuren. Ik ben niet gaan spelen met het idee van: Als ik nu presteer, dan kom ik bij Oranje. Maar ik snap wel wat je bedoelt. Onder Dick Advocaat speelde ik mijn laatste interland in het voorjaar van 2003 tegen de Verenigde Staten. Daarna stond ik nog een paar keer op de reservelijst, maar later ben ik volledig buiten beeld geraakt. En dat heeft gewoon aan mezelf gelegen. Ik heb echt een mindere periode gekend bij Willem II. Er waren aanbiedingen van andere clubs, transfers die niet doorgingen...’

Heeft de impuls van AZ je carrière gered?

‘Het is moeilijk aan te geven waar ik nu zou staan als AZ niet was gekomen. Natuurlijk kan ik niet ontkennen dat ik nu beter speel en dat de overgang goed voor me is geweest. Op een bepaald moment had ik het helemaal gehad. Ik zou naar HSV gaan, daarna kwam Feyenoord, maar uiteindelijk gebeurde er niets. Toen brak er iets in me. Ik gaf elke week 150 procent, maar er kwam niets uit. Terwijl ik om me heen andere spelers steeds beter zag worden. Jongens die wél de stap hadden gemaakt en zich verder ontwikkelden. Na wedstrijden dacht ik soms: Is dit nu alles wat je kunt laten zien? Is dit waar je de hele week voor hebt getraind? Ik was aan het wegzakken en ik wist het. Bij AZ heb ik de kans gekregen om weer een stijgende lijn te pakken.’

Tot dit seizoen?

‘Ach, we hebben pas drie wedstrijden gespeeld! Hoewel, we hadden de laatste bij NEC niet moeten verliezen, er stond toen al veel druk op. We beseffen allemaal dat het nog niet best is. Ik denk dat de meeste spelers aanvankelijk niet goed reageerden. Er was iets van: Dat goede spel komt straks vanzelf weer. Ik weet uit ervaring dat je juist een paar stapjes extra doen om het om te draaien. Het komt namelijk nooit vanzelf. Het zit ook vaak in de geest. Je moet alert zijn, anticiperen. Een stapje eerder bepaalt vaak het verschil tussen goed en slecht spelen. Vorm komt ook nooit vanzelf aanwaaien. Daar moet je heel veel voor doen. Misschien vergeet je dat als je eenmaal in vorm bent, want dan gaat alles wél vanzelf.’

Hoe zie je je eigen ontwikkeling als voetballer? Is de Denny Landzaat van 2004 beter dan degene die in 2001 voor het eerst werd geselecteerd voor Oranje?

‘Mijn familie vindt die van 2001 nog steeds beter. Die menen dat ik nog steeds niet op het niveau van toen ben. Daar ben ik het niet mee eens, ik voel me sterker en slimmer en ben meer ervaren. Maar ik weet ook wel waarop ze dat baseren. In die tijd viel ik meer op, ik maakte ook behoorlijk wat doelpunten. Maar dat had heel veel te maken met de ploeg waarin ik speelde. Toen hadden we met Mariano Bombarda een heel balvaste spits, dan kon je heel makkelijk bijsluiten en kwam je vaak in scoringspositie. Wat dat betreft ben je als rechtshalf vaak afhankelijk van het elftal. En dit is natuurlijk niet de enige plaats waar ik uit de voeten kan. Ik weet nog goed dat ik voor het eerst met Ajax 1 meemocht van Louis van Gaal. Ik zal nooit vergeten dat hij naar me toe kwam en vroeg: “Waarom denk jij dat je meemag?” Ik was toen veel te bescheiden om te antwoorden, dus haalde mijn schouders maar op. “Omdat jij multifunctioneel bent”, zei Van Gaal tegen me. Ik knikte, maar wist niet eens wat dat woord betekende. Maar hij had wel gelijk. Ik heb op ook op 4 en op 10 gespeeld.’

Kom je op 6 het best uit de verf?

‘Ik denk het wel. Wat denk jij?’

Als jij op 6 in een controlerende rol speelt, haal je een belangrijke kwaliteit van jou weg: je diepgang.

‘Klopt, dat is ook een strijd die ik soms heb met een trainer. Want ook in die controlerende rol ben ik geneigd vaak over mijn tegenstander heen te gaan. Dat zit in me, dan wil ik hem aan het eind van een wedstrijd kapotspelen. Daar moet ik mee oppassen, want bij balverlies kan ik mijn eigen ploeg zo in gevaar brengen. Co Adriaanse heeft me daarvoor al gewaarschuwd. Hij wil dat ik het meer doseer. Het belangrijkste voor het elftal is toch dat je in de eerste plaats je taak uitvoert.’

Wat zegt de naam Marco van Basten jou?

‘Hij is altijd een idool voor me geweest. Logisch, op mijn achtste was ik al Ajacied. Van Basten heeft tot 1987 voor Ajax gespeeld, vanaf 1985 zat ik in de jeugdopleiding. In die tijd mocht je met je idool naar de middenstip lopen. Daar heb ik foto’s met Van Basten, Vanenburg en Rijkaard aan overgehouden. En één met Sonny Silooy. Ik weet dat dat bij mij thuis heel belangrijk was, want hij is net als ik van Molukse afkomst. Maar Van Basten... Zijn wedstrijden en doelpunten staan in mijn geheugen gegrift. Het is dan heel merkwaardig als hij de eerste keer als bondscoach voor de groep staat. Dan let je op de manier van lopen, herken je zijn stijl die hij ook als voetballer had. Maar daarna zet je dat van je af. Dan is hij gewoon de bondscoach

Er is meteen vertrouwen in je uitgesproken. Je bent zelfs verkozen boven Clarence Seedorf.

‘Dat heb ik alleen maar gelezen. Ik heb net als alle andere spelers een persoonlijk gesprek gehad waarin ze aangaven dat ze tevreden over me waren en vonden dat ze me goed konden gebruiken.’

Toch beweeg je je anders in deze groep. Met meer zelfvertrouwen.

‘Dat is toch logisch? Voor mij is de nieuwigheid eraf. Ik herken de spanning wel die jongens zoals Jan Kromkamp, Romano Denneboom en Collins John hebben. Dat had ik ook toen ik er in 2001 was. Misschien is het daarom nu wat makkelijk om aan te haken.’

Van Basten heeft er in elk geval een penaltyspecialist bij gehaald.

‘In de competitie heb ik nog een score van honderd procent, ik heb er twintig achter elkaar benut. Nee, dat wil niet zeggen dat ik niet kan missen. Ik heb er laatst bijvoorbeeld een gemist in een oefenpotje tegen amateurs. Na afloop moesten we er nóg een nemen voor de een of andere bokaal en die ging er wél in. En tijdens de training mis ik ook geregeld. Is niet erg, dat houdt je alleen maar scherp. Iedereen vraagt altijd naar mijn geheim, maar dat heb ik niet. En als ik dat wél had, dan was het inmiddels wel bekend. Al mijn strafschoppen zijn al eens achter elkaar gezet bij Studio Sport, dan kun je nauwelijks meer van een geheim spreken.’