Stijn Schaars: ‘Oranje is een logisch vervolg’

PRAAT MEE!

Hoewel hij met AZ de prijzen is misgelopen, kan Stijn Schaars (22) met een goed gevoel terugkijken op zijn eerste seizoen in Alkmaar. Uit het niets werd hij basiskracht. Als VI’s Gast in Gouda vertelt de aanvoerder van Jong Oranje over zijn doorbraak, de klasse van Louis van Gaal en het ultieme doel in Portugal.

© Pro Shots

Stijn Schaars: ‘Oranje is een logisch vervolg’

Is het achteraf gezien wéér een teleurstellend seizoen voor AZ?

‘Het is niet geslaagd, omdat we geen enkele prijs hebben gepakt. Vooral omdat we na de winterstop nog op alle fronten actief waren, mogen we absoluut niet tevreden zijn. Natuurlijk hebben we bepaalde winstpunten geboekt. AZ heeft nog nooit zoveel punten gehaald als dit jaar, maar van tevoren wisten we de mogelijke consequenties van de play-offs. Waar het aan ligt dat we in het slot van het seizoen niet thuisgaven weet ik niet. De trainer heeft het over een mentaal probleem. Feit is dat we zowel bij Betis Sevilla voor de UEFA Cup als in Groningen voor de play-offs ons normale niveau absoluut niet hebben gehaald. Iedereen moet daarover bij zichzelf te rade gaan, volgend jaar moet het anders.’

Het verschil tussen PSV en AZ was aan het eind van de reguliere competitie tien punten. Waar lag de sleutel voor hun kampioenschap?

‘PSV is volwassener dan AZ en is daardoor kampioen geworden. Zo simpel is het. Wij spelen misschien veel aantrekkelijker en vermaken het publiek veel meer, maar zíj hebben met de bloemen staan zwaaien. PSV beheerst de kunst een wedstrijd op slot te gooien, 1-0 is genoeg voor ze. Dan zorgen Phillip Cocu en Timmy Simons voor de controle en als ze dan vanuit de omschakeling nóg een keer scoren is dat mooi, maar niet noodzakelijk. Daarom denk ik dat echte voetballiefhebbers liever naar AZ kijken dan naar PSV. Overigens hebben zij ook het voordeel van een fantastische voorhoede: Jefferson Farfán en Arouna Koné. Techniek in combinatie met kracht, vooral Farfán heeft veel wedstrijden beslist voor PSV.’

De aanval van PSV is beter dan die van AZ?

‘Individueel wel, ja. Wij hebben ook wel veel gogme voorin, maar Koné en Farfán, dat is een ander verhaal. Zij kunnen met een individuele actie een wedstrijd openbreken, bij ons moeten de spitsen in stelling worden gebracht om te kunnen scoren. Daarmee doe ik niets af aan de prestatie van Shota Arveladze, want hij heeft natuurlijk een geweldig seizoen achter de rug. Ook ik had in het begin mijn twijfels. Kon-ie het nog wel? Hij is in Schotland een tijdje uit beeld geweest, maar vanaf de eerste training zag ik een fantastische spits. Sterk op alle onderdelen die een aanvaller moet beheersen, maar anders dan Koné en Farfán:meer combinerend dan individualistisch.’

Je noemt PSV zakelijker dan AZ. Kunnen jullie die karaktereigenschap adopteren?

‘Als we prijzen willen winnen, zullen we wel moeten. Vaak spelen we met drie verdedigers tegen twee spitsen. Meestal is dat in de Nederlandse competitie geen probleem, maar Louis van Gaal weet ook wel dat het tegen topploegen zelfmoord betekent. Dan ga je eraan. In de competitie bespeelden we PSV twee keer heel aanvallend: veel pressing en overal op het veld een-tegen-een. Dat is gedurfd, maar de conclusie is dat we eigenlijk twee keer werden weggespeeld. In het bekertoernooi hebben we het anders gedaan. Toen lieten we Alex aan de bal komen en zakten wij in. Je zag dat PSV heel weinig wist te creëren. We verloren uiteindelijk met 2-0 door twee persoonlijke fouten, maar de uitvoering van de wedstrijd was volwassen. Daarmee hebben we een stap gezet in het groeiproces van de club. AZ is nog geen topclub, maar dat willen we wel wórden. Er is veel kwaliteit, maar nog te weinig ervaring. Dat zullen we onszelf moeten aanleren, ook door zakelijker te spelen. De eerste helft van de competitie speelden we onder Louis van Gaal hetzelfde als AZ vorig jaar deed toen Co Adriaanse nog trainer was: een-op-een, vooruit, spel maken. We kunnen daarmee veel tegenstanders onze wil opleggen, behalve PSV en Feyenoord. Daar baalt Van Gaal van. In De Kuip speelden we Feyenoord helemaal zoek, maar na tien minuten stonden we wel met 2-0 achter en wisten we die wedstrijd niet meer om te buigen. We móchten daar domineren. Van Gaal wil een antwoord vinden om in zulke wedstrijden te gebruiken en laat ons daardoor in sommige duels experimenteren met een andere speelstijl. De ander het spel laten maken, zodat wij kunnen reageren. Daaraan zie je hoe groot AZ inmiddels is geworden. We kunnen het ons permitteren te experimenteren tegen clubs van een minder kaliber.’

Moet AZ niet gewoon vasthouden aan zijn aanvallende, risicovolle en aantrekkelijke speelstijl?

‘Het gaat in het topvoetbal maar om één ding: prijzen. Voor het mooiste voetbal krijg je geen beker, hooguit complimenten. En geloof mij dat AZ altijd het leukste voetbal zal blijven spelen, al zullen we dat in de toekomst vooral in fases laten zien. Als het kán. Er staat een goede selectie met een uitstekende trainer en een schitterend stadion. De voorwaarden om een topclub te worden zijn allemaal aanwezig, nu moet het ook daadwerkelijk gaan gebeuren en dat kan alleen door het winnen van een prijs.’

Merk je dat de club daar echt tegenaan hikt?

‘Ja, dat voel je. Neem Barry van Galen. Die is nu gestopt zonder prijs. Doodzonde toch? Barry is een prachtige voetballer, met een geweldige staat van dienst, maar als je hem gaat analyseren moet je concluderen: niets gewonnen. Dat zegt hijzelf ook. “Eigenlijk is mijn carrière net niet”, riep hij laatst nog. Dat gaat me te ver, want daarvoor heeft hij veel te goed gespeeld. Maar ik begrijp wel wat hij bedoelt. Aan het eind van je carrière geven prijzen de doorslag of je een grote voetballer bent geweest, of – inderdaad – net niet.’

Zou het mogen spelen in de voorronde van de Champions League een prijs zijn geweest?

‘Ja, omdat het voor de ontwikkeling van de club heel belangrijk was geweest. We willen een topclub worden, daar hoort het hoogste podium bij. Het was schitterend geweest om volgend seizoen in het nieuwe stadion verzekerd te zijn van wedstrijden tegen Europese topploegen. Al is het alleen maar omdat er veel meer media-aandacht voor de Champions League dan voor de UEFA Cup is. Overigens hebben jullie gelijk dat óók een ticket voor de voorronde geen tastbare prijs is. Wat dat betreft had ik nog liever de Gatorade Cup gewonnen.’

Maak jij je zorgen om de toekomst van AZ? Veel ervaren spelers zijn gestopt of lijken te vertrekken, veel jong talent komt voor hen in de plaats.

‘Als spelers in de bloei van hun carrière willen vertrekken, kun je dat niet tegenhouden. Het is alleen essentieel daar dan meteen al vervangers voor in huis te halen. AZ is nu ontzettend goed bezig. Moussa Dembele, Kemy Agustien, Maarten Martens en Joey Gudjohnsson zijn absoluut versterkingen. Met name van Dembele weet ik nu al dat hij er volgend jaar zeker zal staan. Hij is weliswaar pas achttien, maar ik vind hem geen talent meer. Dembele heeft zich inmiddels wel bewezen. En het vertrek van ervaring heeft voor- en nadelen. Kenneth Perez is een grandioze speler, maar stroopt in een mindere wedstrijd niet de mouwen op. Dan heb je weinig aan hem. Het getuigt ook wel van lef dat AZ wil bouwen op jeugdige spelers.’

Jijzelf bent ook pas 22.

‘Klopt, maar ik ben van nature wel een constante speler. Dat komt ook door de positie waarop ik speel, controlerend op het middenveld. Haris Medunjanin is een echte 10, die moet voor de ingevingen zorgen, het verschil maken. Het is moeilijk zulke spelers te vinden voor het nieuwe seizoen.’

De spelers die vertrekken zijn belangrijk geweest voor jouw ontwikkeling.

‘Dankzij Barry, Kenneth en Denny Landzaat heb ik natuurlijk een topjaar gehad. Ik stond achter Arveladze en Perez, Barry en Denny speelden naast me. Wat kon ik me nog meer wensen? En achter me stond zowat de hele verdediging van het Nederlands elftal. Dat is lekker voetballen. Ik kwam binnen bij AZ met een knieblessure en moest samen met Michael Buskermolen gaan uitmaken wie zou spelen. Na de oefenwedstrijd tegen Sunderland had ík een basisplaats. Nee, dat verbaasde me niet echt. Ik zat vorig jaar bij Vitesse dan wel op de bank, maar ik wist dat ik kon voetballen, dat ik een hoger niveau aankon. Het is heel simpel: met goede voetballers om je heen ga je zelf ook beter spelen. Zij trekken jou mee in het niveau.’

Wat ook meespeelde was het feit dat Louis van Gaal een fan van jou is.

‘Ik wist van Foppe de Haan (bondscoach Jong Oranje, red.) dat Van Gaal gecharmeerd van mij was. Ik hoorde ook dat hij op één of andere bijeenkomst van trainers Vitesse complimenteerde voor het feit dat de club zoveel jeugdspelers laat doorstromen. Maar hij vertelde er wel bij dat-ie niet kon begrijpen dat Stijn Schaars op de bank zat. Dat is niet verkeerd om te horen. Maar mijn probleem bij Vitesse heette Theo Janssen. Hij speelde samen met Abubakari Yakubu op het middenveld, waardoor er geen plaats meer was voor mij. Ik vind dat Vitesse me hoe dan ook een eerlijke kans had moeten geven. Als je een voetballer zoals ik in de jeugd hebt, dan probeer je toch alles uit zo iemand te halen? Natuurlijk deed Theo het goed, maar ik ben óók een talent. Een ander probleem was dat trainer Edward Sturing per se 4-3-3 wilde spelen, waardoor op het middenveld een plaats verdween. Maar uiteindelijk is alles terug te voeren op vertrouwen. Sturing had gewoon niet genoeg vertrouwen in me om me op te stellen.’

Wanneer nam je de beslissing te vertrekken bij Vitesse?

‘Tijdens de winterstop van vorig seizoen. En het zou dan in eerste instantie om verhuren gaan. Het probleem was alleen dat ik niet wist hoe ik in de markt lag. Ik hoorde wel dat SC Heerenveen interesse had, maar concreet werd dat nooit. Op een gegeven moment begon ik zelfs te denken aan clubs van het kaliber Heracles Almelo en FC Zwolle. Dat had ik niet eens zo’n gek idee gevonden, ik wilde bovenal spelen. Totdat AZ zich meldde. Het eerste gesprek had ik met Martin van Geel, die toen nog technisch directeur in Alkmaar was. Hij zei heel duidelijk dat als Olaf Lindenbergh naar Ajax zou vertrekken, AZ in mij de opvolger zag. Dat vertrouwen gaf de doorslag, plus het feit dat Van Gaal het in me zag zitten. Ik wilde gewoon weer lekker voetballen, het plezier proberen terug te krijgen.’

Dat was je kwijt in Arnhem?

‘Als ik bij Vitesse ’s maandags naar de training reed, wist ik al dat ik zondag niet zou spelen. Dan wordt trainen routine. Waarvoor doe je het dan nog? Ik schrok van mezelf dat ik er zo over dacht. Ik ben altijd een jongen geweest die graag traint, het liefst twee keer per dag. Bij AZ heb ik het plezier in trainen weer helemaal teruggevonden, al komt dat ook doordat er een toptrainer rondloopt.’

Waarom is Louis van Gaal een toptrainer? Hij heeft sinds 2000 geen prijs meer gewonnen.

‘Van Gaal is een topper vanwege zijn manier van werken. Hij ziet alles, niets ontgaat hem. Bovendien is hij tactisch geniaal, hij kan met een paar wissels een wedstrijd beslissen. Aan het begin van het seizoen wonnen we met 4-2 van Ajax, dat ons de eerste helft eigenlijk wegspeelde. Van Gaal werd in de rust kwaad op Demy de Zeeuw, die volgens hem met poep in de broek voetbalde en veel meer vooruit moest verdedigen, zodat hij de doorschuivende Lindenbergh kon opvangen. Dat deden we de tweede helft en toen speelden wij Ajax van het veld. We moeten nu zover groeien dat we zélf die omzetting kunnen doen. Dan ben je pas echt een topteam.’

Ben jij niet te blessuregevoelig?

‘Nee, absolute onzin, dat beeld is gecreëerd door mensen bij Vitesse. Ik was in de jeugd een klein mannetje en heb vanwege groeiproblemen anderhalf jaar niet kunnen spelen. Dat was een moeilijke tijd, omdat er zelfs doktoren waren die er rekening mee hielden dat ik nooit meer zou kunnen voetballen. Gelukkig viel het mee en uiteindelijk ben ik nog twintig centimeter gegroeid. Sinds die tijd achtervolgt het beeld me dat ik blessuregevoelig zou zijn en fysiek niet sterk genoeg, et cetera. Maar hoe weten ze dat nou bij Vitesse als ik daar nooit mocht spelen? Kijk nú naar me. Ik ben fysiek veel sterker dan vorig seizoen, simpelweg omdat ik veel wedstrijden speel. Er is geen voetballer in de Nederlandse competitie die mij gek speelt omdat-ie me er constant uitloopt. Dat is onmogelijk. Wel krijg ik van de trainers het verwijt dat ik slimmer moet worden in de duels. Blessures zijn niet altijd pech. Maar naarmate je meer speelt, leer je dat automatisch.’

Je bent een vrij complete middenvelder, maar mis je niet de snelheid om een echte topspeler te kunnen worden?

‘Dat is wel een punt waar ik aan probeer te werken, maar ik probeer mijn gebrek aan snelheid te compenseren door snel te anticiperen op situaties in het veld. Net even eerder zien wat er gaat gebeuren. Je kunt snelheid wel trainen met explosieve krachttraining, maar dan nóg boek je maar weinig winst. Er zijn voldoende middenvelders die zonder echt veel snelheid toch de top hebben bereikt. Neem Ronald de Boer, hij was vroeger mijn absolute held. Ik heb zelden een mooiere speler gezien: zó balvast en technisch vaardig. Ook hij was niet echt snel, maar daardoor nog niet minder goed. Hij passeerde tegenstanders puur op techniek en had altijd overzicht. Het kán dus wel.’

Een ander punt van kritiek is dat je te weinig scoort.

‘Daar ben ik het helemaal mee eens. Dit seizoen heb ik alleen thuis tegen PSV gescoord en dat is voor een middenvelder van AZ veel te weinig. Zeker als je ziet hoe aanvallend we hebben gespeeld. Dat neem ik mezelf kwalijk, hoewel het ook te maken heeft met de positie waarop ik speel. Denny Landzaat heeft min of meer een vrije rol, ík moet de organisatie in de gaten houden. Tim de Cler is een veel opkomende linksback en als hij naar voren gaat, moet ík de balans bewaken. Met zulke dingen moet je rekening houden, al vind ik het geen excuus. Een goede middenvelder maakt zes tot acht doelpunten per seizoen. Shota Arveladze zegt ook vaak tegen me: “Stijn, schiet zélf nou eens”. Te vaak kijk ik of iemand anders er beter voor staat dan ik. Ik moet egoïstischer worden, want ik ben nota bene tweebenig! Volgend seizoen zullen de mensen kritischer over me zijn. Nu is het allemaal leuk en verrassend wat ik doe, na de zomer moet ik laten zien dat ik een volwaardige middenvelder ben voor AZ.’

Vóór die tijd speel je met Jong Oranje het EK in Portugal. Had je niet stiekem gehoopt op een plaatsje in de WK-selectie?

‘Wel gehoopt, maar ik had er niet op gerekend. Ik weet dat Marco van Basten mij volgt, hij heeft een paar keer bij AZ op de tribune gezeten, maar bij Oranje heb ik natuurlijk niet de minste spelers vóór me. Overigens is het voor mij helemaal geen straf om als aanvoerder van Jong Oranje in Portugal te spelen. Door alle aandacht voor het WK, lijkt het EK een beetje onder te sneeuwen in Nederland, maar het is een topevenement. Lionel Messi speelde vorige zomer ook het WK Onder-20 in Nederland en is nu een ster in Barcelona. Zo snel kan het dus gaan. We hebben nu een selectie met spelers als Ismail Aissati, Nicky Hofs, Ron Vlaar, Urby Emanuelson, Klaas-Jan Huntelaar en mijzelf. Met zo’n groep kunnen we Europees kampioen worden en dat is een Nederlandse jeugdploeg nog nooit gelukt.’

Zou niet gek zijn voor een net niet-generatie.

‘Zo werden we genoemd nadat we de kwalificatie voor het EK twijfelend waren begonnen. Maar wie verder keek, zag dat Foppe de Haan bewust jonge spelers had geselecteerd, van wie een aantal ook nog niet op het hoogste niveau voetbalde. Nu blijkt dat hij het goed heeft gezien, want tegenwoordig zijn we zowat allemaal basisspelers bij onze clubs. Emanuelson en Huntelaar zijn vaste waarden voor Ajax, Aissati speelt regelmatig bij PSV, ikzelf sta in de basis en ga zo maar verder. De resultaten daarvan zullen in Portugal goed zichtbaar zijn.’

Jullie zijn blij dat hij erbij is in Portugal, maar had Huntelaar niet met het echte Oranje mee moeten gaan?

‘De bondscoach maakt zijn afwegingen en helaas voor hem is Klaas-Jan nu buiten de boot gevallen. Maar in mijn ogen kan hij niet nóg meer laten zien waarom hij een topspits is. Als aanvoerder van Jong Oranje ben ik blij dat Huntelaar erbij is, hij staat garant voor doelpunten. Bovendien weet ik zeker dat hij zich volledig op het EK kan richten. Klaas-Jan is een heel sociale jongen; voor welke ploeg hij ook speelt, hij geeft zich altijd volledig.’

Hij zal zich na de zomer volledig op het échte Oranje willen richten. Jij ook?

‘Na mijn tijd bij Vitesse was het dit seizoen het belangrijkst veel te spelen. Van tevoren was ik met tien, vijftien wedstrijden al blij geweest. Uiteindelijk heb ik elk duel gespeeld als ik fit was. Komend seizoen ben ik toe aan een nieuwe stap, een nieuw doel. Ten eerste gaan we weer voor de prijzen met AZ en een logisch vervolg op Jong Oranje is het Nederlands elftal. Ik weet dat de bondscoach ook mij volgt, maar uiteindelijk zal ik het allemaal zelf moeten doen. Al besef ik wel dat mijn kansen groter zijn als Edgar Davids en Phillip Cocu niet meer voor Oranje uitkomen.’