'Staaltje zwartgallige Oostenrijke humor'
Een behoorlijk nationaal voetbalelftal hebben de Oostenrijkers niet, een mooi gevoel voor satire des te meer. Voor een goed nationaal elftal heb je immers op z'n minst een competitie van enig niveau en weerstand nodig, en ook een schare jonge talenten. Maar de Oostenrijkse competitie heeft van niets te veel, of het moet die lawine aan reclame-uitingen zijn. Zelfs de achterwerken van de voetballers worden gesierd met krulletters van bonbondraaiers en melkboeren.
© Pro Shots

Voor satire volstaat echter een scherpe blik, reflecterend vermogen en enige zelfspot. Zoals bij international Anton Pfeffer, die in 1999 met Oostenrijk al na één helft klungelvoetbal met 5-0 achterstond tegen Spanje. Live op tv kreeg hij de vraag wat er na de rust nog mogelijk was. 'Nou, een dikke overwinning voor ons wordt het niet meer', antwoordde Pfeffer droogjes. Hij kreeg gelijk: het werd 9-0.
Vorige week kregen we andermaal een aardig staaltje van 's lands zwartgallige humor voorgeschoteld. Waar de complete natie vreest voor een blamerende ondergang van de eigen ploeg op het EK, zond staatsomroep ORF vrijdagavond Het Wonder van Wenen uit, een 45 minuten durende fake-documentaire die verbeeldt hoe Oostenrijk zich miraculeus laat kronen tot Europees kampioen.
Terwijl het eigenlijke toernooi nog moest beginnen liet Het Wonder van Wenen in een terugblik zien hoe Oostenrijk in de groep soeverein Kroatie en Polen opzijzette, in een kiezelharde kwartfinale Zwitserland het toernooi uitschopte, vervolgens een historische zege op Duitsland boekte en in de eindstrijd ook nog Nederland versloeg met 2-1. Bij Marco van Basten droop de verbijstering in breedbeeld van het gezicht.
Dat was het mooie. Het Wonder van Wenen maakt gebruik van échte wedstrijdbeelden en échte personages. De enige verzonnen held is Peter Hruska, een jonge spits die Oostenrijk in een briljante Alleingang naar de titel schiet. In het echte leven is Hruska bekend als Franz-Xaver Brückner, die als acteur faam verwierf door de film met de opwekkende titel Als je vroeg sterft, ben je langer dood.
In Het Wonder van Wenen is Hruska aanvankelijk een onbekende bankzitter van Bayern München en – erger kon niet - ook nog Duitser van geboorte. Via een versnelde inburgeringcursus krijgt hij echter binnen een oogwenk een Oostenrijks paspoort, om vervolgens zijn nieuwe vaderland te dienen met een regen aan doelpunten.
En zo neemt de Weense satiricus en regisseur David Schalko zowel de Oostenrijkse fobie voor buitenlanders op de hak, alsook het gemak waarmee de sport zijn helden creëert. Groots is bijvoorbeeld in de film de ontsteltenis bij de verzamelaar van voetbalplaatjes. 'Hruska wie? Maar die komt helemaal niet voor in mijn Panini-boek. Help!'
Het meest wonderlijke aan Het Wonder van Wenen is nog dat Schalko tal van prominenten bereid heeft gevonden aan zijn practical joke mee te werken. Oostenrijkse ministers constateren vergenoegd dat hun volk na de kelderschandalen eindelijk weer iets heeft om trots op te zijn. Bayern-voorzitter Karl-Heinz Rummenigge legt met een stalen gezicht uit waarom de Alpen-Maradona Peter Hruska in München nog steeds Luca Toni vóór zich in de spits moet dulden.
De uiteraard ook aanwezige Franz Beckenbauer mompelt dat het geen schande is te verliezen van het gastland. Günter Netzer analyseert de Oostenrijkse zegetocht voor de Duitse tv nog bleker dan normaal. En Leo Beenhakker glorieert vooral in de aftiteling als de bloopers voorbijkomen en hij zegt: 'En nu, fuck off!'
Zelfs de Oostenrijkse bondscoach Josef Hickersberger (foto) heeft zich laten verleiden tot een belangrijke gastrol. 'Deze Europese titel is het grootste succes dat ik als speler en trainer heb bereikt. Iets mooiers zal er nooit meer komen', stamelt hij met veel gevoel voor drama. Natuurlijk was dat het tarten van het noodlot. Twee dagen later verloor Oostenrijk gewoon zijn eerste EK-wedstrijd met 0-1 van Kroatië en ligt Het Wonder van Wenen op z'n minst een hemellichaam verderop. Gelukkig maar. Anders zou je ook nog het sprookje gaan geloven dat de landing op de maan nooit heeft geschied en destijds alleen maar voor de camera's in scène is gezet.
Peter Wekking