'Sneijder kan nog leren van Arsjavin en Van der Sar'
Nieuwsgierig stak Wesley Sneijder halverwege het EK zijn hoofd om de hoek van de perstent. Even ter verduidelijking: dat is een tent bij het Olympisch Museum in Lausanne, waar de internationals van Oranje tijdens het toernooi ondervraagd werden door Nederlandse journalisten. Sneijder had in de dagen ervoor geëxcelleerd tegen Italië en Frankrijk, maar tot een overweldigende belangstelling van de vaderlandse media leidde dat in de aanloop naar de wedstrijd tegen Roemenië allerminst.
© Pro Shots

Sterker nog, geen enkele journalist had een gesprek met de Utrechtse smaakmaker aangevraagd. De aandacht had zich massaal verlegd naar de reservespelers, de internationals van wie verwacht mocht worden dat ze een kans zouden krijgen in de veredelde oefenwedstrijd tegen de Roemenen. Robin van Persie had het druk, Arjen Robben ook en net als zij mochten John Heitinga en Demy de Zeeuw komen vertellen dat het teambelang boven het eigenbelang gaat.
Sneijder vond het prima, voor hem betekende dat een extra vrij uurtje. Alsof hij het nog even bevestigd wilde hebben, wierp de grote kleine spelverdeler een blik op de babbelende meute en vertrok richting spelershotel.
Een week later was de desinteresse andersom. Zwijgend en met donderwolken boven zijn hoofd beende Sneijder kort na de uitschakeling door Rusland langs een horde wachtende journalisten. Even geen behoefte aan communicatie, met wie dan ook. De frustratie was hem tijdens de kansloze wedstrijd tegen de Russen al aan te zien, steeds vaker en steeds heftiger. Verliezen op een eindtoernooi is al geen sinecure, op alle fronten overklast worden hakt er nog veel steviger in.
Niet dat Sneijder zichzelf veel kon verwijten na de oorwassing in Basel. Hij was de avond begonnen volgens zijn vaste ritueel voor wedstrijden met het Nederlands elftal: met een warming-up met Ruud van Nistelrooy. Ze oogden messcherp, de ploegmakkers van Real Madrid. Op korte afstand van elkaar speelden ze elkaar de bal hard toe, almaar sneller, steeds strakker, zonder dat het ten koste ging van de finesse. Een fascinerend en hoopgevend schouwspel, tien minuten voor de aftrap van de kwartfinale.
Sneijder leek de vorm waarin hij goed beschouwd al twee jaar steekt door te trekken naar de knock-outfase van het EK. En van de spelers die bij het Nederlands elftal het verschil kunnen maken, viel hem naderhand ook eigenlijk het minste te verwijten. Zijn eerste opvallende actie was typerend voor zijn werklust: die vond plaats bij de linkercornervlag op eigen helft. De tweede actie van Sneijder die in het oog sprong, vertelde het verhaal van zijn vaste balgevoel: hij draaide in één beweging weg bij Aleksandr Anjoekov en haalde uit. Een soort waarschuwingsschot, want het werd geblokt. Het zou bij losse flodders blijven, zaterdagavond in Zwitserland. Sneijder probeerde het uit alle hoeken en standen, trachtte tussendoor de Nederlandse defensie te ontlasten en staakte zijn gevecht tegen de bierkaai pas na 120 minuten.
Wat zal hij bewonderend hebben gekeken naar zijn Russische tegenstrever met hetzelfde shirtnummer 10, Andrei Arsjavin. Wat Sneijder tegen Italië en Frankrijk was gelukt (dominant en beslissend zijn) deed Arsjavin tegen Oranje in de overtreffende trap. De geweldenaar van Zenit Sint-Petersburg was niet te stoppen, zelfs door doelman Edwin van der Sar niet. Terwijl Van der Sar de onbetwiste uitblinker van Nederland op dit EK was, zowel op als buiten het veld. Na zijn 128ste en laatste interland keek de doelman zaterdagnacht uitgebreid en realistisch terug op de vroegtijdige uitschakeling van Oranje. Tot de laatste snik strekte hij tot voorbeeld, ook voor Wesley Sneijder.
Simon Zwartkruis





