Ryan Babel: ‘Ik ben verplicht Jong Oranje op sleeptouw te nemen’
Het spel van Ryan Babel (20) kreeg dit seizoen de boost waarnaar hij op zoek was. Gerichte coaching en vele uren zelfstudie deden de aanvaller doorstoten naar een hoofdrol bij Ajax. Dat zorgt voor een hoog verwachtingspatroon nu het jeugd-EK eraan komt, maar dat is in zijn ogen niet meer dan terecht.
© Pro Shots

Waarom heeft Ajax recht op deelname aan de voorronde van de Champions League en AZ niet?
‘Omdat de club Ajax, de uitstraling en de achterban groter zijn dan die van AZ. Ik heb veel respect voor AZ en heb dit seizoen een paar keer van ze genoten, maar ik vind gewoon dat wij het meer verdienen.’
In Alkmaar zijn ze bijzonder gefixeerd op alles wat in Amsterdam gebeurt. Is die rivaliteit vanuit jullie optiek net zo groot?
‘Wedstrijden tegen AZ zijn voor ons nog niet specialer dan duels met PSV en Feyenoord. Wat ik wél merk is dat ze aan impact winnen. Komt puur door de aanwezigheid van Louis van Gaal bij AZ. Hij prikkelt ons dermate door bepaalde uitlatingen, daarom zijn het voor ons ook aparte wedstrijden.’
Je hebt afgelopen zondag je vijftigste wedstrijd van dit seizoen gespeeld. Mogen we spreken van je definitieve doorbraak?
‘Ik wilde dit jaar vooral constanter presteren en dat is gelukt. Ik ben niet meer zo wisselvallig geweest als in de vorige twee seizoenen en daardoor ben ik belangrijker geworden voor het elftal. Ik ben heel tevreden.’
Simon Cziommer zei vorige week dat jij en Wesley Sneijder op dit moment Ajax dragen. Dat zegt wel iets.
‘Zo’n opmerking waardeer ik heel erg. Cziommer is een van de betere spelers van AZ en als zo iemand dan zoiets zegt, is dat leuk. Toch voel ik dat veel mensen, de zogenaamde kenners bijvoorbeeld, me nog niet echt waarderen. Na de eerste wedstrijd in de play-offs tegen AZ kreeg ik veel kritiek, doordat ik een paar kansen miste. Het verhaal over een gebrek aan rendement kwam weer om de hoek kijken. Een tijdje geleden ging het altijd over mijn aanname, die niet goed zou zijn. Ik weet dat het zo werkt, dat er altijd iets te mopperen moet zijn, maar het is niet altijd leuk.’
Je staat op negen doelpunten en tien assists in die vijftig duels. Is dat genoeg?
‘Het kan natuurlijk beter, maar je kunt niet van level 1 naar level 5 gaan. Je mag als jonge voetballer al blij zijn als je af en toe één level overslaat.’
Dit seizoen heb je toch wel zo’n level overgeslagen?
‘Dat denk ik ook, ja. Het is in mijn ogen vooral te danken aan de goede begeleiding van de technische staf van Ajax en aan de begeleiding thuis. We hebben een paar dingen anders gedaan en dat is een goede keuze geweest. Mijn begeleiders hebben bepaalde foutjes toegegeven en ingezien dat sommige dingen gewoon anders moesten. Een voorbeeld? Voorheen wilden ze altijd direct als ik thuiskwam na een wedstrijd bepaalde dingen met me doornemen. Als ik niet zo goed had gespeeld, vond ik dat natuurlijk niet zo prettig. Tegenwoordig laten ze me een dag of twee met rust, dan zijn de emoties weg en kun je er veel beter over praten. We hebben er met z’n allen van geleerd.’
Het lijkt dat je ook meer vertrouwen hebt in je eigen fysiek.
‘Ik voel me dit seizoen inderdaad ineens veel sterker in de duels. Daarvóór probeerde ik lichamelijk contact vaak te ontwijken, maar inmiddels besef ik dat je niet kunt voetballen zonder soms het gevecht aan te gaan. Ik ben fysiek volwassen aan het worden en onder trainer Henk ten Cate zijn we structureel in het krachthonk aan de slag gegaan. Daar heb ik zeker profijt van gehad. We hebben allemaal een persoonlijk programma, dat we één keer per week afwerken.’
Heb je er plezier in?
‘Ik wil direct resultaat zien en dat is bij krachttraining niet het geval. Ik ga dus met een beetje tegenzin dat krachthonk in, maar dat lijkt me ook niet vreemd voor een voetballer. Het belangrijkste is dat ik inzie dat ik er baat bij heb en dat doe ik.’
Jij ondergaat alles wat je overkomt erg stoïcijns, ook buiten het veld. Is dat een pose of je karakter?
‘Dat is mijn karakter. Ik heb veel moeite mezelf te uiten, ook als het positief is. Na de gewonnen bekerfinale zie je al mijn ploeggenoten door het dolle heen zijn, maar ik kán dat gewoon niet. Wat bijvoorbeeld Johnny Heitinga doet – lekker schreeuwen, shirtje uittrekken – dat lukt mij niet.’
Henk ten Cate vraagt zich af of jij wel geniet van wat je meemaakt.
‘Ik geniet zeker wel, maar mensen zien dat niet aan mij af. Ik kan daar niets aan veranderen.’
Van hem mag je zelfs wel iets minder serieus zijn…
‘Ik begrijp wel wat hij daarmee wil zeggen. Als ik kritiek krijg, trek ik me dat heel erg aan. Ook als ik vind dat het niet helemaal terecht is, ga ik meteen extra werken aan het minpuntje dat mensen over mij naar voren brengen. Met die kritiek op mijn balaanname was ik het niet helemaal eens, maar ik ben er toch mee aan de slag gegaan. Dan ga ik daar net zo lang op trainen totdat het beter is. Nu gaat het weer over het rendement en dan ga ik dááraan werken.’
Jij doet alles in de hoogste versnelling. Is dat de reden dat het er soms niet even gestroomlijnd uitziet?
‘Ik denk het wel. Het is voor mij moeilijk rust te vinden op het veld. Soms zou ik dat misschien wat vaker moeten doen, maar het is ook een wapen.’
Johan Cruijff zegt deze maand in Nummer 14 dat hij niet begrijpt waarom jij pas dit jaar zo’n grote stap hebt gezet. Dat had volgens hem al eerder moeten gebeuren, omdat je al jaren in de opleiding van Ajax zit.
‘Dat is toch een verwijt aan de club of niet? Vorig seizoen kreeg ik flink wat kritiek van de technisch staf. Ik kwam volgens hen (onder wie toenmalig trainer Danny Blind, red.) bepaalde dingen tekort voor de positie van nummer 9. Op dat moment vroegen mijn begeleiders – mijn vader en mijn zaakwaarnemer Winnie Haatrecht – waarom ze dat niet eerder was opgevallen. Ik speel immers al vanaf mijn elfde bij Ajax en die kritieken waren nooit eerder ter sprake gekomen. De trainers antwoordden dat je soms pas op het hoogste niveau ziet wat een speler nog mist.’
Maar je hebt toch altijd op het hoogste niveau in je leeftijdscategorie gespeeld?
‘Inderdaad, maar daar hebben ze het blijkbaar niet kunnen zien.’
Uiteindelijk ging je naar Chris Kronshorst, erkend individueel technisch trainer.
‘Met hem heb ik een paar keer getraind, maar daar was Ajax niet echt blij mee. Vervolgens ben ik er even mee gestopt. Dit seizoen heb ik het weer opgepakt, samen met assistent-trainer Alfons Groenendijk en Edgar Davids.’
Davids is 34, maar wil nog elke dag beter worden. Een ideale partner dus.
‘We zijn regelmatig na de training samen bezig en daar geniet ik van. Ik merk dat ik daardoor vooruitgang boek op bepaalde onderdelen. Ook van de extra afwerkoefeningen met Klaas-Jan Huntelaar en Kenneth Perez leer ik heel veel. Ik probeer van iedereen wat op te steken, een soort balans te vinden.’
Wat doe je nog meer om beter te worden?
‘Sinds een tijdje volg ik extra sprint- en looptraining bij oud-atleet Sammy Monsels. Hij is trainer van mijn zusje, die atlete is. Sammy geeft les midden in De Bijlmer, op een atletiekbaan bij station Kraaiennest. In principe ga ik één keer in de week naar hem toe, maar de laatste weken wat minder, omdat het een zware periode is bij Ajax. Ik ben begonnen met het schaven aan mijn looptechniek. Op het moment dat ik daar wat vastigheid in had, zijn we verdergegaan met sprinten en conditie. Inmiddels ben ik bezig met het perfectioneren van de versnelling ín de versnelling. Dat is een belangrijk wapen.’
Neem jij het initiatief dit soort extra activiteiten te ontplooien?
‘Dat doe ik in samenspraak met mijn begeleiders. Winnie Haatrecht dacht dat ik met een bepaalde vorm van extra training mijn snelheid nog beter kon leren gebruiken en dat ik nóg sneller zou kunnen worden, er nog meer voordeel uit zou kunnen halen. Het is dan aan mij of ik het wil of niet. Ik wilde het graag proberen en het pakte goed uit.’
Gun jij jezelf ooit rust?
‘Ik heb er moeite mee een avond op de bank te hangen. Ik ga graag naar buiten, wat leuks doen met vrienden. Dat soort momenten werken voor mij heel ontspannend.’
Door je progressie is het verwachtingspatroon rondom jou groter geworden. Merk je daar wat van?
‘Indirect. Ik voel een bepaalde spanning, ze letten tegenwoordig meer op mij. In de wedstrijden die er écht om gaan merk ik dat mijn trainers en medespelers nu ook wat extra’s van mij verwachten, maar dat is niet erg. Het zorgt voor extra inspiratie en motivatie.’
Op welk vlak heb je de meeste vooruitgang geboekt?
‘Ik heb de ups en downs zo ongeveer weten te verdrijven, het is stabieler geworden. De laatste tijd heb ik niet veel van mijn wedstrijden teruggekeken, dat moet ik weer oppakken, maar ik weet zeker dat de schommelingen minder zijn geworden.’
Ook een-tegen-een ben je sterker geworden. We zien je tegenwoordig zelfs scharen maken.
‘Haha, klopt. Heeft te maken met de coaching. Als je de bal krijgt en direct de man opzoekt, is dat moeilijker te verdedigen. Vanuit stilstand iemand passeren is moeilijker en kost meer kracht. Dat laatste kan ik wel, maar dan geef je de tegenstander meer tijd zichzelf goed op te stellen. Door meteen actie te ondernemen heb ik dit seizoen een paar keer een tegenstander in paniek zien raken.’
Jij bent tot in detail met je sport bezig. Het lijkt wel dat je het ziet als een universitaire opleiding.
‘Is dat zo? Ik denk wel na over de dingen waar ik mee bezig ben, ja. Ik zal niet altijd de juiste beslissingen nemen, maar als je ergens over nadenkt, is dat nooit slecht volgens mij.’
Hoewel hij je absoluut niet wenst te vergelijken met de huidige ster van Arsenal, ziet Ten Cate vergelijkingen tussen jou en de jonge Thierry Henry. Kun jij je daar in vinden?
‘Qua lichaamsbouw, manier van spelen en onze prioriteiten op het veld denk ik dat ik wel op hem lijk. Net als Henry kom ik graag vanaf links naar binnen, bijvoorbeeld. Wat dat betreft zijn de gelijkenissen aanwezig.’
Ook Henry stond in zijn jonge jaren niet echt bekend als goalgetter.
‘Dat heeft Tonny Bruins Slot (voormalig assistent-trainer van Ajax, red.) me wel eens gezegd. Ook dat is een overeenkomst dan.’
Henry speelt bij Arsenal in een vrije rol vanaf links in een systeem met twee aanvallers. Zou dat voor jou ook niet ideaal zijn?
‘Misschien wel, ja. Ik heb altijd gezegd dat ik uiteindelijk spits wil zijn, maar dat hoeft wat mij betreft niet in een systeem met drie aanvallers. Ik haal nog steeds meer voldoening uit het maken van een doelpunt dan uit het geven van een assist. Als jeugdspeler scoorde ik altijd regelmatig en dat moet je onderhouden. De laatste twee seizoenen speel ik niet op mijn favoriete positie. Dat is niet erg, maar wel een feit.’
Hoe belangrijk is dat feit met betrekking op je toekomst?
‘Ik heb me erbij neergelegd en probeer mijn positie zo goed mogelijk in te vullen. Niet dat ik een hekel heb aan die plaats, absoluut niet zelfs. Ik neem het mee in mijn ontwikkeling en probeer er veel van te leren. Uiteindelijk zal ik ergens dé spits worden, bij Ajax of een andere club, en dan weet ik tenminste goed hoe een buitenspeler denkt. Dat is waardevolle bagage.’
Welke tegenstander heeft het jou dit seizoen echt moeilijk gemaakt?
(Stilte) ‘Ik wil niet zeggen dat hij me echt de baas was, maar tegen Davy De Fauw van Roda JC heb ik mijn twee minste wedstrijden gespeeld. Dat was de verdienste van Roda als team, want ze pasten goede rugdekking toe, maar ook de manier van spelen van De Fauw lag me niet zo. Hij komt heel graag mee op en daar kan ik niet zo goed tegen. Over twee duels gezien heeft hij op punten gewonnen.’
Niet alleen je trainer is tevreden over je progressie, ook je ploeggenoten zijn veel positiever. Merk je dat zelf ook?
‘Ik merk dat ze meer vertrouwen in me hebben. Voorheen durfde ze me niet altijd aan te spelen, omdat ze niet de zekerheid hadden dat ik er iets goeds mee kon doen. Nu zoeken ze me steeds vaker op, doordat ze weten dat wat ze aan me hebben. Dat is een prettig gevoel.’
Waarom ziet jouw manier van schieten er zo apart uit?
‘Dat komt eigenlijk door Gaston Sangoy, een Argentijnse jongen met wie ik in het tweede heb gespeeld. Hij had een heel aardig en doeltreffend heupschot, zoals wij dat noemen. Ik ben dat toen gaan oefenen en daardoor is mijn manier van schieten anders geworden. Ik heb er nu een beetje spijt van dat ik me dit heb aangeleerd. Mijn schot is namelijk achteruitgegaan, ik heb er minder controle over. Het gaat meer op kracht dan op techniek. Extra probleem is een lichte knieblessure die ik heb gehad. Ook daardoor ben ik anders gaan schieten en dat heeft ook voor wat afzwaaiers gezorgd. Dat is dus een punt waarmee ik nu aan de slag moet.’
Terwijl jij met Ajax knokte voor een plaats in de voorronde van de Champions League, kwamen je ploeggenoten van Jong Oranje al samen ter voorbereiding op het jeugd-EK in Nederland. Speelt dat dan door je hoofd?
‘Nee, dat kan ik goed scheiden. Ik heb wat contact gehad met keeper Kenneth Vermeer en verder heb ik me op Ajax geconcentreerd. Natuurlijk heb ik gelezen dat enkele belangrijke spelers zijn afgevallen. We beginnen niet met het sterkst mogelijke team en dat is zonde.’
Er zijn jongens afgevallen met blessures, maar je vriend en ploeggenoot Urby Emanuelson door vermoeidheid.
‘Heel jammer. Ik heb echt op hem ingepraat toch mee te gaan. Op serieuze wijze en met een dolletje. Maar als het niet gaat, dan gaat het niet. De vermoeidheid van Urby is niet van dit seizoen, maar komt voort uit een eerdere fase. Hij heeft vorig jaar enorm veel gespeeld en daarna kwam het jeugd-EK in Portugal. Het is een optelsom. Voor Jong Oranje is het een groot gemis dat hij er niet bij is.’
Bondscoach Foppe de Haan kijkt reikhalzend uit naar jouw komst. Hij verwacht veel van je.
‘Dat mag hij ook. Hij heeft een paar keer met me gewerkt en weet wat ik kan. De laatste keer dat we samen waren, voor de oefenwedstrijd tegen Jong Duitsland, heeft hij me gezegd dat ik flinke stappen heb gezet. Hij ziet duidelijk verschil tussen het WK Onder-20 van twee jaar geleden en nu.’
De Haan beklaagde zich vorige week na de eerste oefeninterland, tegen Jong Marokko (0-2), over de houding van enkele spelers. Hij constateerde dat sommigen met een te grote air over het veld liepen.
‘Jammer dat de bondscoach dit heeft geconstateerd, want het betekent dat sommigen zich niet geheel focussen op hun eigen spel. Misschien is het onbewust, dat weet ik niet.’
Zou jij ingrijpen als je zoiets bij ploeggenoten zag?
‘Dan moet het wel heel erg zijn, ik praat liever met mijn voeten.’
Toch zal De Haan ook op dat gebied iets van jou verwachten.
‘Ongetwijfeld, en daarom heb ik me voorgenomen ook op dat onderdeel te proberen de kar te gaan trekken. Ik las in VI dat ik, van alle spelers van alle deelnemers, de meeste A-interlands heb gespeeld. In mijn ogen ben ik het verplicht Jong Oranje mee op sleeptouw te nemen, ook al zit dat niet direct in mijn aard.’
Kijk je uit naar het toernooi?
‘Ja, heel erg. Ik heb vorig jaar op het WK in Duitsland een prachtervaring gehad, maar ik vind het jammer dat ik het jeugd-EK in Portugal niet heb mogen meemaken. Daarom hoop ik dat we dit jaar de prestatie van vorig jaar kunnen herhalen. Het toernooi is de laatste weken echt gaan leven. Er komen mensen naar me toe die zeggen dat ik niet mag afhaken, dat Oranje me nodig heeft. Dat is leuk om te horen.’
Waartoe zijn jullie in staat?
‘Dat is voor mij heel moeilijk te zeggen. Doordat ik al een tijdje bij het A-team zit, heb ik maar met weinig jongens van de huidige groep recent samengespeeld.’
Is dat op voorhand geen probleem?
‘Dat kán een probleempje zijn. De recente oefenwedstrijden hebben geleerd dat er nog wel wat werk aan de winkel is, maar we hebben nog tijd. Er komen nog genoeg goede spelers bij en dan is het zaak zo snel mogelijk tot een ingespeeld elftal te komen.’
Hoe leuk is het met Foppe de Haan te werken?
‘Heel leuk. Onder de spelers heerst een groot respect voor hem. Hij is stukken ouder, maar voelt ons prima aan. Wat we allemaal fantastisch vinden, is dat hij in de warming-up alles kan voordoen. Knap, want hij is niet meer de jongste.’
Tijdens het toernooi kunnen jullie je kwalificeren voor de Olympische Spelen van 2008 in China. Leeft dat bij jou ook al?
‘Eerlijk gezegd heb ik niet veel met de Olympische Spelen. Misschien dat het nog komt, maar op dit moment heb ik daar geen speciaal gevoel bij. Vroeger keek ik een paar onderdelen als het me uitkwam, maar het is niet zo dat ik alles heel graag wilde zien.’
Mocht het lukken en je moet in 2008 kiezen tussen het EK en de Spelen, wat wordt het dan?‘
Mijn streven is volgend jaar in het grote Oranje een belangrijke rol te hebben. Als dat lukt, wil dat zeggen dat ik op het EK vaker zal worden gebruikt dan tijdens het WK van vorig jaar. Mocht ik daardoor de Spelen moeten missen, dan is dat voor mij geen probleem. Dan kies ik toch echt voor het EK.’