Roda JC geeft Sergio op

PRAAT MEE!

Sergio Pacheco de Oliveira is een naam die hoge verwachtingen kan scheppen. De 22-jarige Braziliaan van Roda JC is technisch inderdaad een bovengemiddelde speler. Toch bracht de aanvaller in Kerkrade nimmer wat hij gezien zijn kwaliteiten had kunnen en misschien moeten tonen. En dus moet hij weg. VI zocht uit waarom.

© Pro Shots

Roda JC geeft Sergio op

Het is de zomer van 2002, de ogen van Nol Hendriks glinsteren. De slimme geldschieter en technisch directeur van Roda JC is NAC Breda te slim af geweest. Door optimaal gebruik te maken van nieuwe FIFA-regels weet Hendriks de Braziliaanse voetbalparels Sergio en Cristiano naar Kerkrade te lokken. Breda is woest, maar in Zuid-Limburg wordt extra vlaai verkocht. Want de twee aanvallers zijn dan net 21 jaar en hebben in het seizoen ervóór respectievelijk negen en tien keer gescoord. Een mooie toekomst gloort voor beiden en Roda hoopt er zowel financieel als sportief van te profiteren.

De zomer van 2004 zal echter een koude worden in Kerkrade. De ploeg haalt geen Europees voetbal, en daar waar Sergio warmte en dynamiek had moeten brengen in het spel van de Limburgers, wacht hem nu een trieste aftocht met Roda JC als een nog grotere verliezer. De Braziliaan geldt voor iedereen in de club als de beste speler van de selectie. In potentie dan, want na twee seizoenen wil Roda van hem af. Ook Cristiano kent een moeilijke jaargang, maar met hem wil de club vooralsnog wél door. Het contract van Sergio loopt af in 2005, maar Roda JC zal zich soepel opstellen als er interesse voor de aanvaller komt. Wat ging er mis bij deze toch begenadigde voetballer? Een rondgang langs alle betrokkenen levert het antwoord.

Johan Nuyten begeleidt en adviseert zowel Sergio als Cristiano in hun privéleven sinds hun komst naar Nederland in 1996. De voetballers zien in de Bredanaar, die na 26 jaar als docent bijzonder onderwijs nu werkzaam is in de kinderpsychiatrie, een vertrouwensman en noemen hem liefkozend Le Papa. Nuyten helpt en ondersteunt de spelers belangeloos. Hij is geïnteresseerd in de ontwikkeling en begeleiding van jonge voetballers.

‘Ik wil niet aanvállen maar aanvúllen, en de dialoog aangaan’, lacht Nuyten wrang. ‘Ik lach omdat de geschiedenis zich herhaalt. Vanuit mijn ervaring, kennis en menselijke interesse appelleer ik aan de misstanden in het voetbal. Dat willen de verantwoordelijken liever niet horen, omdat het niet in hun straatje past. Maar ik kan wél vrijuit praten, omdat ik geen belangenstrategie heb. Alleen, ik ben en heb geen autoriteit in de voetbalwereld. Als ik bijvoorbeeld Alfred Schreuder had geheten, die Sergio in én om het veld altijd subliem heeft aangevoeld en geholpen, dan had ik wellicht wél een ingang gehad. Kennis en vaardigheid is inzicht hebben in het eigen handelen, maar in het voetbal wordt daar bijna niets mee gedaan. Voetbal wordt academisch gemaakt en op die manier ontnemen ze de creatieve, natuurlijke speler al zijn vermogen en daardoor ook zijn spelvreugde. Zo ook Sergio, hij moet zijn natuur te vaak verloochenen en komt daardoor in conflict met zichzelf. En om dat te camoufleren, hangt hij vaak de nonchalante stoere jongen uit. Net als een kameleon stelt hij zich in op zijn omgeving, waardoor er niks aan de hand lijkt. Vanuit die invalshoek is er ook bij Roda niet naar die jongen omgekeken, evenmin als door zijn makelaar. Om financiële redenen ligt er nu een probleem dat moet worden opgelost en zie je plots de mensen weer om hem heen cirkelen. Ik geloof in vaardigheid en waardigheid. Vaardigheid is er wel in het voetbal, maar waardigheid helaas weinig.’

Nuyten sprak begin vorig seizoen met Roda-trainer Wiljan Vloet. ‘Op zijn verzoek heb ik een profielschets gemaakt met begeleidingsadvies over de randvoorwaarden die de persoon Sergio behoeft om de voetballer Sergio tot ontwikkeling te brengen. Mijn bereidheid op hun verzoek daar inhoud aan te geven heeft nimmer een reactie meer opgeleverd. Nu zeggen ze dat ze er alles aan gedaan hebben... Wat dan?, zeg ik op mijn beurt. Laat nu eens zien wat je daadwerkelijk hebt gedaan om het maximale rendement uit de doorgroei van Sergio te halen. Als je in die ontwikkeling van een voetballer niet wilt of kunt investeren, wil ik dat nog best begrijpen. Maar accepteer dan ook sportief dat je hebt gegokt en verloren, en zeg niet: Ik heb er alles aan gedaan. Nu zit die jongen gevangen in emotionele blokkades die de verwachtingen van de voetbalwereld en de media hem hebben opgelegd. Sergio heeft unieke aanleg en kwaliteiten. Het probleem zit ’m dan ook niet in de voetballer, maar in de manier waarop de mens Sergio wordt gerespecteerd, begeleid en opgevangen.’

Wiljan Vloet denkt daar anders over. ‘Ik heb alles geprobeerd met Sergio. Ik heb hem gekust en geknuffeld, genegeerd, met hem gegeten en gesprekken met hem gevoerd. Maar ik kan blijkbaar de juiste sleutel niet vinden. Ik weet dat Sergio een fantastische voetballer is, maar het komt er absoluut niet uit. Na twee jaar worstelen met hem, heb ik besloten de strijd definitief op te geven. Sergio maakt volgend seizoen dan ook geen deel uit van de selectie van Roda JC.’

De coach ziet het niet als een nederlaag dat juist hij, die in het verleden werkte met moeilijk opvoedbare jongeren, Sergio niet aan het voetballen kreeg. ‘In tegenstelling tot mijn eerdere werk was het doel ook niet zijn gedrag te veranderen’, doceert Vloet. ‘Wellicht dat het daardoor wél beter was gegaan met Sergio, maar ik kan toch niet dag en nacht met hem bezig zijn. Dat is heel intensief en ook niet gebruikelijk in de voetballerij. Ik vind dat adel verplicht; als iedereen weet dat je de kwaliteiten hebt, moet je het laten zien. Het probleem zit voor het grootste deel in Sergio zelf, hij heeft niet gebracht wat hij móét brengen. Misschien komt dat door het systeem dat we spelen en zijn het fouten die ik heb gemaakt. En ik denk ook zeker dat de spelersgroep te lief is geweest voor hem. Bovendien relativeert hij iets te gemakkelijk door zijn geloof. Ik denk dat het die mix van factoren is. Het is en blijft doodzonde, maar we moeten er ook niet te dramatisch over doen.’

Dat doet ook Nol Hendriks niet. De technisch directeur legt in harde maar klare taal uit waarom Roda JC niet verder wil met de aanvaller. ‘Sergio past gewoon niet bij ons’, is zijn simpele conclusie. ‘Bij ons in het zuiden moet je keihard werken, maar dat doet hij nu eenmaal niet. Je mag hier fouten maken, als je maar knokt. Wij hebben hier zelden iemand gehad die zó goed kan voetballen als Sergio, maar hij laat het niet zien. Als je dan ook nog niet werkt, accepteren de supporters het niet. Het publiek moet hem niet meer. Als hij tien dingen goed doet en één keer iets fout, dan fluiten ze hem al uit. Bovendien heeft hij een heel behoorlijk salaris, hij is de grootverdiener van Roda JC. Het valt dan niet goed in de spelersgroep als je je talenten niet benut. Dan krijg je scheve gezichten en houdt het een keer op. Uiteraard heeft zijn geloof er ook mee te maken. Sergio is absoluut niet kritisch op zichzelf en als de trainer hem aanspreekt op zijn werklust, dan zegt hij: “Dat is de wil van God”. Ik heb hem toen gezegd dat het ook de wil van God is dat hij hard werkt. Maar dat heeft volgens mij weinig indruk gemaakt.

De godsdienst van Sergio is een gevoelig onderwerp. De Braziliaan belijdt een zijtak van het protestantisme in Rio de Janeiro. Roda JC verwijt de aanvaller dat hij te veel tijd kwijt is aan het bijwonen van religieuze bijeenkomsten. Een drogreden, vindt Johan Nuyten. ‘Het geloof heeft een erg overtuigende impact op hem’, weet de vertrouwensman. ‘Ik vind dat je ten aanzien van geloof en overtuiging elk mens dient te respecteren. Als je dat wederzijds doet, is er ruimte en geen bedreiging of bekeringsdrang. Ik vergelijk dat als voorbeeld met de missionaris van vroeger die als zendeling de inboorlingen in Afrika wilde overtuigen van zíjn geloof. Zo’n missionaris ziet bij aankomst een hele stam vanuit hun (bij)geloof dansen rond een totempaal. Voor hem is dat afgoderij, dus stapt hij op de totempaal af en hakt ’m om, met de bedoeling de inboorlingen te bekeren. Die missionaris zal worden gezien als een vijand en worden omgebracht. Als Sergio’s geloof in onze ogen die totempaal is, dans dan met hem mee, kom echt met hem in contact, maar laat zijn voetbalprestaties erbuiten. Op die wijze ontstaat er geen discussie of behoefte aan overtuiging. Dat schept ruimte en vertrouwen voor hem om de balans te vinden in zijn geloofsbeleving en de sociaal-maatschappelijke verantwoordelijkheden die daaruit voortvloeien. Nu wordt zijn naam als voetballer vanwege zijn geloof belachelijk gemaakt en onnodig geschaad. Dit houdt de negatieve spiraal van zijn ontwikkeling in stand, met het schijnbare bewijs van zijn onhandelbaarheid.’

Sergio zelf doet luchtig als zijn geloof ter sprake komt, en tijdens het gesprek toont hij regelmatig het stoere gedrag waarover Nuyten eerder sprak. Maar achter die lacherige, laconieke houding gaat een zeer gevoelig mens schuil. ‘Ik denk dat het Gods wil is dat de dingen zo moesten lopen’, zegt de Braziliaan. ‘Daarom ben ik ook niet negatief tegenover Roda JC. Het leven is goed, mijn familie en ik zijn gezond en ik heb goed werk. Ik geloof en blíjf geloven, wat meneer Hendriks ook zegt. Als ik elke avond op stap zou gaan, dan heeft hij recht van spreken, maar toch niet als ik naar de kerk ga? Ze zoeken altijd wel iets om over te klagen.’

Voor Sergio is het systeem van Roda onder Vloet de meest logische verklaring voor zijn mindere spel. De Limburgers spelen 4-4-2 en de Braziliaan is daarin vaak de buitenste man aan de rechter- en soms de linkerkant. Terwijl hij zichzelf toch echt ziet als ware nummer 10. Sergio: ‘In twee jaar tijd heb ik ongeveer acht keer op mijn plek achter de spits gespeeld. Dat is gewoon veel te weinig. In een systeem zonder nummer 10 wordt het moeilijker voor mij. In een 4-4-2 moet ik veel meters maken en dat doe ik ook, maar dat kan wel ten koste gaan van mijn aanvallende kwaliteiten. Uiteindelijk weet ik dat God iets beters voor mij in petto heeft, misschien is het daarom wel goed dat ik vertrek. Ik wil dit alles zo snel mogelijk vergeten en opnieuw beginnen.’

Video