Portret Spanje
Voetbal International belicht met portretten de zestien EK-deelnemers. Aandacht voor Spanje.
© Pro Shots

Spanje had geen kind aan de concurrentie. Tsjechië en Spanje golden als de moeilijkste tegenstanders in de kwalificatiecampagne, maar ook zij hadden niets in te brengen tegen het hypnotiserende combinatievoetbal van de Spaanse ploeg.
Des te knapper is onafgebroken zegereeks. Geen moment in de kwalificatiereeks verslapte de ploeg, die er een sport van gemaakt heeft om na minutenlang balbezit een doelpunt te fabriceren.
Vicente del Bosque (Salamanca, 23 december 1950) werd na de EK-winst in 2008 aangesteld als opvolger van Luis Aragonés. De voormalige middenvelder van Real Madrid en ex-coach van De Koninklijke kende een droomstart als keuzeheer.
Hij won zijn eerste tien interlands en evenaarde daarmee het wereldrecord van de Braziliaan João Saldanha uit 1969. Uiteindelijk leed Del Bosque in zijn veertiende interland zijn eerste nederlaag. Op 29 juni 2009 kwam een einde aan de serie tijdens de halve finale in de strijd om de Confederations Cup tegen de Verenigde Staten (2-0).
Toen Del Bosque in 2008 de leiding kreeg, vertoonde zijn missie alle kenmerken van een waagstuk. Hij erfde de Europese kampioenen en verving Aragonés, die een held voor het leven werd na de EK-zege van Spanje in Wenen. Del Bosque voerde geen grote veranderingen door, nam vijftien Europees kampioenen mee naar Zuid-Afrika en introduceerde als coach onder anderen Gerard Piqué en Sergio Busquets.
In zijn voordeel spreekt ook de uitstekende relatie die hij heeft met de media en belangrijke figuren in de Spaanse voetbalwereld. Aragonés lag constant overhoop met journalisten en bestuursleden van de Spaanse bond. Del Bosque is veel rationeler dan zijn voorganger en meer een vaderfiguur voor de spelers.
Doel Iker Casillas (Real Madrid), Víctor Valdés (Barcelona), Pepe Reina (Liverpool) .
Verdediging Jordi Alba (Valencia), Raúl Albiol, Arbeloa, Sergio Ramos (Real Madrid), Juanfran (Atlético Madrid), Gerard Piqué (Barcelona), Javi Martínez (Athletic de Bilbao).
Middenveld Xavi, Andrés Iniesta, Sergio Busquets, Cesc Fabregas (Barcelona), Xabi Alonso (Real Madrid), David Silva (Manchester City), Santi Cazorla (Villarreal), Jesús Navas (Sevilla), Juan Mata (Chelsea).
Aanval Fernando Llorente (Athletic de Bilbao), Fernando Torres (Chelsea), Álvaro Negredo (Sevilla), Pedro (Barcelona).
Andrés Iniesta werd op 11 mei 1984 geboren in Fuentaelbila, een vlekje op de landkaart met nog geen tweeduizend inwoners in de regio Castilië-La-Mancha. Op twaalfjarige leeftijd haalden scouts van Barcelona hem weg uit de jeugd van zijn club Albacete.
Hij kwam terecht in het befaamde opleidingsinstituut La Masia, waaruit ook spelers als Lionel Messi, Carles Puyol, Pedro, Gerard Piqué en Sergio Busquets zijn voortgekomen. In het internaat was Iniesta aanvankelijk een eenling, door zijn gesloten karakter en zijn uiterlijk. Zijn medespelers noemden hem Het Bleekgezicht. Nu is hij nog altijd wat verlegen. Iniesta praat zacht en is wars van enige opsmuk.
Voor de socios is hij een superheld, zelf vindt hij zichzelf een held tegen wil en dank. Daarom heeft hij nog een andere bijnaam: El Anti-Galáctico. Louis van Gaal is medebepalend geweest voor het carrièreverloop van Iniesta. Als trainer van Barcelona liet hij de middenvelder op 29 oktober 2002 debuteren in het eerste elftal. Duidelijk was in die dagen al dat het iele en verlegen ventje zou uitgroeien tot een topvoetballer.
Josep Guardiola zag hem in februari 2001 voor het eerst meetrainen met de A-selectie van Barcelona. De huidige trainer van de Spaanse grootmacht was in de nadagen van zijn loopbaan beland en raakte meteen in vervoering van de sierlijke spelmaker. 'Mannen, vergeet deze dag nooit, zo zei Guardiola. 'Dit is de dag dat een toptalent voor het eerst heeft meegetraind.' De rest is geschiedenis.
Met de vier jaar oudere Xavi vormt Iniesta al jaren de motor van Barcelona en de Spaanse ploeg. Xavi is de spelverdeler met de lasergestuurde passes, terwijl Iniesta de man is van de fijne dribbels, de betoverende passeerbewegingen en de weergaloze techniek.
Er leek jarenlang een vloek te liggen op Spaanse ploeg. Hoewel de juniorelftallen de prijzen aaneenregen, faalden de senioren vaak op de eindtoernooien. Voor een land dat kan terugvallen op een zeer sterke nationale competitie was de EK-titel uit 1964 een schrale oogst.
Inmiddels heeft het land de prijzenkast behoorlijk gevuld met de Europese triomf in 2008 en de WK-titel twee jaar later in Zuid-Afrika. Vooral de manier wáárop Spanje zich presenteert spreekt aan. Met oogstrelend combinatievoetbal is de nationale ploeg een lust voor het oog.
In 1964 profiteerde Spanje van het thuisvoordeel. Na een 2-1 zege op Hongarije in de halve finale won de ploeg de finale van Sovjet-Unie. Marcelinos kopte in Santiago Bernabeu vlak voor tijd onder toeziend oog van dictator Franco de 2-1 binnen.
De zege in 2008 luidde het begin van een nieuw tijdperk in. Zelden had een land zoveel indruk gemaakt op een Europees toernooi. In de finale in Wenen maakte Fernando Torres het winnende doelpunt, terwijl regisseur Xavi werd uitgeroepen tot speler van het toernooi.
| Jaar | W-G-V | Prestatie |
| 1964 | 2 - 0 - 0 | Winnaar |
| 1980 | 0 - 1 - 2 | Eerste ronde |
| 1984 | 1 - 3 - 1 | Verliezend finalist |
| 1988 | 1 - 0 - 2 | Eerste ronde |
| 1996 | 1 - 3 - 0 | Kwartfinale |
| 2000 | 2 - 0 - 2 | Kwartfinale |
| 2004 | 1 - 1 - 1 | Eerste ronde |
| 2008 | 5 - 1 - 0 | Winnaar |
| |