Pascal Bosschaart: ‘ADO Den Haag moet rond de negende plaats spelen’

PRAAT MEE!

De Feyenoord-droom van Pascal Bosschaart (26) een nachtmerrie noemen gaat wellicht wat ver, maar het werd nooit wat hij ervan hoopte. Bij ADO Den Haag hoopte de Rotterdammer in elk geval het plezier terug te winnen, maar daar komt voorlopig weinig van terecht. Triest dieptepunt was het thuisduel met Vitesse van afgelopen zondag, met een snelle rode kaart voor Bosschaart en vervolgens het staken van de wedstrijd. De volgende dag stapte bovendien trainer Frans Adelaar op. Omdat het interview vóór zondag plaatshad en alleen Stijn Vreven van de clubleiding op de actuele gebeurtenissen mocht ingaan, kon Bosschaart er niet op reageren.

© Pro Shots

Pascal Bosschaart: ‘ADO Den Haag moet rond de negende plaats spelen’

Bleek de droom uiteindelijk een luchtbel?

Nee, dat vind ik niet. In 2004 heb ik de overgang van FC Utrecht naar Feyenoord zelf afgedwongen. Het was een toptransfer, zeker omdat ik naar de club ging waarvan ik altijd had gedroomd. Vergis je niet, als kind speelde ik al op Varkenoord. Dan is het schitterend om terug te keren op het oude nest. Vraag honderd Rotterdamse jochies wat ze willen, allemaal kiezen ze voor Feyenoord. Ik ben er trots op dat ík die droom heb kunnen verwezenlijken. En dat het niet is geworden wat we ervan hadden verwacht, is een heel ander verhaal. Dat onderken ik, maar daarom was het nog geen verloren periode.’

Waarom werd het niet wat je hoopte?

‘Tja, dat blijft natuurlijk de vraag. Ik ben de eerste om toe te geven dat het niet goed was. En ook mijn ouders hebben mij altijd op die manier behandeld. Als ik slecht speel, dan krijg ik het op mijn bord. Dat vind ik ook niet meer dan terecht. Maar hoe kritisch je je ook opstelt, zelf ben ik van mening dat ik niet altíjd slecht heb gespeeld. Natuurlijk zaten er dramatische wedstrijden bij, maar toch niet elke week? Kom op, zeg.’

Had je gedacht dat de stap gemakkelijker te maken was?

‘Dat was het probleem niet. Ik vind dat ik me vrij moeiteloos aan het niveau heb aangepast. En ik heb ook vrijwel alles gespeeld. Op de een of andere manier zagen ze het dus blijkbaar toch wel in me zitten. Maar het grote verschil tussen FC Utrecht en Feyenoord is dat je in Rotterdam eigenlijk niet slecht mag spelen. Dat is nu eenmaal de eis die aan voetballers van een topclub wordt gesteld. En áls je een keer iets minder speelt, moet je je in elk geval het leplazerus werken. Nou, dat heb ik niet nagelaten. Op mijn instelling viel niets aan te merken. Daardoor kan ik mezelf altijd recht in de ogen blijven kijken.’

Jouw spel in Rotterdam was lang niet altijd goed. Maar mét jou voldeden ook vele anderen onvoldoende.

‘Ik kwam niet in een gespreid bedje terecht, nee. In Rotterdam heb ik een deel van een zwarte periode van Feyenoord meegemaakt, terwijl ik er natuurlijk liever had gespeeld toen ze de UEFA Cup wonnen. Maar ondertussen blijf ik van mening dat de beoordeling vreemd was. Zoals verdedigers en keepers altijd op een vrij oneerlijke wijze beoordeeld worden. Als de spits negen keer over de bal struikelt maar vlak voor tijd de winnende maakt, is hij de held. Verdedigers kunnen vaak een briljante wedstrijd spelen tót ze één fout maken. Dat gebeurde me vaak. Ik wil niet verongelijkt klinken, maar het is wel de realiteit. Tegen Ajax voor de play-offs speelde ik geweldig, had ik veel onderscheppingen. Maar tegelijkertijd maakte ik één blunder. Nou, moest je ze eens horen…’

Had je het gevoel dat er op de man werd gespeeld?

‘Ik heb verschrikkelijk veel moeten verduren. Elke week weer kreeg ik bakken kritiek over me heen. Altijd was ik de pispaal, ook als ik wél voldoende had gespeeld. En dat was best zwaar. Iedereen vindt het toch wel eens leuk als er positief over hem gesproken wordt? Dat geldt voor jou als journalist, voor de bakker op de hoek en ook voor mij als voetballer. Maar helaas, negativiteit gaat vóór positieve kritiek. Als je goed speelt wordt dat vaak normaal gevonden. Het was niet leuk, maar ik heb er ook weer niet onder geleden. Erger vond ik het voor mijn ouders. Het is beschamend dat mijn vader op de terugweg van De Kuip naar zijn auto een paar keer bedreigd is omdat hij mijn vader is. Ik wil niet citeren, maar het loog er niet om. Vreselijke uitlatingen over hun kind, dat doet ouders toch pijn? Jarenlang zijn ze altijd met me meegegaan en als ze dan zulke dingen te horen krijgen, is dat erg moeilijk. Al geldt dat voor al zulke uitlatingen van fans. Twee weken geleden speelden we met ADO Den Haag voor de beker in de Amsterdam Arena. Telkens werd ik voor kanker-Bosschaart uitgemaakt. Want ja, ik ben tenslotte een Rotterdammer. Zelf kan ik daar niet meer wakker van liggen, maar het bleek op tv ook te horen te zijn geweest. Vreselijk.’

Durft je vader nog wel naar De Kuip?

‘Hij heeft het er erg moeilijk mee gehad, maar sinds ik vertrokken ben, is het gevaar wel verdwenen. Bovendien, Feyenoord is ook zijn cluppie. En een paar idioten pakken zoiets echt niet van hem af.’

Als fans zoiets doen, zijn ze echt ten einde raad.

‘Het is een proces. Zeker in slechte tijden hebben de media heel veel invloed op het publiek. De sfeer die de publieke opinie creëert, wordt vaak klakkeloos overgenomen als er onder supporters een gevoel van onvrede bestaat. Ik heb het bijvoorbeeld nooit terecht gevonden dat mijn naam werd gelinkt aan een ruzie met Salomon Kalou tijdens de nachtelijke sessie na Ajax-Feyenoord. Het had allemaal plaats na die dramatische wedstrijd in Amsterdam (3-0). Op de terugweg zat ik samen met een aantal spelers achterin de bus te praten over voetbal. Terwijl voorin sommige gasten aan het spelen waren met hun psp’tjes (mobiele spelcomputers, red). Mijn hoofd stond niet naar zoiets, simpel. Eenmaal in Rotterdam aangekomen, hebben we nog een tijd zitten praten. Over voetbal, over Feyenoord, over Kalou. Maar niet om hem wég te krijgen, wat een onzin! Hij was een van de weinige toppers die we nog hadden. Dit was pure stemmingmakerij in een crisistijd. Dán worden fans boos.’

Dus eigenlijk kwam het allemaal door de media.

‘Nee, natuurlijk niet. De media waren niet de schuldigen, maar ze zetten wel iets in gang. Misschien moet je de schuld wel ergens anders zoeken. Juist als je heel veel publiciteit over je heen krijgt, mag je ook wel eens een keer beschermd worden door de voorzitter of de trainer. We dienden toch met z’n allen hetzelfde belang? Maar waarom heb ik nooit gehoord: Jullie kunnen wel zo lullen over Pascal, maar ík heb vertrouwen in deze speler? Dat vond ik laatst zo mooi aan Frans Adelaar. De eerste weken bij ADO Den Haag speelde ik echt niet fantastisch, maar hij nam het in VI wel voor me op. Hij wist namelijk dat ik mijn draai nog een beetje moest vinden. Het is maar iets kleins, maar die vorm van vertrouwen is wel lekker, hoor.’

Heb je dat bij Feyenoord gemist?

‘Ja, absoluut.’

Zowel bij Ruud Gullit als bij Erwin Koeman?

‘Zeker. Bij Gullit kan iedereen zich vast nog wel het interview met Hans Kraay junior herinneren rond de wedstrijd tegen AZ. Of hij nou wel of niet had gezegd dat ik geen linksback was. Ík weet niet wat het nu was, daar heeft hij met mij nooit over gesproken. Zoals we eigenlijk nooit ergens over spraken. En ook niet met Koeman. Ik denk dat dat wel voldoende zegt. Een moment van warmte heb ik nooit ervaren. Als je het slecht doet, mogen ze dat best zeggen, maar als je het goed doet toch ook? Daarover heb ik nooit iets gehoord. Nooit. En dan heb ik het nog niet eens over aantijgingen vanuit de eigen mediahoek. Ik vind dat een clubblad de eigen spelers nooit mag afvallen. Maar ik heb nu nog een exemplaar van Feyenoord-magazine in de auto liggen, waarin ik echt met de grond gelijk werd gemaakt. Verbijsterend, zoiets mag niet.’

Bij FC Utrecht werd je op handen gedragen.

‘Qua supporters viel dat wel mee. Voor hen was ik gewoon een van de velen. Maar het klopt wel dat in de media al jaren werd gesuggereerd dat ik snel de stap naar een topclub zou gaan maken. Zelfs analytici wilden me destijds in het Nederlands elftal hebben. Maar voetballen in een team dat goed draait is natuurlijk altijd makkelijker. We hadden grote successen. Drie bekerfinales, twee bekerwinsten én Europees voetbal. In Utrecht heb ik veel meer prijzen gepakt dan in Rotterdam. Dat is toch ongelooflijk? Op den duur waren we bij Feyenoord al blij als we de eerste ronde van het UEFA Cup-toernooi hadden overleefd. Het was echt de wereld op z’n kop. Ik ben ontzettend trots dat Feyenoord-shirt ooit gedragen te mogen hebben, maar nu ben ik blij dat ik vlak voor de transferdeadline nog kon overstappen naar ADO Den Haag. Dit seizoen was er voor mij geen toekomst meer in De Kuip.’

Hoe werd jou dat duidelijk gemaakt?

‘Nou, níét eigenlijk. En daardoor wist ik voldoende. In de voorbereiding kreeg Royston Drenthe telkens de voorkeur en in het voorbijgaan zei Koeman me wel eens vaag dat hij voor een ander koos. Nee, natuurlijk kon ik me daar niet in vinden. En ik wilde me er ook niet in schikken. Want tegenwoordig is het echt niet meer zo dat je als bankzitter van Feyenoord verzekerd bent van een basisplaats elders. Tijdens het voetbalgala van De Telegraaf, op 29 augustus, vroegen een paar clubs of ik geïnteresseerd was op huurbasis bij hen te komen spelen. ADO Den Haag vond ik het interessantst. En toen we Feyenoord om toestemming vroegen, was dat geen enkel probleem, haha. Op de 31ste hebben we onderhandeld. Ik moest dus snel knopen doorhakken. Maar het gevoel was meteen goed. Een volksclub met een schitterend publiek, dat past bij mij. Inmiddels ben ik al een aantal keren met mijn vader naar het supportershome geweest. Geweldig, dat kun je alleen maar begrijpen door er een keer naartoe te gaan. Bovendien zie ik veel potentie met deze ploeg.’

Maar jullie staan laatste…

‘Schandalig is het. Vorige week hadden we natuurlijk van Sparta moeten winnen, maar toen gaven we niet thuis. Al ben ik ervan overtuigd dat het goed komt, hoor. Dit ADO is een uitstekende ploeg. Nu zitten we in de problemen en is het zaak boven de rode streep uit te komen, maar de afgesproken doelstelling van handhaving vind ik eigenlijk te bescheiden. In mijn ogen moeten we mee kunnen strijden rond de negende en tiende plaats.’

Wat is dan jullie probleem?

Ten eerste het scoren. Bijna elke wedstrijd krijgen we wel een paar opgelegde kansen, maar ze gaan er niet in. Daardoor komen we als verdediging telkens met het mes op de keel te staan. We kunnen namelijk niet álles tegenhouden. Bovendien vind ik dat we weer iets meer baas in eigen huis moeten worden. Bij FC Utrecht heb ik heel goed ervaren hoe dat voelt. Niemand nam punten mee uit De Galgenwaard, het onoverwinnelijke gevoel was enorm. Waarom hebben we dat niet in Het Zuiderpark?’

Aanvoerder Stijn Vreven uitte de nodige kritiek, bijvoorbeeld op de instelling van sommige spelers bij ADO. Ben jij het daar mee eens?

‘Ja, er zit absoluut een kern van waarheid in. Stijn Vreven is een fantastische gozer die echt bij ADO Den Haag hoort. En ik vind het ook idioot dat jongens als Stijn en Michael Mols in het veld de kar moeten trekken. Kom op zeg, we spelen hier niet voor de fun. Ik uit ook zulke kritiek, maar dan altijd binnenskamers. Persoonlijk hou ik er namelijk niet van om in de media mijn gal te spuwen, maar dat is natuurlijk bij elke speler verschillend. Maar nu in de huidige situatie alle noodlichten op rood staan, moet iedereen een stapje extra zetten. Dat mogen we best eens tegen elkaar zeggen.’

Lang gebeurde dat niet. Deze ADO-selectie staat bekend om zijn enorme teamgevoel.

‘Klopt, wat heb ik in de afgelopen tweeënhalve maand hier ontzettend veel gelachen. Ik heb wel eens gezegd dat de sfeer van FC Utrecht niet te evenaren was, maar daar kom ik nu op terug. Natuurlijk moet je je afvragen of het wel gerechtvaardigd is. Als je laatste staat, moet je de ernst van de zaak natuurlijk ook inzien. Maar aan de andere kant, op het moment dat er veel gelachen wordt, komen de resultaten in mijn ogen vanzelf wel. Ik heb humor nodig om goed te presteren.’

Wat is jouw aandeel daarin?

‘Ach, ik moet eerlijk zeggen dat ik me nog een beetje heb ingehouden. Zo heeft tot nog toe nog niemand zijn schoenen zonder neuzen teruggevonden. Maar iedereen doet hier wel iets. Ferrie Bodde is de man van de gekke typetjes – soms hoor je opeens Johan Cruijff in de kleedkamer – en ik heb meteen geïntroduceerd dat er muziek gedraaid moet worden. Sindsdien staan er een I-pod en een Bose-geluidssysteem in de kleedkamer. Ik kan me niet stil voorbereiden, heb een bepaalde adrenalinestoot nodig.’

Botst het nooit met anderen?

‘Je zou misschien denken van wel, maar de meeste jongens vinden het leuk en de rest accepteert het ook gewoon. Dat vind ik ook tekenend voor deze selectie. Ik heb het gevoel dat alle jongens voetbal nog gewoon als een hobby zien. Niet als een verplichting. En bij voetbal hoort humor, lol trappen. Dat heb ik vroeger bij de pupillen al geleerd. Daarom kan ik ook absoluut niet zeggen dat ik afgelopen zomer een stap terug heb gemaakt. Feyenoord was qua aanzien misschien groter, maar voor mijn gevoel geniet ik nu meer. Daarom was dit een stap vóórwaarts. Ik voel weer waardering. En of je nu bouwvakker of voetballer bent, díe waardering is het leukste.’

Dus jouw gevoel wordt vooral bepaald door de sfeer in de groep?

‘Ja, meer dan door de positie die we innemen op de ranglijst. Anders zou ik hier nu toch ook moeilijk met een lach op mijn gezicht kunnen zitten. Het gevoel zegt alles. Ik kon dan wel in De Kuip spelen, maar de lol was weg. Op een bepaald moment was het een verplichting geworden. De muziek stond nog aan, maar daar was alles mee gezegd. Net als sommige andere jongens ergerde ik me aan bepaalde dingen, daarnaast verloren we ook nog eens vaak. Waar doe je het dan nog voor?’

Wat irriteerde je dan zo?

‘Iedereen kan zeggen wat hij wil over het interview van Pierre van Hooijdonk van laatst, maar de ergernis zat diep. De houding van jongere spelers verandert, dat is nu eenmaal zo. Dat ik dat als 26-jarige al merk, zegt in mijn ogen genoeg. Toen ik zestien was kwam ik bij FC Utrecht met David Nascimento, Michael Mols, John van Loen en Harry Decheiver te spelen. Élke dag werd ik van de training afgeschopt. Vroeger had ik ook een grote mond, totdat ik merkte dat ik beter een beetje kon dimmen. Ik keek op tegen Van Hooijdonk toen we samen kwamen te spelen, maar bij sommigen zag je geen greintje respect. Hij zei iets en de dopjes gingen weer in de oren. Maar neem nu eens Michael Mols. Bij ADO is hij de man naar wie iedereen luistert. Of het nu klopt of niet wat hij zegt, je moet het aannemen. Simpelweg vanwege zijn staat van dienst. Ik ken Pierre een beetje en hij heeft met iedereen het beste voor. Dat hij op zijn 36ste na elke training nog vrije trappen staat te nemen, doet hij echt niet voor zijn éígen toekomst. Feyenoord mist een Jaap Stam. Ook ervaren, maar voor hem wordt wél respect getoond.’

Zou dat dan niet aan Van Hooijdonk kunnen liggen?

‘Nee, dat denk ik niet. Ik heb het afgelopen seizoen zelf ervaren hoe ook hij zijn best deed om een echte groep te krijgen. Als je buiten het veld met elkaar goed door een deur kunt, ga je binnen de lijnen ook voor elkaar door het vuur. En dát is het grote probleem geweest. Negen van de tien keer regelde ik samen met Patrick Lodewijks de uitjes. Maar om nou te zeggen dat het gezellig was... Ja, met Patrick, Pierre, Pieter Collen, Ron Vlaar en nog een paar jongens. Maar het gros was nog niet binnen of ze stonden alweer klaar om te vertrekken. Ze deden ook geen moeite. Terwijl we echt niet elke vrijdag uit eten gingen. Als het eens in de drie maanden gebeurde, dan was het veel.’

Zonder uitjes geen prestaties?

‘Teambuilding werkt absoluut mee. Maar de problemen liggen natuurlijk veel breder. Het is bij Feyenoord een zootje, dat zie je aan alles. De ene week ben je de held, de volgende week doe je niet meer mee. Michael Aerts traint met de jeugd mee, maar kan hij opeens niet meer keepen dan? En wat Gianni Zuiverloon vorige week in VI zei is ook tekenend. Er wordt een speler voor zijn positie gehaald die niets beter is, terwijl hij afgelopen zomer nog te horen kreeg dat er geen plek voor hem was. In feite geldt dat natuurlijk ook voor mij. Die Phillipe Léonard, is absoluut niet beter dan ik. Dat durf ik best te beweren. Die jongen is de dertig al gepasseerd, hij moet eerst twee maanden trainen om fit te worden om vervolgens weer naar de bank te verdwijnen. Klinkt misschien vreemd, maar dat debacle rond hem geeft mij veel zelfvoldoening. Eigenlijk heb ik het helemaal niet zo slecht gedaan.’