'Oud en nieuw van een andere wereld'
Zo, dus de heer Julien Escudé wil een gesprek met zijn trainer Danny Blind. De Franse verdediger wil weleens horen wat zijn positie bij Ajax is nu-ie een paar wedstrijden niet heeft gespeeld. Nu lijkt mij de tribune een duidelijk signaal. Dan ben je gewoon niet goed genoeg, in elk geval tijdelijk niet. Zoals ook zijn ploeggenoot John Heitinga al een tijdje ondervindt. Die stelde het een paar weken geleden in dit blad nog wat rigider. De 21-jarige dreigde met een vertrek naar het buitenland indien hij niet snel aan spelen zou toekomen, en Nederland geraakte in shock.
© Pro Shots

Dat is dus de makke van de moderne voetballer. Die is te snel rijk geworden, te snel op een voetstuk geplaatst, ongeduldig tot en met, en refereert vooral aan zichzelf, niet aan feiten. Als product van hun eigen verbeelding is de bank er alleen voor anderen. Een eerste reservebeurt kan nog worden gecamoufleerd onder het hedendaagse motto van het roulatiesysteem, een tweede verbanning uit de basiself begint in hun ogen al op een wreedaardig verzinsel van de trainer te lijken, en bij de derde is de boot aan. Dan gaat de gekwetste ziel op het trainingsveld niet de ouderwetse strijd tot overleven aan, maar schakelt zaakwaarnemer of vakbond in om de zondige oefenmeester op het matje te roepen. Of hij dreigt met een vertrek. Zoals het slechts een kwestie van wachten is op de eerste speler die met Wendy van Dijk aan de hand en een tv-ploeg in zijn gevolg naar het trainingsveld komt om een basisplaats af te dwingen. De voetballerij is tenslotte een woeste tuin vol macho’s wier interesse vooral persoonsgebonden is.
Gelukkig kan het ook anders, zo bleek vorige week in Milaan. De zeventienjarige Ismail Aissati speelde twintig minuten mee met PSV in de kathedraal van San Siro en wat zei hij na afloop? ‘Dank u, mijnheer de trainer, dat u mij deze kans gaf.’ Mooi, dat die hoofsheid in het profvoetbal nog bestaat. Mooi, dat er nog voetballers zijn die het als een gunst beschouwen dat ze mogen meespelen in dit metier en niet als een vanzelfsprekend recht. Misschien komt het doordat Guus Hiddink in Eindhoven de perfecte familiaire idylle heeft geschapen. Misschien staat Aissati zelf zo nederig in het leven. Dat laatste zal blijken als hij verder doordringt in die wereld van grenzeloze eigenwaan.
Een avond eerder was er nóg zo’n moment van superieure beschaving. Voor het eerst sinds 3 december 2004 stond Yannis Anastasiou in de basis van Ajax en prompt maakte hij twee goals tegen FC Thun. De stand-in voor de reserve van de reservespits in De Arena behoedde trainer Danny Blind voor een publieke tuchtiging, maar bediende zich niet van de middelvinger van Wesley Sneijder noch van Zlatan Ibrahimovic’ karatetrap tegen een reclamebord. ‘Het team heeft het goed gedaan’, sprak Anastasiou slechts.
Daarom noemen ze hem in Amsterdam papa. Eigenlijk was de 32-jarige Griek begin dit jaar overbodig bij Ajax, maar Blind vroeg hem te blijven omdat hij zo leuk omgaat met al die jonkies. Uitgerangeerd voor de zestien, maar goed genoeg voor de kleedkamer; méér vernedering is voor een spits nauwelijks denkbaar. Anastasiou hield zich echter groots in het persoonlijke verlies. Speelde zijn wedstrijdjes in het tweede, werd de mentor van een verweesde kleedkamer zonder leiders en had zelfs opbeurende prikkels over voor falende concurrenten als Angelos Charisteas en Markus Rosenberg. Als een echte vader was-ie meer bezorgd om het wel en wee van zijn misdeelde kinderen dan om zijn eigen legende. En dat alles zonder één enkele wanklank of misbaar. Zelfs niet nadat hij vorige week dinsdag paraat was geweest op het moment dat er eindelijk weer eens een beroep werd gedaan op zijn voetbalkwaliteiten.
Yannis en Ismail, oud en nieuw. Helaas zijn ze van een andere wereld.
Peter Wekking





