'Oranje balanceert weer eens op een slap koord'
Elke lichting internationals krijgt de relletjes die het verdient. In de jaren zeventig woedde bij het Nederlands elftal een stevige strijd tussen spelers van Ajax en PSV. De Amsterdamse kliek - aangevoerd door Johan Cruijff - pruimde de Brabantse delegatie niet, dat was geheel wederzijds en nadat de stofwolken waren opgetrokken, waren Jan van Beveren en Willy van der Kuijlen verdwenen uit Oranje. Grote voetbalpersoonlijkheden speelden het hard tegen hard. Het zou dertig jaar duren voordat het Nederlands opnieuw in de greep van de verdeeldheid zou zijn. Op het EK '96 spuwde Edgar Davids zijn gal aangaande bondscoach Guus Hiddink, wat hem op een enkeltje Amsterdam kwam te staan. Ook dat was een forse rel, met ijzeren karakters in de hoofdrol.
© Pro Shots

Tien jaar later dreigden onder bondscoach Marco van Basten de Amsterdamse/Eindhovense twisten uit de jaren zeventig weer even de kop op te steken. Verschillende internationals met een PSV-achtergrond keken met groeiende afgunst naar het rotsvaste vertrouwen dat Van Basten in voetballers van Ajax stelde. In de ogen Ruud van Nistelrooy en Mark van Bommel werden zijzelf vooral op hun tekortkomingen beoordeeld, terwijl spelers als Rafael van der Vaart en Wesley Sneijder op meer krediet leken te kunnen rekenen. Tot spanningen tussen de voetballers onderling heeft het nooit geleid, de wrevel richtte zich op de bondscoach. Van Nistelrooy bedacht er zelfs een uitdrukking voor, het ik mag je-gehalte. Van Bommel bespaarde zich die moeite en bedankte simpelweg voor het Nederlands elftal zolang Van Basten de keuzeheer was.
Drie maanden nadat Bert van Marwijk in alle rust was begonnen aan zijn periode als bondscoach, is ook zijn schone lei alweer besmeurd. Net als bij vorige relletjes binnen het Nederlands elftal zijn er ego's in het spel, maar daar houdt elke vergelijking op. De aanleiding en de manier waarop Wesley Sneijder en Robin van Persie elkaar vorige week bejegenden was ronduit kinderachtig. Net als de posities die de grote dagbladen meteen innamen. De Telegraaf koos de zijde van Sneijder, het Algemeen Dagblad die van Van Persie. Dat lijkt een bijzaak, maar is het niet.
Juist berichtgeving in De Telegraaf zorgde tijdens het laatste EK voor de eerste wrevel tussen de twee beste voetballers van Oranje. Daags na een geheime training pakte de ochtendkrant flink uit met een verhaal over een 'aanslag' die Van Persie tijdens een trainingspartij op Sneijder zou hebben gepleegd. Later bleek het om een duwtje in een duel om de bal te gaan. Van Persie liet in het Zwitserse spelershotel luid en duidelijk weten niet gediend te zijn van publicaties als deze en al helemaal niet als daarvoor een erecode - problemen blijven binnenskamers - wordt geschonden. Dat de vuile was vorige week in volle glorie buiten hing, deed daarom des te vreemder aan.
Van Marwijk probeerde de contoverse de voorbije dagen manmoedig te bagatelliseren. Maar diep in zijn hart zal de nieuwe bondscoach weten dat het hier om méér gaat dan alleen een geschil over een vrije trap tegen Rusland op het EK. Oranje heeft opnieuw het slappe koord betreden waarop het de laatste decennia al zo vaak balanceerde. Na de geruisloze rentree van zijn schoonzoon Mark van Bommel staat Van Marwijk nu voor een veel zwaardere taak: de nieuwe gezagsverhoudingen binnen zijn selectie bepalen. Hij moet het woord dezer dagen in het spelershotel maar eens geven aan zijn assistenten Frank de Boer en Phillip Cocu en de tijdelijk teruggekeerde Edwin van der Sar.
Stuk voor stuk volwassen mannen met aanzien en recht van spreken. Uit hun eigen ervaringen tussen het EK '96 en het WK '98 weten ze hoe een slap koord strak getrokken kan worden. En dat is precies waar het Nederlands elftal nu behoefte aan heeft.
Simon Zwartkruis





