Op naar Anfield in Liverpool, zolang het nog kan

Praat mee!

Eigenlijk surfte ik naar de website van Liverpool om het oefenprogramma van The Reds te bekijken. Maar hun aanstaande wereldreis langs China, Maleisië, Turkije en Noorwegen verbleekte subiet bij het openingsbericht op de officiële site. Het was een statement van de clubdirectie en de gemeenteraad van Liverpool, waarin met wollig taalgebruik langdurig om de hete brei werd heen gedraaid. Maar de moraal van hun verhaal was duidelijk: het einde van Anfield, een van de sfeervolste voetbalstadions ter wereld, komt nu echt in zicht.

© Pro Shots

fallback image Op naar Anfield in Liverpool, zolang het nog kan

Het zit de hondstrouwe supporters van Liverpool ook niet mee. Hebben ze eerst met succes de voormalige Amerikaanse clubeigenaren hun stad uitgejaagd, dreigt nu hun voetbalkathedraal onder de sloophamer te gaan. Je hoeft geen fan van de club te zijn om daar de tragiek van in te zien. Iedereen die ooit over Anfield Road heeft gewandeld, voor het hek heeft gestaan met de gietijzeren woorden You'll Never Walk Alone erop, het monument van de Hillsborough-ramp met eigen ogen heeft gezien, de orkaan van lawaai vanaf The Kop met eigen oren heeft gehoord; al die mensen weten dat Anfield nooit verloren mag gaan. En toch gaat het gebeuren.

De nieuwe clubleiding zegt een voorkeur te hebben voor modernisering van het huidige iconische stadion. Omdat Liverpool bij Anfield hoort en vice versa. Bovendien zou uitbreiding goedkoper zijn dan elders in de stad een fonkelnieuw stadion neerplempen. Maar er is gedoe met vergunningen en bestemmingsplannen. Daar moet een mouw aan te passen zijn, zou je denken, maar de toon van het statement op de clubsite wijst de andere kant op. Richting een stadion dat Stanley Park moet gaan heten. De bouwtekeningen zijn al klaar en zien er monsterlijk uit. Alweer zo'n inwisselbaar hypermodern gedrocht, dat ook voor een Amerikaans winkelcentrum door zou kunnen gaan. Of een ruimteschip.

Ooit had ik het voorrecht tot in de diepste spelonken van Anfield door te dringen. Het was in de periode dat Jari Litmanen onder contract stond bij Liverpool en de Fin is een pure liefhebber van historie en traditie in het voetbal. Als een volleerd stadiongids loodste hij me door gangen en kleedkamers, langs vergeelde spelersportretten en muffe washokken. Uit zijn blote hoofd vertelde Litmanen honderduit over de eerste dagen van Anfield (in 1884), over de meest succesvolle manager uit de clubgeschiedenis (Bob Paisley) en over zijn favoriete voetballers van Liverpool (Kenny Dalglish en Kevin Keegan). En opeens stonden we in de spelerstunnel.

'Dit is een van de mooiste symbolen uit de hele voetbalwereld', zei Litmanen en hij wees omhoog. Daar hing het beroemde bord met de even simpele als pakkende tekst: This is Anfield. Een soort laatste waarschuwing voor de tegenstanders van Liverpool, voordat de intimiderende oerkreten van de rode supportersschare over ze heen gaan denderen. Litmanen had nog een verrassing in petto. Voor de wedstrijd van een dag later, tegen Middlesbrough, had hij een speciaal toegangskaartje geregeld.

Een Engelse terreinknecht had hem ooit verteld dat aan de rechterkant van de hoofdtribune, richting de cornervlag, het oorverdovende gezang van de fans op The Kop het hardst hoorbaar is. Litmanen kon dat bevestigen: het is namelijk de plek waar ook de geblesseerde spelers tijdens wedstrijden zitten. Meer dan hem lief was had de blessuregevoelige middenvelder daar de orkaan over zich heen laten komen. Litmanen noemde het gekscherend de enige plek in de voetballerij waar geblesseerd zijn net iets minder erg is. Na de wedstrijd tegen Middlesbrough wist ik wat hij bedoelde. Het kippenvel zou nog weken op mijn armen staan.

Wat ik maar zeggen wil: gaat dat zien, gaat dat ervaren, zolang het nog kan.

Simon Zwartkruis Foto: VI Images

Video

Op naar Anfield in Liverpool, zolang het nog kan