Non-EU-salaris stijgt opnieuw naar recordhoogte
Spelers van buiten de Europese Unie zijn dit seizoen nog duurder geworden voor Nederlandse clubs. De salariseis voor spelers zonder EU-paspoort is opnieuw naar recordhoogte gestegen. Een non-EU-speler moet dit seizoen 630 duizend euro per jaar verdienen.
© Pro Shots

De Nederlandse overheid hanteert aan de hand van het arbeidsmigratierecht het uitgangspunt dat er een goede reden moet zijn om als werkgever een werknemer van buiten de Europese Economische Ruimte (EER) aan te nemen. De EER bestaat uit de 27 lidstaten van Europa plus IJsland, Liechtenstein en Noorwegen. Ook Zwitserland is uitgesloten van de non-EU-regeling.
Na het Bosman-arrest in 1995 spraken de overheid, de betaaldvoetbalclubs, werkgeversorganisatie FBO en de spelersvakbonden VVCS en ProProf af dat een voetballer van buiten de EU aan bepaalde eisen moet voldoen om in Nederland aan de slag te mogen. Naast een aantal sportieve criteria kwam er een salariseis. Een non-EU-speler moet anderhalf keer het gemiddelde salaris in de Eredivisie verdienen.
Aan het begin van deze eeuw was het non-EU-salaris nog een kleine vierhonderdduizend euro per jaar. De voorlopige piek was rond 2009, toen een speler van buiten de EU 530 duizend euro moest verdienen. De afgelopen jaren stijgt het non-EU-salaris alleen maar, omdat clubs steeds meer salaris betalen aan spelers. Waar het non-EU-salaris afgelopen seizoen 608 duizend euro bedroeg, gaat het in het nieuwe seizoen om 630 duizend euro.
Voor spelers van achttien, negentien en sinds 2025 ook twintig jaar gaat het om 75 procent van het gemiddelde salaris, wat dit seizoen neerkomt op 315 duizend euro. De regeling voor jonge spelers werd onlangs nog verruimd om clubs de kans te bieden om exotische talenten binnen te halen.






