Nicky Hofs: ‘Feyenoord gaat voor een mooie verrassing zorgen’

Praat mee!

Twee gescheurde kruisbanden kostten Nicky Hofs (22) in totaal een jaar van zijn carrière, maar de middenvelder is nu terug in de basis van Feyenoord. Als VI’s Gast in Gouda vertelt Hofs over zijn snelle maar zware revalidatie en hoe hij, de voormalige straatjongen uit Arnhem, eindelijk zijn rust vond. ‘Ik zit tegenwoordig vaker in de speeltuin dan in de stad.’

© Pro Shots

Nicky Hofs: ‘Feyenoord gaat voor een mooie verrassing zorgen’

Een mooier duel voor je eerste doelpunt van dit seizoen had je niet kunnen kiezen.

‘Feyenoord-Ajax in De Kuip, 3-2 winnen en zelf scoren. Ja, daar droomde ik van. Het belangrijkste vind ik nog de overwinning, want daardoor blijven we meedoen om het kampioenschap, ons doel voor dit seizoen. Dat ik zelf mijn eerste doelpunt maakte, is fantastisch. Na die goal kwamen de emoties los. Ik was even helemaal van de wereld en dacht terug aan de afgelopen zes maanden waarin ik heb gerevalideerd van een gescheurde kruisband. Ik heb het de laatste tijd niet makkelijk gehad, want het was de tweede keer dat ik zo’n verschrikkelijke blessure opliep.’

Hoe gebeurde het?

‘Tijdens een oefenwedstrijdje met Feyenoord tegen Schijndel, in de voorbereiding. Een amateur probeerde de bal tussen mijn benen weg te schieten, maar in plaats van de bal trapte hij mijn standbeen naar buiten, waardoor mijn kruisband als het ware knapte. Ik voelde meteen dat het mis was en hoopte op van alles, maar niet wéér mijn voorste kruisband. Toen ik de diagnose hoorde, stortte mijn wereld in. In 2001 raakte ik tijdens een training van Jong Oranje ook al zwaargeblesseerd. We waren bezig aan een partijspel en de toenmalige bondscoach Wim Koevermans had al aangegeven dat er nog maar tien seconden te spelen was. Ik geloof dat onze ploeg achter stond en ik zette nog een keer aan in de hoop dat we op de valreep zouden scoren. Ik kreeg de bal aangespeeld en wilde met de buitenkant van mijn voet schieten, maar Gino Coutinho, de doelman van de andere partij, was zijn doel uitgekomen en gleed door op mijn standbeen. In eerste instantie dacht ik aan een gebroken scheenbeen, maar het bleek een gescheurde kruisband te zijn. Deze twee momenten zullen me mijn hele leven bijblijven, want een gescheurde kruisband is een van de ergste blessures voor een voetballer.’

Je bent twee keer binnen een halfjaar hersteld. Wat is het geheim achter een dergelijk snelle revalidatie?

‘Alles draait om vertrouwen. Je moet de mensen die jou begeleiden voor honderd procent vertrouwen en zij moeten weten hoe jouw lichaam in elkaar zit. Daarom heb ik Feyenoord gevraagd of ik mocht revalideren bij Jos Kortekaas, de fysiotherapeut van Vitesse. Niets ten nadele van de medische staf in De Kuip, integendeel, maar ik ken Kortekaas al bijna mijn hele leven. Hij heeft me ook begeleid tijdens de revalidatie van mijn eerste kruisbandblessure. Een voordeel wil ik het niet noemen, maar ik wist de tweede keer natuurlijk wel wat me te wachten stond. Dan is het: verstand op nul en gewoon aan de slag gaan. Je komt in een ritme van behandelen en trainen. Dat is verschrikkelijk eentonig, maar je moet erdoorheen.’

Hoe doe je dat?

‘Door positief te blijven, hoe moeilijk dat ook is. Na die tweede blessure had ik het echt heel zwaar. Ik moest twee weken wachten voordat ik kon worden geopereerd door dokter Rien Heijboer, een van de beste kniechirurgen in Nederland. In die tijd ga je je van alles afvragen. Waarom ik? En waarom twee keer? Dát het me was overkomen, daar kon ik me vrij snel overheen zetten. Het ging me meer om de manier waaróp. Ik vroeg me steeds af of ik het had kunnen voorkomen. Nee dus. Ik kon er tot twee keer toe echt helemaal niets aan doen. Neem die schop tegen Schijndel. In het profvoetbal komen zulke overtredingen niet voor, maar je ziet dat je ze tegen amateurs wél zomaar kunt oplopen. Ik weet ook wel dat die jongen mij niet opzettelijk blesseerde, daarom neem ik hem niets kwalijk. Het was gewoon onbenullig. Ook Coutinho had niet de intentie mijn kruisband kapot te schoppen. Dat is ook meteen het ergste: het was twee keer brute pech en daartegen kun je je als voetballer niet wapenen. Verder denk ik er niet over na. Je kunt wel proberen overal een antwoord op te vinden, maar dat is in dit geval onmogelijk. Ik redeneer heel simpel: dit is voetbal en dan kún je geblesseerd raken. Ook twee keer.’

Wie of wat hielp jou door dat eentonige ritme?

‘Mijn vriendin, dochtertje, familie, vrienden, bekenden, mijn zaakwaarnemer Louis Laros; ze hebben me allemaal gesteund. Ook de spelers van Feyenoord en Vitesse belden me regelmatig op om te vragen hoe het ervoor stond. Dat gaf me het idee dat ik er toch nog steeds bij hoorde. En ik had mijn dochter. Het is een cliché, maar als ik na een zware dag revalideren thuiskwam en haar zag, dan viel alles van me af. Zij bracht me geluk op de momenten dat ik het nodig had, want ik hád het moeilijk. Revalideren is discipline. Je moet weten wat je wel of niet kunt. In het begin kun je niks, dat is het moeilijkste. Mijn vriendin kleedde me aan en als ik naar het toilet moest, had ik bij wijze van spreken ook nog hulp nodig. Een machteloos gevoel geeft dat. Op zulke momenten komt het aan op je instelling en dat is bij mij sowieso geen probleem. Ik sla me er wel doorheen. Luisteren ging veel moeilijker. Daarom heb ik zoveel vertrouwen in Jos Kortekaas. Ik weet hoe ik ben, wil altijd sneller dan mogelijk is. Dus op de dag dat ik voor het eerst wat mocht lopen, ging ik meteen méér doen dan was toegestaan. En hoewel het niet mocht, toch stiekem met de bal spelen. Kortekaas moest mij echt afremmen en daar is hij goed in.’

Je bent nu die jongen met die twee kunstknieën, zoals je jezelf in een interview omschreef.

‘Dat is wat overdreven neergezet, maar het klopt natuurlijk wél. Ik ben pas 22, maar heb in allebei mijn knieën geen echte kruisband meer. Dat is niet normaal. Heijboer heeft twee keer een stuk van mijn hamstrings gebruikt als alternatief voor een kruisband. Een perfecte oplossing, want volgens de dokter kom ik sterker terug dan ooit. Er zijn genoeg spieren rond het gewricht die meehelpen aan de stabiliteit van mijn knieën.’

Ben je nu helemaal fit?

‘Ik kan spelen en trainen, maar echt pijnvrij ben ik nog niet. Als ik na een training of wedstrijd ’s avonds in mijn bed lig, voel ik die knie nog steeds. En als ik dan ’s ochtends opsta is-ie dikker, omdat er wat vocht in zit. Ik moet me er geen zorgen over maken, zeggen de dokters. Die knie wordt ineens weer voluit belast en dus is het logisch dat je een reactie voelt. Dat zal de komende weken, als het goed is, alleen maar minder worden.’

Heb je geen angst dat er wéér iets verkeerd gaat met je knieën?

‘Angst zit niet in mijn karakter. Ik moet het hebben van mijn techniek en vooral inzet. Als ik dan ga nadenken en mijn been terugtrek, gaat het alleen maar ten koste van mijn spel. Ik viel in tegen Roda JC en kreeg meteen een paar schoppen. Dat is goed geweest. Toen wist ik: Er gaat niets gebeuren. Je moet als het ware een drempeltje over. Ik weet nu dat mijn knie het houdt, al klop ik dat wel even af.’

Die twee blessures hebben je in totaal een jaar van je carrière gekost.

‘Misschien was ik wel verder geweest in mijn ontwikkeling als ik ze níét had opgelopen. Dat weet je nooit, maar ik weet wél dat ik afgelopen zomer bezig was aan de beste voorbereiding in mijn carrière. Ik voelde me geweldig, scoorde volop en ik denk dat ik een basisplaats had gekregen van de trainer. Alles ging eigenlijk zoals ik het wilde, tot die wedstrijd tegen Schijndel. Ik ben er in totaal een jaar uit geweest. Dan mis je veel, maar ik denk dat ik er toch ook niet slechter van ben geworden. Ik weet nu dat het je als voetballer niet altijd komt aanwaaien. Er bestaat tegenslag en daarmee kan ik nu omgaan. Bovendien ben ik pas 22. Laten we maar zeggen dat ik alle ellende al achter de rug heb. Je moet uit alles ook iets positiefs halen. Hoe gek het ook klinkt, die blessures hebben me toch ook iets opgeleverd.’

Wat dan?

‘Mentaal ben ik veel sterker geworden. Je kunt me allang niet meer vergelijken met de Nicky Hofs die bij Vitesse speelde. Daar was ik nog een kind, speels, liep ik als een jochie tussen ervaren spelers als Michel Kreek en Marc van Hintum. Ze noemden me “die kleine” en ik mocht meetrainen om te kijken of ik het niveau aankon. Dat is nu anders. Ik heb een vriendin, een kind en speel bij een grote club. De afgelopen jaren hebben me volwassen gemaakt. Ik kán natuurlijk ook geen kind meer zijn, want ik draag de verantwoordelijkheid voor mijn gezin.’

Wie had dat vroeger in de Arnhemse wijk Klarendal kunnen denken: Nicky Hofs, de jongen van de straat, als brave huisvader?

‘Ik wil er verder niet meer over uitweiden, maar ik heb niet altijd een even leuk en makkelijk leven gehad. Vroeger was ik altijd onderweg. Even dit doen, daar naartoe, de stad in. Het had net zo goed de verkeerde kant op kunnen gaan met mij, maar ik heb mijn rust gevonden. Ik zit tegenwoordig vaker in de speeltuin dan in de stad. Mijn vriendin en ik hebben bewust gekozen voor een kind. Ik was pas 21, heel jong, maar voelde dat ik er klaar voor was. Je gaat toch anders tegen het bestaan aankijken, niets is zo belangrijk als je eigen dochter. Ik sta niet meer zo onbezorgd in het leven, ik wil vooral een goede vader zijn. Je zou kunnen zeggen dat de geboorte van mijn dochter me echt volwassen heeft gemaakt. Ik heb nu een prachtig kind, een lieve vriendin en een goed contract bij een topclub. Meer hoef ik me toch niet te wensen? Ik ben er trots op dat ik dat helemaal zelf heb bereikt en ik wéét dat veel mensen zich daarover verbazen.’

Je doet geen gekke dingen meer?

‘Er bestaat het misverstand dat ik buiten het veld een drukke jongen ben. Dat is dus niet zo, vraag maar na bij Feyenoord en Vitesse. Ik ben juist een kat-uit-de-boom-kijker, doe rustig en hou mijn ogen en oren open. Maar eenmaal op het veld verander ik. Daar sta ik zelf ook van te kijken, wat er dán in me loskomt… Ik ben met van alles bezig, van de tegenstander tot de scheidsrechter. Dat levert me nogal eens een gele kaart op en dat moet anders. Het is mijn voornemen veel minder kaarten te pakken dan vorig seizoen. Ik moet leren alleen maar met mezelf bezig zijn. Het grote probleem is dat ik niet tegen mijn verlies kan. Ik was vroeger dag en nacht op straat om te voetballen. Het maakte niet uit tegen wie of mét wie, maar ik wilde winnen, elke keer opnieuw. Tegenwoordig spelen ze op straat voor de trucjes. Als je iemand door zijn benen speelt heb je gewonnen. Waar slaat dat nou op? Wij wilden winnen door gewoon meer te scoren dan de andere jongens. Iemand door zijn benen spelen was leuk, maar een doelpunt maken telde zwaarder. De straat is belangrijk voor me geweest.’

Waarom?

‘Omdat ik er alles heb geleerd, als mens en als voetballer. Ik denk dat wanneer je als jonge jongen alleen maar bij een amateurclub speelt, je nooit de echte top zult halen. Iedere goede voetballer heeft vroeger op straat gespeeld. Dáár leer je het echte voetbal. Je ontwikkelt techniek, creativiteit en leert in kleine ruimtes te spelen. Omdat ik vaak tegen oudere jongens voetbalde, moest ik mezelf ook beschermen. Dat maakte me slim en daar heb ik nu nog steeds profijt van. Voetbal betekent alles voor me. Mijn ouders brachten me al op jonge leeftijd naar een club, Arnhemse Boys, dan kon ik daar mijn energie kwijt en hadden zij geen last van me.’

Wanneer kwam het idee dat je met voetbal geld kon verdienen?

‘Dat was toen ik in de opleiding van Vitesse kwam. De club haalde me als C-junior van Arnhemse Boys. Eerder kon niet, want Vitesse was een stichting waar de opleiding eigenlijk begon in de B’tjes. Ik trainde mee met B1 en speelde mijn wedstrijdjes in het C1-team van Vitesse 1892, zeg maar de amateurtak. Daar kreeg ik voor het eerst te maken met discipline. Bij Vitesse lette iedereen op mij. Ik kwam van de straat, had af en toe een grote mond als het niet liep zoals ik wilde, maar Theo Bos ging met me aan de slag. Ik heb heel wat ruzies met hem uitgevochten. Theo zei dat ik juist blij moest zijn dat hij zo met me bezig was. “Pas als ik niets meer tegen je zeg, is het over met je”, zei hij steeds. Ik begon ook steeds meer te beseffen dat ik het als voetballer moest gaan maken. Met school was ik gestopt. Niet omdat het me niet interesseerde, ik kón gewoon niet leren. Ik was aanwezig, meer niet. Op de een of andere manier heb ik toch nog wat certificaten gehaald, maar ik zou niet weten wat ik ermee kan. Iets in de handel, geloof ik. Zonder voetbal zou ik niet hebben geweten wat ik moest gaan doen in de maatschappij. Ik kon de kans dus niet laten liggen als voetballer iets moois van mijn leven te maken.’

Heeft Vitesse nooit getwijfeld aan jouw lengte?

‘In de tijd dat ik moest overstappen naar de B-junioren twijfelde Vitesse inderdaad of ik het daar wel zou redden. Het zou fysiek heel moeilijk worden. De club dacht erover mij weg te doen, maar gelukkig heeft het toenmalige hoofd opleiding Joop Brand zijn best voor me gedaan. Hij zorgde ervoor dat ik dispensatie kreeg en zodoende nog een seizoen bij de C’tjes mocht spelen. Een jaar later voerde de KNVB de regel in dat spelers nog een extra seizoen in een bepaalde lichting mochten spelen. Dat is mijn redding geweest.’

Ben jij nog steeds niet te klein voor de top?

‘Ik weet me bij Feyenoord toch goed staande te houden? Het is vaak een vooroordeel. Ik weet dat ik niet lang ben, maar mijn techniek is in orde en ik ben zeer wendbaar, waardoor spelers toch moeite met me hebben. En ook fysiek doe ik niet onder voor de anderen. Mijn lengte zal altijd wel voor discussie zorgen. Ik wil me absoluut niet met hem vergelijken, maar volgens mij is Diego Maradona een heel grote voetballer geworden. En wat denk je van Romario? Het ligt er volgens mij ook aan op welke positie je speelt. Met mijn lengte ben ik niet geschikt als centrale verdediger, maar als aanvallende middenvelder kan ik prima uit de voeten.’

Waarom heeft Vitesse de eenzijdige optie in jouw contract nooit gelicht?

‘Omdat ze geen geld hadden, dat is mijn geluk geweest. Als Vitesse die optie wél had gelicht, zou ik nog drie jaar in Arnhem hebben gevoetbald. En behoorde ik nog steeds tot de slechtst betaalde spelers van de club. Ik heb mijn contract toen nog wel met een jaar verlengd, maar daarna zou ik transfervrij zijn. Dat heeft mijn zaakwaarnemer perfect gedaan. Het aanbod dat Vitesse me deed was bijna een belediging. Geld is voor mij geen drijfveer, maar omdat ik al acht jaar bij de club speelde, verwachtte ik wel een beetje waardering. Dan had ik zonder problemen nog drie seizoenen in Arnhem gevoetbald. Toen ik die waardering niet voelde, wist ik dat ik weg moest. Gelukkig wilde Feyenoord mij al in de winterstop van vorig seizoen overnemen. De beste oplossing voor mij: eindelijk kon ik naar een Nederlandse topclub. Ik merkte dat ik daaraan toe was. Bij Vitesse was heel veel voorspelbaar geworden. Ik werkte al zó lang met Edward Sturing dat ik zijn trainingen bijna kon dromen. Het ging me te gemakkelijk af, ik stond stil in mijn ontwikkeling.’

Eerder was ook Ajax geïnteresseerd.

‘Daar kon ik naartoe op mijn veertiende, samen met Theo Janssen. Ze wilden ons graag hebben. Theo liet het afhangen van mij. Als ik zou gaan, ging hij ook. Maar ik had het te goed naar mijn zin in Arnhem en bovendien wonnen we vaak van de Ajax-jeugd. Ik was toen ook nog niet klaar voor een andere club.’

Je hebt je vorig seizoen opmerkelijk snel aangepast in De Kuip.

‘Ik had de stap van Vitesse naar Feyenoord veel groter verwacht, maar al tijdens het eerste positiespelletje bleek ik moeiteloos mee te kunnen. Dat gaf meteen vertrouwen. Feyenoord is wel groter aan de buitenkant. Het is een topclub met veel meer aandacht van de media. Daar moest ik wel aan wennen.’

Je kon ook naar PSV en het Italiaanse Perugia. Waarom koos je voor Feyenoord?

‘Omdat ik het idee had dat deze club het best bij mij zou passen. Dat blijkt ook: ik heb hier nu hetzelfde leventje als bij Vitesse. PSV werd pas serieus toen ik een akkoord had met Feyenoord. Het buitenland was geen optie als ik naar een Nederlandse topclub kon. Ik ben nog wel gaan kijken in Perugia. Het zag er perfect uit en als Feyenoord niet was gekomen, had ik misschien wel dáár gespeeld. Maar ik ben gelukkig met Feyenoord, al merk je wel dat iedereen naar een prijs snakt. De laatste keer dat de club in de Champions League speelde was in 2001 en de laatste titel is van 1999. Wat mij betreft veel te lang geleden.’

Dus wordt het weer eens tijd.

‘De supporters mógen wat mij betreft prijzen eisen van Feyenoord. Wij moeten eigenlijk elk jaar in de Champions League spelen. De beker en de UEFA Cup kunnen we niet meer winnen, dus dan blijft er één prijs over: het kampioenschap. Ik vind ons daarvoor een belangrijke kanshebber. We hebben dit seizoen twee keer van Ajax gewonnen, terwijl we thuis ook PSV en AZ versloegen. Alle topwedstrijden hebben we dus gewonnen. Dat zegt veel over de kracht van Feyenoord. Met de komst van Pierre van Hooijdonk en Ron Vlaar zijn we wéér wat sterker geworden. Feyenoord gaat dit seizoen voor een heel mooie verrassing zorgen.’

Nicky Hofs: ‘Feyenoord gaat voor een mooie verrassing zorgen’