New York Cosmos is terug met Cantona en Pelé
Het gebeurt niet vaak dat de nieuwe technisch directeur van een voetbalclub wordt gepresenteerd in een gelikte internetclip, op Hollywood-wijze uitgelicht en begeleid door precies de juiste muziek.
© Pro Shots

Meestal krijg je een soort DDR-portret van de nieuwe man voorgeschoteld en een gortdroge biografie, of hooguit een foto waarop hij de hand schudt van de voorzitter. Dat laatste is in de voetbalwereld een nogal lachwekkend maar desondanks rotsvast ritueel, waarbij je de hoofdpersonen altijd hun best kunt zien doen een zo geroutineerd mogelijke houding aan te nemen. Een beetje alsof ze niet in een of andere bestuurskamer staan, maar onderaan een vliegtuigtrap in Cairo, oog in oog met de wereldpers, op weg naar alwéér een belangrijke Midden-Oostenconferentie.
Maar godzijdank: wie de afgelopen dagen de website van de New York Cosmos aanklikte, kreeg eindelijk eens iets heel anders te zien. Een videoclip. Eerst is het beeld een tijdje zwart. Dan, vanuit het donker en voorafgegaan door paukengeroffel, verschijnt langzaam maar zeker een gedaante die uiteindelijk Eric Cantona blijkt te zijn. Hij draagt een donker pak en een grijszwarte baard. Cantona buigt zich voorover naar de camera. Hij kijkt quasi verveeld. Boven zijn hoofd cirkelen rookwolkjes. Die zijn afkomstig van een reusachtige sigaar. Hij mag dan net zijn aangesteld als technisch directeur bij een voetbalclub, dat betekent niet dat Eric Cantona niet gewoon stug doorpaft. Anders dan de meeste technisch directeuren, lacht hij niet bij zijn presentatie. Ook zijn tekst is beperkt. Cantona spreekt maar één zin. 'We’re back.'
Het is inmiddels 37 jaar geleden dat drie avontuurlijke zakenmannen uit de entertainment industrie de voetbalclub New York Cosmos oprichtten. Die naam was afgeleid van de honkbalclub New York Mets. Mets staat voor metropolitans maar Cosmos voor cosmopolitans, want alles moest groter dan groot worden bij deze club. Best vreemd, want voetbal was in 1974 in de Verenigde Staten een spelletje dat gespeeld werd door immigranten in een park. 99 procent van de bevolking was niet bekend met de spelregels. In zijn eerste jaar speelde Cosmos dan ook voor vrijwel lege tribunes, hoewel het toch niet duur was de ploeg aan het werk te zien. Vaak kreeg je de toegangskaartjes cadeau bij een Burger King-menu.
Dat veranderde allemaal in 1975, door de grootste naam uit het mondiale voetbal te strikken. Cosmos-fan Henry Kissinger moest er aan te pas komen om te bemiddelen, maar uiteindelijk kwam toch echt Pelé het veld in New York oplopen. Voor het eerst zat het stadion vol. Zijn komst was een instant succes.
Na Pelé kwamen ook de andere buitenlandse sterren op leeftijd over. Mannen als Franz Beckenbauer, Carlos Alberto, Wim Rijsbergen, Johan Neeskens en zelfs heel even Johan Cruijff. Het had een geweldige hype tot gevolg. De Cosmos werd het eerste en het laatste Amerikaanse team dat coast to coast populair was. De spelers transformeerden tot Amerikaanse sterren. Ze werden opgenomen in de incrowd van Manhatten en de befaamde discotheek Studio 54 werd hun clubhuis.
Het had gekke situaties tot gevolg. Je kon er de linksback van Cosmos opeens in gesprek zien Andy Warholl of Grace Jones. Bij thuiswedstrijd werden regelmatig Robert Redford, Steven Spielberg en Mick Jagger op de tribune aangetroffen. Maar lang duurde het allemaal niet. Toen Pelé zijn zakken had gevuld en weer vertrok, volgden eerst de andere sterren, toen de sponsors en uiteindelijk de toeschouwers. In 1985 werd de club wegens gebrek aan belangstelling opgeheven.
Maar nu is Cosmos dus terug. Pelé is inmiddels erevoorzitter en achter de schermen wordt hard gewerkt om de gekte van toen te overtreffen. Of dat ook allemaal gaat lukken is zeer de vraag, maar het aantrekken van een man die de nieuwe Cosmos omschrijft als ‘een soort mix tussen voetbal en kunst’ en zelf voor het laatst groot in het nieuws kwam omdat hij een bankrun onder het Franse volk wilde ontketenen, dat lijkt mij vooralsnog een prima stap in de goede richting.
Michel van Egmond