'Na tien minuten Schaars verlang je naar Brazilianen'

Praat mee!

Stijn Schaars, dat vind ik een schat van een jongen. Zeker nadat enkele ik weken geleden het interview in de VI had gelezen over zijn transfer naar Sporting Lissabon. Hij heeft er zo'n zin in. Het is er, volgens Stijn, altijd warm, maar dan niet vochtig warm, zoals in Alkmaar. In Portugal is het prettig warm en ruikt het de hele dag naar gebakken sardines en vers sinaasappelsap. Portugezen wrijven zich iedere ochtend in met een mengsel van kruiden, waardoor je die hele kenmerkende Portugese Lichaamslucht krijgt.

© Pro Shots

fallback image 'Na tien minuten Schaars verlang je naar Brazilianen'

Stijn kan – als je hem dat vraagt – al die kruiden alfabetisch opdreunen. En dat niet alleen. Als je wilt weten wat voor type trein er in 1834 tussen Lissabon en Faro reed, bel Stijn. Ben je benieuwd naar de openingstijden van een bepaald schoenenwinkeltje in het centrum van Lissabon, vraag het Stijn. Stijn Schaars heeft in zijn woning alle waterleidingkaarten van Lissabon aan de muur hangen. Valt er ergens een kraantje droog en wil je weten waar je moet graven, bel Stijn.

Daarom vind ik Stijn opeens heel lief. Hij doet zo zijn best. In VI 25 komt Carlos Freitas, de technisch directeur van Sporting Lissabon, aan het woord. Hij was onder de indruk van Stijn zijn feitenkennis. Een mooi zinnetje. Je ziet Stijn zo Freitas zijn kantoortje binnenkomen met een pondje verse vis onder zijn arm. Net gekocht op de beste markt van Lissabon. Stijn draagt een Portugees heupbroekje en over zijn schouders hangt lekker nonchalant de clubvlag van Sporting. Onder zijn andere arm heeft hij een ingelijst portret van de dichter Fernando Pessoa. Die heeft hij sinds kort altijd bij zich. Als Stijn iets typisch Portugees doet, zoals dineren vlak voor een blauw geschilderd huisje, dan zet hij de foto voor zich op tafel.

Stijn Schaars die indruk maakt op een Portugees, daar kan ik echt op wegdromen. Stijn had ik, tot vlak voor deze transfer, toch vooral in mijn hoofd als de met een scheve bek vloekende boerenvoetballer die licht gebogen, de kruin van het egelkapsel naar de tegenstander gericht, over het veld scharrelt. Een oer-Hollandse voetballer. Iets wat je normaal gesproken alleen maar ergens als linksachter diep in De Peel aantreft.

Ik vond Stijn Schaars een wat nurkse jongen. Iemand die je cast als de zwijgende zoon in een historische film over turf steken. Dat kan Stijn, dan weet ik zeker. Staat er in een take op, welke scène je ook met hem opneemt. Stijn, met twee zusjes tegen zich aangedrukt, kijkend naar een felle gloed aan de horizon en dan zijn tekst: 'Neeeeee!!! Niet onze turf!'

Dat zit dus allemaal heel anders in elkaar. Stijn is een Portugal-gek. Net zoals Louis van Gaal vlak voor zijn vertrek in een weekend tijd alle feitjes over Duitse gebruiken in zijn hoofd stampte ('De Curryworst is een mengsel van vlees, darm en water, aangelengd met eigen worstvocht'), zo heeft Stijn zich in een paar dagen tijd Portugal eigen gemaakt. Om indruk te maken op de club. Dat vind ik ontroerend.

Het kan niet anders of Stijn heeft bij zijn nieuwe club losjes wat Portugal-weetjes rond zitten strooien. Hij heeft zijn koffie in zijn rechter oor gegoten, een bekend Portugees beleefdheidsdingetje. Vlak voordat hij de kamer van technisch-directeur Freitas verliet heeft hij, zoals alle Portugezen dat gewend zijn, even kort met zijn vuisten op de deur getrommeld. Dat is een heel bekend gebruik.

Loop je door Portugal en je hoort geroffel, dan weet je: er wil een Portugees naar buiten. Stijn wist dat. Stijn wist alles. Stijn heeft in het vliegtuig nog zitten oefenen, met een plastic bak tussen zijn benen, hoe je in een kwartier tijd negentig zee-egels doormidden snijdt terwijl je het Portugese volkslied zingt.

Oh Romario, waar ben je? We vergeven je alles. Als je tien minuten naar Stijn Schaars luistert, dan verlang je intens naar de arrogante onverschilligheid van bijna alle Brazilianen. Die zijn eerlijk. Ze zijn liever in Rio dan in Eindhoven. Leonardo, je kunt hem een narcistische gek noemen, maar ga er maar aan staan, als Braziliaan moeten voetballen in Breda. Opgroeien met het geluid van de samba en moeten spelen met een dweilorkest in je rug. Jonathan Reis, geef hem eens ongelijk. Ik zou ook niet naar Eindhoven willen. Eindhoven, een stad waar men op de grootste rotonde omvallende kegels neerzet. Dan vraag je er om.

Romario heeft er nooit een geheim van gemaakt: hij haatte Nederland. Hij heeft een paar jaar achterin het Italiaanse restaurant van een bevriende horeca-koning gezeten en dat was het wel, qua inlevingsvermogen. Geef Romario een gloeilamp en hij vertrapt hem met zijn hiel. Geef Stijn Schaars een glaasje port en hij gaat er huilend aan staan ruiken. Dat is het verschil.

Die totale minachting voor het land waar je speelt vind ik eigenlijk wel mooi. Ik geloof dat het typisch Hollands is om van buitenlandse spelers te eisen dat ze hier volop genieten. Voor iedereen die daar in gelooft: kijk vijf seconden naar een foto van Rio en daarna een minuut naar een foto van een willekeurige plek in Eindhoven. Dan weet je genoeg.

Romario deed wat alleen de hele grote spelers kunnen en durven: niet liegen. Gewoon zeggen: jullie boerenkool is niet te vreten. Expres met twaalf maillots over elkaar heen spelen, ook als het 32 graden celcius is. Karakter hebben en niet zeggen dat je Nederland zo een fantastisch land vindt. Schijt hebben aan de plaatselijke gebruiken. Ze mogen blij zijn dat ze voor heel even een Braziliaan in hun midden hebben. Dat is de instelling.

Niet heel laf zeggen dat je ook in Brazilië al droomde van een carrière in Brabant en daarna uit je hoofd alle geboortedata van de bestuursleden opdreunen.

Stijn deed dat wel. Hij heeft er veel indruk mee gemaakt en ik vind dat heel lief. Maar een echt grote voetballer zouden midden in die bestuurskamer de kachel hebben aangezet en een haring naar binnen hebben laten glijden.

Nico Dijkshoorn

Video

'Na tien minuten Schaars verlang je naar Brazilianen'