Na deze Tour zo ontzettend toe aan wat Nederlands voetbal
Het grote verheugen is begonnen. Nog een paar voetbalwedstrijdjes om niets en dan heerlijk onderuitgezakt naar de Eredivisie kijken. Ik ben eraan toe, na drie weken Tour de France. Fietsen in gekleurde kleding, dan weet je het wel.
© Pro Shots

Je kunt jaren blijven discussiëren over voetbalhooligans, maar ik zit liever drie dagen met de harde kern van ADO Den Haag in een trein dan dat ik één minuut moet doorbrengen tussen wielrensupporters. Er bestaan geen narcistischer publiek dan wielrenpubliek. De renners zijn inmiddels verworden tot bewegende mannetjes naast wie je, verkleed als banaan, duivel of zeehond, enkele honderden meter kan meehollen.
Nergens anders zie je zo duidelijk de fnuikende invloed van de media. Iedere gek weet: Als ik nu, verkleed als smurf, honderd meter met de kopgroep meesprint, dan ben ik in beeld. Ik heb vanochtend besloten dat ik volgend jaar ook op de Alpe d'Huez zal staan. Ik ga wachten totdat er zo'n schreeuwende sicko voorbij komt hollen en dan even een voetje vooruit steken. En dan maar hopen op heel grote au aan een knie. Vinden ze prachtig in die kringen, lekker met je huid over het asfalt glijden.
Net als bij het schaatsen is het publiek belangrijker geworden dan de sporters. Het gaat om het raarste hoedje, de gekste uitdossing, de malste liedjes en de meeste alcohol. Vreemd genoeg ervaren de meeste mensen dat als een 'uniek sfeertje'. Het lijkt erop dat de Tour alleen nog maar wordt gereden om twee groepen mensen te pleasen: de feestende geesteszieken en de zwelgende sportjournalisten.
Nooit rijdt er gewoon eens iemand langs een weilandje, nee, het is altijd heroïsch. Wielerverslaggevers maken van alles een epische gebeurtenis. Kuiten als meloenen, De Koning van Boxmeer, zijn ketting huilt, de ridders van de weg, steenkapot groet hij zijn huilende familie langs de kant en alweer - net als vorig jaar - is het 'de mooiste Tour ooit gereden'.
Daarom verheug ik me op de voetbalcompetitie. Wat een voorbeeldige liefhebbers hangen daaromheen. Er wordt af en toe wat geroepen en gezongen en ze zitten achter hekken, maar het blijft allemaal heel nuchter. Voetballers worden nog uitgefloten als het niet goed is. Een slechte wielrenner die als een stuk natte ontbijtkoek tegen een heuvel op kruipt wordt hartstochtelijk toegejuicht. Ik ben na deze Tour zo ontzettend toe aan wat Nederlands voetbal. Aan wat norse koppen achter een tafeltje.
En ik word op mijn wenken bediend. De mooiste ontmoetingen dit jaar staan nu al vast. Oh, wat verheug ik mij op Gertjan Verbeek en Co Adriaanse, naast elkaar aan een tafeltje. Allebei stronteigenwijs en allebei trainers die hun spelers een weeklang gehaktballetjes uit zevenduizend blikken tomatensoep laten vissen als er een keer wat minder scherp is getraind. Ik verheug me zo op het nukkig zwijgen van Verbeek als Adriaanse op zoek is naar zijn nieuwste taalvondst. Daar kunnen met z'n allen op gaan wachten, het nieuwe woordje waarmee Co Adriaanse glunderend de Nederlandse taal binnendendert.
Dat doet Co er gewoon naast, de taalvernieuwer uithangen. Het begrip scorebordjournalistiek is van hem. De omgekeerde kerstboom ook. Co glimt van trots als hij voor het eerst een nieuw begrip gebruikt. Ik gok dat hij na de tweede wedstrijd van FC Twente zijn nieuw bedachte woordjes gaat lanceren. 'Dat is jouw mening, als je zegt dat we heel verdedigend hebben gespeeld, maar wij speelden vandaag in de schoongeboende eland ruit. Dat voerden die jongens heel goed uit.' Daarna volgt er meestal een geinige vergelijking.
Ik hoorde Co laatst nog geduldig uitleggen dat je FC Twente vooral moet zien als een goed lopende auto. Er is een onderdeel vervangen, maar dat maakt het niet tot een slechtere wagen. Misschien loopt hij zelfs wel beter.
Het zou heerlijk zijn als dit jaar een journalist opstaat die Co dan onderbreekt. Eerst hem even laten babbelen. 'FC Twente is als een hele mooie oude klok. Een stevig raamwerk, maar als niet al die radertjes en wijzertjes precies goed zijn afgesteld dan...' En daar dan gewoon keihard doorheen lullen. 'Ja, Co, ouwe gymleraar, en wij zijn een stukgekookt eitje, nou goed? Co, je staat hier voor volwassen mensen. Journalisten. Wil je ophouden met je infantiliserende moedermavo-vergelijkinkjes? We snappen het zonder die Jeugdjournaalvergelijkingen ook wel. Ophouden nu!' Ik denk dat niemand dat gaat durven dit seizoen. Er moeten kranten en programma's worden verkocht.
Vooral van Verbeek verwacht ik veel. Hij en Ronald Koeman achter een tafel, lijkt me ook heel fijn. 'Ronald vindt blijkbaar dat zijn ploeg heel goed heeft gespeeld, maar ik vond het stront. Dikke stront. Als Ronald eerlijk is, zegt hij dat ook gewoon: het was dikke stront. Iedereen hier in het stadion heeft dat zelf kunnen zien. Ze zaten naar stront te kijken, maar als Ronald hier met droge ogen durft te beweren dat Feyenoord heel verdienstelijk vanuit een gesloten verdediging opereerde, dan vind ik dat laf. Ik ga ervandoor, goedemiddag.'
En dan terugschakelen naar de studio van Eredivisie Live, waar opeens Kees Jansma doodsbang op een witleren bank zit. Verheug ik mij ook op. Kijken hoe Kees zich daaruit gaat redden, uitleggen dat Humberto Tan en Jan Joost van Gangelen, de dressboys van de Nederlandse sportjournalistiek, 'heel prettige collega's zijn'. Kees, die ongeveer 173 keer zachter praat dan Humberto, maakt opeens deel uit van een team schnabbelaars. Daar zou ik graag bij zijn, Kees die met open mond toekijkt hoe Humberto vlak voor de uitzending, door drie meisjes van Gillette, zijn hoofd laat scheren. Wel fijn voor Kees dat hij even iets zonder Wim Kieft mag doen. Dat kan niet goed zijn voor een mens, naast iemand zitten die in ieder antwoord de dood door de bomen laat ruisen.
Oh, wat verheug ik mij op ADO Den Haag tegen Vitesse en de ludieke actie van de ADO-supporters. Jongens, doe het gewoon. Hol, net als het wielrenpubliek, verkleed als duivel, de hele wedstrijd mee met John van den Brom, als hij weer lekker authentiek staat te coachen. Maak hem gek.
Nico Dijkshoorn





