Monoloog: Richard Knopper
Richard Knopper (26) voetbalde tijdens zijn jeugd voor zowel Feyenoord als Ajax. Voor de Amsterdamse club speelde hij 78 officiële wedstrijden in het eerste elftal. Na al twee keer te zijn verhuurd mocht hij deze zomer, ondanks een doorlopend contract, transfervrij vertrekken naar Vitesse. Ik ben blij dat het boek Ajax dicht is.
© Pro Shots

Net als bijna ieder klein jongetje droomde ook ik van een voetbalcarrière bij Ajax of Feyenoord. Aan de hand van mijn vader ging ik mee naar de toenmalige amateurclub Rijswijk, waar ik al snel in de Fjes begon te voetballen. Op tienjarige leeftijd verruilde ik Rijswijk voor het grote Feyenoord. Uiteraard was dat een enorme overgang. Ik was altijd al veel met voetballen bezig, maar ineens moet je vier keer in de week gaan trainen en worden de wedstrijden een stuk professioneler aangepakt. Ik kreeg het steeds drukker met voetballen en al hoewel ik redelijk kon leren, besloot ik snel mijn diploma te halen om me daarna helemaal op het voetbal te storten. Mijn ouders hebben me enorm gestimuleerd en altijd gesteund in de beslissingen die ik nam. Ik kom uit een Haagse familie en ben enig kind. Vroeger vond ik het wel jammer dat ik geen broertjes of zusjes had. Maar daar kun je nu eenmaal niets aan doen. Het is niet zo dat ik, zoals je vaak hoort bij enig kinderen, veel op mezelf was. Ik had altijd veel vriendjes. Natuurlijk word je wél meer verwend. Als ik iets van mijn moeder niet mocht, vroeg ik het aan mijn vader en andersom. Ik heb gewoon een heel leuke jeugd gehad.
Na zes seizoenen in de jeugd van Feyenoord stapte ik over naar Ajax. Niet omdat ik ontevreden was met de opleiding die ik in Rotterdam kreeg, maar omdat ik het gevoel had dat de talenten van Feyenoord zelden of nooit een kans kregen in het eerste elftal. Dat had voornamelijk te maken met het feit dat de club een moeilijke tijd doormaakte en dan kiezen trainers al snel voor routine. Het laatste waar ze dan aan denken is het inpassen van onervaren jonge spelers. Maar ik had maar één doel voor ogen en dat was slagen in het betaalde voetbal. Ik dacht dat de kansen daarop bij Ajax groter waren, want daar braken ook daadwerkelijk jongens door.
Aangezien het verboden is dat clubs jeugdspelers van de concurrent benaderen, moest ik dus zelf een manier zien te verzinnen om bij Ajax terecht te komen. Doordat ik in de diverse Nederlandse jeugdselecties werd opgenomen, kwam ik veel in contact met jongens die al bij Ajax speelden. Zij hebben toen gepolst of ik in Amsterdam enige kans zou maken. Uiteindelijk heb ik mezelf aangemeld. Ik weet niet wat er zou zijn gebeurd als ik bij Feyenoord was gebleven, wellicht was ik op den duur ook daar wel doorgebroken. Natuurlijk vonden ze het niet leuk dat ik wegging. Ik had bij Feyenoord een groot gedeelte van mijn opleiding genoten, heel veel geleerd en nu zagen ze me vertrekken, nota bene naar de grootste concurrent. Op zestienjarige leeftijd had ik dus al bij Feyenoord gespeeld en ging ik naar Ajax. Dat is op zn minst opmerkelijk.
In 1997 haalde trainer Morten Olsen me naar de A-selectie van Ajax en maakte ik mijn debuut in het eerste elftal. Ik had mijn doel dus bereikt, en dat ook nog bij de club waar ik van kleins af aan fan van was. Het seizoen daarop kreeg ik steeds meer speelminuten, maar mijn echte doorbraak kwam onder Olsens opvolger Jan Wouters. Hij is voor mij sowieso belangrijk geweest. Onder hem had ik daarvóór in het tweede van Ajax een goede ontwikkeling doorgemaakt. Ik denk echt dat Wouters een goede trainer is. Hij was alleen op het verkeerde moment hoofdcoach van Ajax. Het was voor de club een moeilijk jaar, maar voor mij persoonlijk verliep het allemaal goed. Ik werd clubtopscorer met vijftien doelpunten en de supportersvereniging riep mij uit tot Meest Belovende Ajacied. Ik ontving daarom de Marco van Basten-trofee. Dat was voor mij een enorme beloning. Vervolgens werd mijn contract verlengd tot de zomer van 2005. Veel mensen vergeleken mij destijds met Jari Litmanen. Hoewel we wel een aantal dingen gemeen hebben, zijn we toch totaal verschillend. Die vergelijking gaf mij geen extra druk. Ik ga namelijk altijd uit van mijn eigen kwaliteiten. In die periode keek ik ook met een schuin oog naar de selectie van het Nederlands elftal. Ik was in vorm, had verschillende jeugdinterlands achter mijn naam, dus waarom niet? Helaas is het er nog niet van gekomen.
Na zon goed seizoen reken je erop dat het een vervolg krijgt. Jan Wouters was ontslagen en Co Adriaanse werd aangesteld als nieuwe trainer. Maar na slechts acht wedstrijden liep ik een enkelblessure op. Daardoor ben ik bijna elf maanden uit de running geweest. Ik werd geopereerd en daarna kon ik een tijdje alleen nog spelen met pinnen in die enkel. Maar door die pinnen kon ik me nog niet echt goed bewegen. Pas toen ze na één jaar eruit werden gehaald, kon ik weer aan mijn echte herstel gaan werken. Al met al duurde het een hele tijd voordat ik weer helemaal fit was. En tijd was nou precies wat ik niet had.
Op een cruciaal moment raakte ik dus zwaargeblesseerd. Voor mij was het een moeilijke periode. Ik was na dat topjaar met zúlke hoge verwachtingen aan het nieuwe seizoen begonnen, dat dit voor mij niet te accepteren was. Wellicht is die blessure wel de ommekeer in mijn carrière geweest. Na zon tegenslag ga je wel inzien dat het voetballen allemaal betrekkelijk is. Het ene moment ben je het mannetje en het andere moment ben je weer terug bij af en moet je helemaal opnieuw beginnen. Daar zit je dan thuis op de bank... Dat maakt je mentaal wel sterker. Gelukkig heb ik een sterk karakter en ben ik een doorzetter. Sommige mensen vinden dat ik een grote mond heb. Haagse bluf? Ach, als mensen iets over me zeggen, dan zeg ik graag wat terug. Dat moet in de voetbalwereld wel, want anders loopt alles en iedereen over je heen.
Tijdens mijn blessure braken Rafael van der Vaart, Cedric van der Gun en Steven Pienaar door. Die jongens speelden goed en dat nog wel op mijn positie. Toen ik weer fit was, ben ik extra hard gaan werken om te laten zien dat ik de beste was op de positie achter de spits. Ik ging dingen doen die ik normaliter nooit deed. Het was allemaal een beetje geforceerd en in plaats van dat het beter ging werd het alleen maar slechter. Ronald Koeman nam het over van Co Adriaanse en liet me al snel weten dat ik niet meer op een basisplaats hoefde te rekenen. Ik hoopte dat als ik nog een jaartje bij Ajax zou blijven, ik mijn normale niveau weer kon halen, zodat ik het seizoen daarop wellicht wél weer een volwaardige selectiespeler zou zijn. Koeman toonde daar geen belangstelling voor. Ajax had al besloten dat er geen plaats meer voor mij was en ik zou worden verhuurd. Dat heeft mij wel teleurgesteld.
Ik vertrok naar Griekenland en ging spelen voor Aris Saloniki, dat mij voor één seizoen van Ajax huurde. Even weg en een beetje in de anonimiteit wedstrijdritme opdoen. Ik heb daar nog de bekerfinale gespeeld, die we helaas verloren van stadgenoot PAOK. Het leven in Griekenland is fantastisch. De mentaliteit van de mensen daar is totaal verschillend van de Nederlandse. Hun motto is: Komt het vandaag niet goed, dan komt het morgen wel. Het leven is er rustig en er is nauwelijks of geen stress. De Grieken beleven het voetbal ook intens. Kijk maar wat er gebeurde nadat ze Europees kampioen waren geworden. Behalve dat ik veel vrienden aan die tijd heb overgehouden, heb ik ook een hond en een kat mee teruggenomen. Die beestjes leefden op straat en daar kan ik niet tegen. Ik heb nu vier honden en een kat. Het maakt niet uit of je chagrijnig tegen ze doet of uren later thuiskomt, ze zijn altijd vrolijk. Je geeft ze liefde, maar je krijgt er ook veel voor terug. Als ik een slechte wedstrijd heb gespeeld en met ze ga wandelen in het bos, beleef ik daar veel plezier aan. Lekker even lopen en je hoofd leegmaken. Dat is echt ontspannend.
Bij terugkomst in Nederland bleek dat Ajax mij opnieuw wilde verhuren. Uiteindelijk werd het SC Heerenveen, een geweldig leuke club. Alles wat ze over Heerenveen zeggen is waar. Ook vond ik het leuk nog een jaartje onder Foppe de Haan te trainen. Ze zeggen weleens dat zijn trainingen te zwaar zijn, maar ik heb dat nooit gemerkt. Ik heb een goed seizoen achter de rug en heb de mensen weer laten zien dat Richard Knopper best nog wel aardig kan voetballen. Het nadeel van het verhuren is dat je weinig zekerheid hebt. Ik was wel weer eens toe aan wat vastigheid. Gelukkig liet Ajax me dit jaar transfervrij vertrekken. Zowel de club als ikzelf zag in dat opnieuw verhuren voor beide partijen geen oplossing was. Na twee landstitels en drie Amstel Cups in mijn periode daar ben ik blij dat het boek Ajax dicht is.
Nu heb ik voor drie jaar getekend bij Vitesse. Ik weet ook wel dat de club een slecht seizoen achter de rug heeft. Bij de eerste training is er nog even over gesproken, maar daarna hebben we ons volledig op het nieuwe seizoen gericht. Ik heb echt het idee dat alle koppies leeg zijn. Tijdens de oefenperiode hebben we gewoon goed gevoetbald. Er is een groot aantal spelers vertrokken, maar er zijn ook weer de nodige jongens aangetrokken, onder wie Stijn Vreven, Abubakari Yakubu en Igor Gluscevic. We hebben nog wel een jonge selectie. Ik ben al een van de ouderen... In het veld ben ik altijd wel iemand die coacht, maar ik vind niet dat je daar een bepaalde leeftijd voor moet hebben. Ook jongere voetballers moeten kunnen coachen. Je doet het immers alleen maar om elkaar te helpen. De doelstelling is in ieder geval de nacompetitie te ontlopen en een makkelijker seizoen te draaien dan afgelopen jaar. Met deze selectie moet dat echt mogelijk zijn. Een club zoals Vitesse met zon stadion en achterban hoort niet thuis in de onderste regionen van het betaalde voetbal. Als mijn contract in Arnhem afloopt ben ik pas 29 jaar. Vitesse is dan ook niet mijn eindstation. Een mooi buitenlands avontuur zie ik dan nog wel zitten.
Ook dit jaar speel ik trouwens weer, op eigen verzoek, met rugnummer 17. Ik voel me daar prettig bij. Mijn vrouw is namelijk jarig op de zeventiende. In Griekenland ben ik begonnen met dat nummer en ook vorig jaar in Heerenveen had ik 17. Bij Ajax had ik nummer 10 en liep ik een enkelblessure op. Bijgeloof? Een beetje dan.





