Monoloog: Peter Hofstede

PRAAT MEE!

Peter Hofstede (37) wilde zijn laatste seizoen in het betaalde voetbal genieten van de eredivisie. De aanvaller van ADO Den Haag had er ongelooflijk veel zin in zijn club te behoeden voor degradatie. Hij slaagde, maar daar gaat zijn verhaal niet over. Na de hersenbloeding van zijn vriendin is zijn leven totaal veranderd en ligt geluk en verdriet voor hem nog dichter bij elkaar dan hij altijd al vermoedde.

© Pro Shots

Monoloog: Peter Hofstede

'Dit seizoen had eigenlijk een afscheidstournee voor me moeten worden langs de velden in de eredivisie. Ik had net een jaar bijgetekend en had mezelf een rol als een soort pinchhitter toebedeeld. Na zeven jaar eerste divisie had ik er enorm veel zin in. Het liep anders. In de voorbereiding op het nieuwe seizoen kreeg ik tijdens ons trainingskamp in Engeland een telefoontje van mijn vriendin Diane. Ze voelde zich niet lekker. Het was het begin van een complete verandering in mijn leven. Ik ben dezelfde avond nog teruggevolgen en ’s nachts zijn we naar het ziekenhuis gegaan. Daar konden ze niets vreemds vinden, waarna we weer naar huis werden gestuurd. Maar Diane was doodziek en kon helemaal niets meer doen. Een week lang heeft ze op bed gelegen. Zo kon het niet langer en we zijn opnieuw naar het hospitaal gegaan. Daar constateerden ze een bloeding in het hoofd.

Ik kan me dat moment nog goed herinneren. Je kijkt elkaar aan, maar kan eigenlijk niets zeggen. Je wéét ook niet wat het voorstelt, je weet alleen dat ze heel erg ziek is. Veel tijd om het erover te hebben was er niet. Diane werd meteen aan de apparatuur gelegd en met de ambulance naar het Radboud Ziekenhuis in Nijmegen gereden. Alles gaat zo dan zo snel, je moet mensen bellen en bent overal druk mee. Aan de andere kant was het voor ons ook een bepaalde opluchting dat er een diagnose werd gesteld. Je wist in ieder geval wat er aan de hand was. De bloeding bleek aangeboren. Het was een soort fietsband met een bobbel erop.

Voordat ze kon worden geopereerd moesten we twee weken wachten. Het was in de periode dat het zo enorm heet was in de zomer. Echt een vreselijke tijd. Toen hebben we heel veel tijd samen doorgebracht op een ziekenhuiskamertje. Hoe dichter je naar de operatie toeleeft, hoe angstiger je wordt. Dan heb je het over van alles. Je moet niet vergeten dat we ook nog een dochtertje van twee hebben.

Je denkt dat zoiets niet met jonge mensen kan gebeuren. Maar toen ik veelvuldig in het ziekenhuis kwam – Diane lag op de afdeling neurochirurgie – wil je daar eigenlijk helemaal niet aanwezig zijn. Ik heb gezien dat een mens op alle leeftijden van alles kan overkomen. Daarvóór heb je altijd het idee dat het een ander is. Als ik als voetballer het ziekenhuis binnenkom laat ik meestal een mri-scan maken en is het goed. Het leed dat er verscholen ligt, dringt niet tot je door.

Ik heb haar 's ochtends om acht uur naar de operatiekamer gebracht. Dat is geen prettige bedoening. Je gaat je vriendin wegbrengen voor een ingreep waarvan je weet dat die vrij kritisch is. Ik heb van tevoren gevraagd hoe groot de kans van slagen was. Ik kreeg als antwoord dat de bloeding dicht tegen een grote zenuw nabij het oog zat en dat dat het extra gevaarlijk maakte. De periode dat ik moest wachten op het verlossende telefoontje was verschrikkelijk. Je houdt er constant rekening mee dat de dokter belt en zegt: Sorry meneer, er is iets fout gegaan. De opluchting was enorm op het moment dat ik te horen kreeg dat de ingreep succesvol was verlopen. Toen ik voor het eerst naar haar toe kon, zag ik een klein hoopje mens liggen. De ogen dicht, bloed en pijn. Wat ik me ook nog herinner was dat de apparatuur maar bleef piepen, omdat haar bloeddruk te hoog was. Maar we waren allang blij dat de operatie goed was afgelopen. Zeven van de tien mensen met een hersenbloeding hálen het ziekenhuis niet eens.

Ze hebben een klip op het bloedvat geplaatst. Dat is goed gelukt, alleen gaven ze in het ziekenhuis al aan dat je moet rekenen op een jaar om te herstellen. Als je dat hoort, denk je er niet bij na. Na een aantal dagen knapte Diane wat op. Nadat ze weer thuiskwam, begon de rechterkant van haar lichaam opeens te trillen. Wat gebeurt hier nu joh?, vroeg ik me af. Je denkt meteen aan het ergste, dat die klip heeft losgelaten ofzo. We zijn direct weer naar het ziekenhuis gegaan, waar geconstateerd werd dat het littekenweefsel epilepsie veroorzaakt. In vijftig procent van de gevallen verdwijnt dat weer, de andere helft blijft het houden.

De epileptische aanvallen hebben een enorme impact. Diane kan er niet meer zelf op uit, autorijden is bijvoorbeeld te gevaarlijk, want wat gebeurt er als ze een aanval achter het stuur krijgt? Je hebt opeens een leven waarin je helemaal op elkaar bent aangewezen en daar past dan een volledige baan in het voetbal even niet bij. Op het moment dat de diagnose werd gesteld ben ik drie weken niet op de club geweest. Daar begrepen ze dat meteen. Toen Diane een tijdje in het ziekenhuis lag ben ik voorzichtig één keer per dag gaan trainen, daar had het toenmalige trainersduo Rinus Israel en Lex Schoenmaker ook helemaal geen problemen mee. Maar je speelt natuurlijk wel op eredivisieniveau. Als je slechts weinig traint, houdt het spelen ook een keer op. De club zal zich rond de winterstop ook achter de oren hebben gekrabd en hebben gedacht dat er wat spelers moesten bijkomen. Toen ze Regillio Simons hebben gehaald voor de spitspositie ben ik naar de trainer gestapt. Het bleek dat ze me niet meer nodig hadden, waarna de club mij per 1 april heeft ontslagen en ik opeens thuis zat.

Aan de ene kant heel erg fijn, want daar was ik hard nodig. Je merkt in die weken ook hoe je leven is veranderd. Ik kan geen plannen met vrienden maken voor volgende week. Ik moet eerst zorgen dat het thuis goed is, een oppas regelen voor mijn dochtertje en weten dat er iemand bij Diane kan zijn. Daar kom je dan heel erg hard mee in aanraking. Het gekke is dat er zelfs mensen zijn die dat niet begrijpen. “Waarom moet je dat dan overleggen”, vragen ze me dan, terwijl ze van de situatie afweten. Schijnbaar dringt het niet zo door. Als je gezond bent en nooit wat hebt gehad, kun je je niet voorstellen dat er zoiets in je leven gebeurt. Aan de andere kant brengt het Diane en mij wel dichter bij elkaar, hoewel ik me kan indenken dat zij er wel gefrustreerd van raakt.

Ach, voor ons is het ook makkelijk praten, maar ik vind het zo knap dat zij er nog behoorlijk positief onder is. Ik heb er ook veel over gelezen en mensen zeggen dat ze zichzelf niet meer zijn na zo'n operatie, ze raken hun eigen ik kwijt. Degene van voor de operatie is verdwenen. Dat merk ik soms ook wel bij Diane, maar voor iemand die het zelf niet ondervindt is het niet zo goed te begrijpen. Naarmate de tijd vordert merk je ook dat er steeds minder mensen interesse in je tonen. De eerste week wil iedereen wel een keer hulp verlenen, maar als je twee maanden verder bent is daar nog maar weinig van overgebleven. Wij blijven er dan mee zitten. Is geen grote ramp, maar soms heb ik wel het idee dat de buitenwereld niet exact weet wat het allemaal inhoudt.

Toen ADO Den Haag me vroeg of ik weer wilde terugkeren wegens blessures van spelers heb ik eerst met Diane overlegd. Dat was een voorwaarde. Ze vertelde dat ik het maar moest doen, ze was inmiddels een beetje aangesterkt. Toen ik de eerste week op het stadion kwam, was ik ontzettend blij met de ontvangst van de supporters. Echt ongelooflijk, zo hartverwarmend. Zelfs de meest fanatieke voetballiefhebbers stuurden me mailtjes dat de sport helemaal niet meer belangrijk voor me moest zijn. En zo was het natuurlijk ook. Dan heb je het gevoel dat ze dichtbij je staan. Dat zijn oprechtere reacties dan al die verhalen van directeuren en trainers die zeggen dat je zo goed bent, maar achter je rug lopen te klagen. Het is raar, maar op het moment dat je weer gaat trainen en gaat spelen, kom je weer in een bepaald levensritme en is voetbal gewoon weer belangrijk voor je.

Tegen SC Heerenveen maakte ik uiteindelijk de winnende goal, waardoor de club een grote stap zette om in de eredivisie te blijven. Dan wordt het een soort spannend jongensboekverhaal. Maar toen de euforie was vervlogen en de pers na de wedstrijd weg was, ben ik maar in de auto gestapt. De persoon met wie ik die avond het liefst wilde delen, was er niet. Zij zat thuis. Als je het haar vertelt is ze trots, maar voor mij is het toch anders omdat ze het niet heeft kunnen zien. Dan kom je ook weer terug in het leven van alledag. Aan de andere kant zou je geen mens zijn als je het niet kan waarderen dat je opeens weer belangrijk bent geweest voor de club.

Ik heb nooit meegedaan aan euforie en diepe treurnis in het voetbal. Wat dat betreft kan het wereldje me niet veel maken. Het is toch eigenlijk raar dat we hier zitten, want als ik een bakker was geweest, had niemand wat van me gelezen. En als ik dat doelpunt niet maak en ADO Den Haag twee keer achter elkaar zou verliezen, dan was ik die klootzak geweest die oud en versleten is en niet meer scoort. Zo is het toch? Het verschil tussen held en schlemiel ligt zo dicht bij elkaar. Ondanks de gebeurtenissen kan ik me daar nog steeds druk om maken.

Nu ik weer aan het voetballen ben zie ik meteen een terugval bij Diane. Het ging beter toen ik steeds thuis was. De thuishulp is weg en zij zorgt ’s ochtends voor die kleine. Ze wacht totdat ik om een uur of twee weer terug ben, maar dan merk ik dat ze is uitgeput. In het begin was het voetbal wel een afleiding, maar je denkt wel constant aan de situatie. Bovendien moet ik vanuit mijn woonplaats Oosterbeek 120 kilometer naar Den Haag rijden. Als ik op de club zit en er gebeurt wat met Diane ben ik anderhalf uur onderweg. Met een echt prettig gevoel ’s ochtends wegrijden doe ik dan ook niet. Daarom is het ook wel een goed plan om volgende week mijn carrière af te sluiten en met een ander leven door te gaan.'