'Mighty Wyn The King of Newcastle en Mary Poppins'
Iedere gek heeft zijn gebrek, ik ook. In het midden van de jaren zestig reisde ik met de boot van Hoek van Holland naar Engeland, om vanaf King's Cross in Londen per trein overstappen in Doncaster naar Newcastle te reizen. Ik ben altijd op zoek naar de roots van mijn muzikale helden, destijds was ik op zoek naar The Animals. The Mighty Wyn King of Newcastle stond er met grote letters op een muur gekalkt op het plaatselijke station. De hele stad was in rep en roer, doordat Newcastle United midvoor Wyn Davies voor een recordbedrag van tachtigduizend pond had overgenomen van Bolton Wanderers. Ik kwam voor Eric Burdon en zijn mannen, maar The Evening Chronicle schonk geen enkele aandacht aan de wereldberoemde langharige local heroes. Het leek wel dat de wereld in Newcastle ophield met de komst van de door de fans begeerde Welshman Davies.
© Pro Shots

Na een bezoek aan de Downbeat Club en de legendarische Club a Go-Go, bleek het concert van The Animals te zijn uitverkocht. Kaarten kopen op de zwarte markt behoorde niet tot de financiële mogelijkheden. Koukleumend heb ik mijn favorieten door de muren van de uitpuilende concerthal Baby let me take you home, For Miss Caulker en House of the Rising Sun horen spelen en als troostprijs beloofde ik mezelf een bezoek aan Saint James' Park om de nieuwe wondermidvoor aan het werk te zien.
Het was mijn eerste live-wedstrijd in Engeland en ik was meteen verkocht. Wat een sfeer, passie en bezieling! De zwart-wit gestreepte shirts van de thuisclub oogden prachtig en het publiek kotste anderhalf uur lang grote brokken adoratie uit. De meest simpele acties werden beloond met een daverend applaus. Ik herinner me keeper Ian McFaul, een houterige maar ongegeneerd harde Schotse centrale verdediger met de naam John McNamee, aanvoerder Bob Moncur kon aardig voetballen, Frank Clark speelde slim, maar Wyn Davies was de ster van het veld. De verdediging van Southampton kreeg totaal geen vat op hem. Nooit eerder had ik een midvoor gezien die zó sterk in de lucht was.
Een paar seizoenen later zou dezelfde Davies het grote Feyenoord, met Theo Laseroms, Rinus Israel, Wim Jansen en Willem van Hanegem, radeloos laten terug- keren naar Rotterdam. Het gaat te ver nu te beweren dat ik sinds die dag supporter van The Magpies ben, maar ik volg deze boeiende club met interesse. En Wynn Davies heb ik tot en met zijn laatste dag als voetballer gevolgd. De man uit Caernarvon speelde 34 interlands voor Wales en werd in 1971 weggekocht door Manchester City. Hij stapte al snel over naar Manchester United en speelde later nog voor Blackpool, Crystal Palace, Stockport County, Bangor en Crewe Alexandra. Hij bouwde zijn carrière af bij Arcadia of South Africa. Op 36-jarige leeftijd keerde Davies terug naar Bolton, waar hij warme bakker werd.
Sinds jaar en dag onderneemt Newcastle United wanhopige pogingen door te dringen tot de top van het Engelse voetbal. Zaterdag verloor het thuis met 1-2 van Blackburn Rovers, terwijl debasisopstelling bol stond van grote namen als keeper Shay Given, de van FC Metz overgenomen Sébastien Bassong, de van Deportivo La Coruña gekochte Fabricio Coloccini, Geremi, Nicky Butt, Damien Duff en topscorer Michael Owen. De club verkeert opnieuw in degradatienood en wordt structureel geteisterd door onsmakelijke rellen, waarbij de spelers, managers en bestuursleden wedijveren om de hoofdrol. Het nuttige bijtertje Joey Barton is zelden inzetbaar, doordat hij voortdurend in de gevangenis zit. Bij Manchester City doofde hij een sigaar in een oog van jeugdspeler Jamie Tandy en in Newcastle is Barton doorlopend betrokken bij vechtpartijen in nachtclubs en raciale incidenten. Zo sloeg hij al eens een allochtoon een ziekenhuis in.
De bestuursleden Freddy Shepherd en Douglas Hall, twee puissant rijke zakenlieden, haalden de media nadat ze in het chique bordeel Milady Palace op Marbella werden gefotografeerd met naakte dames, een live-show met vibrators en handboeien hadden besteld, zich hadden laten vermaken met lesbische shows en tegen de undercover journalisten die zich voordeden als potentiële kopers van de club hadden openbaarden dat ze in alle hoeken van de wereld meisjes van plezier naar hun hotels lieten komen. Clubicoon en topscorer Alan Shearer werd tijdens die bijeenkomst door zijn bazen neergezet als een bekrompen en burgerlijke huisvader die niet zoop, niet vreemd ging en nooit vocht in een nachtclub.
De heren hadden er geen goed woord voor over en noemden hem spottend Mary Poppins. Voor de fans was het onaangenaam in de krant te moeten lezen dat de twee bestuursleden elk jaar zeshonderdduizend shirts lieten maken in Azië. Dat kostte slechts vijf pond per stuk. Vervolgens verkochten ze de tricots met een winst van dertig pond per exemplaar. Ze voegden er nog aan toe dat alle domme supporters er elk jaar weer intrapten door bij de clubshop het nieuwe shirt te kopen.
Zelfs manager Bobby Robson kwam in opspraak, toen Pauline Ridal, zijn geheime vriendin en moeder van zijn zoon, haar verhaal voor veel geld aan een krant verkocht. Robson bleek ook al jaren een verhouding te hebben met Janet Rush, die na de publicatie zó boos was dat ze ook uit de kast kwam en de publiciteit zocht. Robson heeft drie volwassen zonen uit zijn huwelijk met Elsie, met wie hij al bijna vijftig jaar samenleeft. Ook Ruud Gullit, die voortijdig vertrok als manager van Newcastle United, bracht de club in diskrediet. In het boek Playing Away van Matthew Clark, over alle schandalen in het Engelse voetbal, wordt een hoofdstuk aan Gullit gewijd.
Het is op Saint James' Park een komen en gaan van ambitieuze multimiljonairs met een zwart-wit clubhart. Na verloop van tijd druipen ze allemaal gefrustreerd af, want de macht van de achterban is ongekend groot, intimiderend en bedreigend. Ook huidig eigenaar Mike Ashley wil weer van de club af. Hij liet zich Kevin Keegan als manager door de strot duwen door de supporters, maar de waanzinnig populaire ex-speler presteerde niets en bleef maar zeuren om aankopen. Ashley stak 134 miljoen pond eigen geld in de club en leende nog 110 miljoen pond bij een bank. Desondanks zijn er nog steeds schulden en is Keegan alweer gepikeerd opgestapt, omdat hij geen spelers meer mocht kopen. De fans kozen partij voor Keegan en de eigenaar durft zich niet meer te vertonen in het stadion. Omdat er in Engeland geen rijke jongens meer te vinden zijn die het wespennest Newcastle United willen kopen, onderhandelde Ashley eerst met de Indiase multimiljonair Anil Ambani. Toen deze afhaakte, ging hij in de slag met de Nigeriaanse zakenman Chris Nathaniel. De supporters, de gevreesde Toon Army, schreeuwen voortdurend dat de Londense maffia niet welkom is in Saint James' Park, maar de man die binnenkort een goed bod doet, is eigenaar van de totaal verloederde sleeping giant.
Allerlei mensen die van Newcastle United hielden hebben het geprobeerd, de club is nu overgeleverd aan buitenlandse investeerders die status willen kopen, hunkeren naar een speelgoedje of gewoon ordinair geld willen verdienen. Intussen blijft directeur voetbalzaken Dennis Wise voor mediarellen zorgen en blijkt de nieuwe manager Joe Kinnear te zijn geschorst, doordat hij in 2004 als manager van Nottingham Forest scheidsrechter Clive Penton voor Coco the Clown uitmaakte. Ik blijf Newcastle United op de voet volgen, want het is geen saaie club, al werd het in 1927 voor het laatst kampioen en veroverde het sinds 1955 de FA Cup niet meer. Daarom staat voor het stadion een standbeeld van topscorer Jackie Milburn, die van 1946 tot 1957 in Saint James¹ Park speelde. Elke club krijgt de spelers, managers, bestuursleden en eigenaren die zij verdient. Dat geldt zeker voor Newcastle United.





