Man City half miljard euro armer en één landstitel rijker

PRAAT MEE!

Op de laatste speeldag van de competitie is Manchester City kampioen van Engeland geworden. Een spectaculaire 3-2 overwinning op Queens Park Rangers bezorgde de ploeg van manager Roberto Mancini de titel. Voetbal International blikt terug op het bewogen seizoen van the noisy neighbours uit Manchester. Op de laatste speeldag van de competitie is Manchester City kampioen van Engeland geworden. Na 44 jaar hebben The Citizens daardoor het derde kampioenschap uit de geschiedenis van de club binnen.

© Pro Shots

fallback image Man City half miljard euro armer en één landstitel rijker

Waar City vorig jaar nog gedeeld tweede werd, is het dit jaar wel raak. Na vier speelronden deelde City de koppositie zonder verliespunten met stadsgenoot en eeuwig rivaal Manchester United, totdat er op bezoek bij Fulham gelijk werd gespeeld (2-2).

Intussen imponeerde Manchester United door een 8-2 overwinning op Arsenal en een 3-1 zege tegen Chelsea te boeken. The Red Devils verloren echter punten bij Stoke City. Het hoogtepunt voor City kwam echter op 23 oktober 2011. Het team vernederde United met een 1-6 overwinning op Old Trafford. Ironisch genoeg wint de club de Premier League deze jaargang op basis van doelsaldo.

Was de zege slechts 2-1 geworden, dan hadden beide ploegen momenteel dezelfde doelcijfers gehad. Voor Manchester United moet het helemaal een frustrerende gedachte zijn, dat drie van de zes treffers in de laatste twee (!) minuten vielen.

Daarnaast werd de voorsprong op United vergroot tot vijf punten. Langzaamaan groeide The Citizens uit tot favoriet voor de titel. Manager Roberto Mancini bleef echter tot op de laatste speeldag stellig ontkennen dat zijn ploeg op de titel afstevende, mede doordat United een aantal slechte resultaten neerzette in de laatste wedstrijden.

De beslissing kwam voor City bij de thuiswedstrijd tegen United. Het elftal van Sir Alex Ferguson liet de kans op revanche onbenut en ging met 1-0 ten onder. De thuiswedstrijd tegen Queens Park Rangers was nodig om officieel kampioen te worden. Het kampioenschap van City bevat echter wel een aantal smetjes. In de Champions League-wedstrijd tegen Bayern München weigerde Carlos Tévez in te vallen. Het was het begin van een half jaar durende afwezigheid.

De aanvaller keerde terug naar zijn geboorteland, ontving geen salaris meer en onderhandelde in de winterstop met andere clubs. Desondanks maakte de Argentijn op 21 maart zijn rentree tegen Chelsea en kwam hij uiteindelijk nog tot vier doelpunten voor zijn team.

Tévez was niet de enige aanvaller die negatief in het nieuws kwam. Mario Balotelli zorgde zowel binnen als buiten het veld voor opmerkelijke momenten. Zes gele en één rode kaart ontving de Italiaan tot dusverre.

Buiten het veld bezorgde de aanvaller zijn manager Mancini grijze haren door bizarre fratsen. Desondanks zorgde Balotelli wel voor resultaten. Liefst dertien keer scoorde hij dit seizoen, waardoor hij achter Edin Dzeko en Sergio Agüero de meest productieve spits is. In 1937 en 1968 kroonde City zich eerder tot kampioen van Engeland. Sheikh Mansour bin Zayed bin Sultan Al Nahyan (foto boven), eigenaar van de club, nam de ploeg in augustus 2008 onder zijn hoede en gaf sindsdien bijna een half miljard euro's (581.935.000 miljoen) uit.

Het elftal van nu bevat slechts vijf basisspelers uit 2008: Pablo Zabaleta, Joe Hart, Vincent Kompany, Nigel de Jong en Micah Richards. Michael Johnson, Vladimir Weiss en Wayne Bridge zijn allen verhuurd.

Toch lijkt de formatie steeds meer vorm te krijgen. Waar de club in het seizoen 2010/11 nog 160 miljoen euro uitgaf, was dat begin dit seizoen slechts 83 miljoen. Zodoende ontpopt Manchester City zich tot stabiele grootmacht in de Premier League. (Joost Hofman) Foto: VI Images