Luke Wilkshire: ‘Guus Hiddink is mijn geluk geweest’
Als tiener verliet hij huis en haard om aan de andere kant van de wereld op zoek te gaan naar het beloofde land. Na jarenlange omzwervingen heeft de Australiër Luke Wilkshire (26) dat gevonden, met FC Twente, in Nederland. ‘Ik ben eindelijk in een omgeving terechtgekomen waarin iederéén beter wil worden.’
© Pro Shots

Wie meer wil weten over Luke Wilkshire en jouw profiel bekijkt op de website van de Australische voetbalbond, leest een kenmerkende typering. ‘Hij is zeer hard in de tackle.’
‘Is dat zo?’
Wie jou vorige zomer aan het werk zag, zal dat niet verbazen. Rood tijdens Nederland-Australië na een charge op Giovanni van Bronckhorst en rood tijdens je eerste competitiewedstrijd voor FC Twente, uit tegen Heracles Almelo.
‘De kennismaking van Nederland met mij was inderdaad niet de meest gelukkige. In mijn beginperiode bij FC Twente hoorde ik ook vaak: “He only can kick men”. Het gekke is dat de mensen die mij al langer als voetballer kennen, me juist hadden aangemoedigd naar Nederland te gaan. Guus Hiddink, onze bondscoach tijdens het WK in Duitsland, zijn assistent en latere opvolger Graham Arnold, en Jason Culina die zelf hier heeft gespeeld, zeiden allemaal: “Ga naar FC Twente! Jij bent een technische voetballer, de Nederlandse competitie past goed bij je”. Gaandeweg het seizoen heb ik laten zien dat ik ook een bal wel aardig kan raken.’
Moest je wennen aan het niveau van de Nederlandse scheidsrechters?
‘Daarover heb ik geen oordeel. Ik moest, denk ik, vooral afkicken van Bristol City. De afgelopen drie seizoenen speelde ik in de League One, het derde profniveau van Engeland. Een wedstrijd in die divisie is een rauw straatgevecht, per wedstrijd zijn er ik-weet-niet-hoeveel duels waarin werkelijk alles geoorloofd lijkt. Na het eerste fluitsignaal voelde het alsof je werd gekatapulteerd. Voetbal dáár is een andere sport, met andere regels. Als in de League One volgens Nederlandse maatstaven zou worden gefloten, werden er elke wedstrijd vier of vijf spelers weggestuurd. In 26 competitieduels in Nederland sta ik nu op vijf gele kaarten, dat is geen overdreven hoog gemiddelde, vind ik. Terwijl het helemaal niet moeilijk is in Nederland een gele kaart te pakken.’
In jouw jeugdjaren was voetbal een onbeduidende sport in Australië. Hoe ben jij ermee in aanraking gekomen?
‘Ik ben opgegroeid in Wollongong, een industriestad op zo’n anderhalf uur rijden van Sydney. Als kind wilde ik gaan rugbyen, net als mijn vader. Maar mijn moeder zag mijn vader na elke wedstrijd onder de schrammen en builen terugkeren en vond dat maar niets. Soccer is minder gevaarlijk, dus dat was wel oké. Dat is een van de redenen dat voetbal toen al de meest beoefende sport onder Australische kinderen was. Ik werd al snel gegrepen door het creatieve element van voetbal. We speelden elke dag met vriendjes in parken en op schoolpleinen, maar niet in clubverband. Het opleidingsniveau bij de verenigingen was niet hoog, als je een beetje talent had zoals ik, dan kreeg je een aanbieding van het Australian Institute of Sport in de hoofdstad Canberra. Dat was een soort eliteschool waar je elke dag naast schoollessen ook training kreeg van toptrainers. Op tv zag ik geregeld een wedstrijd uit de Engelse competitie en toen ik doorhad dat ik aardig kon voetballen, wist ik het zeker: Ik wil voetbalprof worden. Thuis lachten ze erom. “Voetbal is hier niet eens een serieuze sport, laat staan een beroep”, zei mijn moeder. Daarom ga ik naar Europa, antwoordde ik. Ik was toen een jaar of twaalf en werd niet helemaal serieus genomen. Maar als een Australiër iets in zijn kop heeft, dan krijg je het er niet meer uit, dat is tekenend voor onze mentaliteit. “Vecht zelfs met je tanden en je nagels als het nodig is”, zeggen ze bij ons.’
Heeft het tanden en nagels gekost?
‘Behoorlijk wat, ja. Op mijn vijftiende kreeg ik van school een trainingsstage aangeboden bij Middlesbrough. Doordat ik nog niet in aanmerking kwam voor een visum, moest ik terug naar Australië, maar het contact bleef. Twee jaar later kon ik wél een visum krijgen, Middlesbrough hing weer aan de bel en daar ging ik. Naar de andere kant van de wereld, 24 uur vliegen verderop en geen ouders meer in de buurt om op terug te vallen. Ik kwam in een pleeggezin terecht, samen met de Australische keeper Bradley Jones die nog steeds een van mijn beste vrienden is. Het was een goede leerschool. Ik was een tiener, de verleidingen van het leven kwamen op me af, ik leerde mijn grenzen afbakenen. Na anderhalf jaar jeugdopleiding kwam ik in de eerste selectie, in totaal heb ik zo’n 25 wedstrijden meegespeeld, meestal als invaller. Middlesbrough was een moeilijke club voor jonge spelers, want elk jaar weer werden oude, ervaren voetballers aangetrokken zoals Gareth Southgate, Gaizka Mendieta, George Boateng en Boudewijn Zenden. Na twee jaar, in het begin van het seizoen 2003/2004, voelde ik dat mijn ontwikkeling stokte en ben ik op de toenmalige manager Steve McClaren afgestapt. Voor mijn carrière is het belangrijk dat ik meer ga spelen, zei ik tegen hem. McClaren gaf me gelijk, maar vertelde me er ook bij dat hij doorging met het aantrekken van routiniers. Toen wist ik dat ik een andere weg moest inslaan.’
De steile weg naar beneden: Bristol City.
‘Achteraf was ik misschien te ongeduldig, maar op dat moment was ik gewoon blij met de kans. Bristol City heeft toch een redelijk grote naam, was in het voorgaande seizoen op het nippertje promotie naar het Championship (de Engelse eerste divisie, red.) misgelopen en betaalde toch vierhonderdduizend euro voor me. Daaruit sprak vertrouwen. Vooral in de eerste twee jaar heb ik bijna alles gespeeld, maar uiteindelijk zijn het drie zeer frustrerende seizoenen voor me geweest.’
Waarom?
‘Vechtjassenvoetbal, een stijve nek voor de middenvelders die overvliegende ballen nakijken, overvloedig bier drinken; alle stigma’s over voetbal in de lagere Engelse afdelingen kloppen ook. Elke ploeg die technisch wil voetballen in de League One heeft het heel moeilijk. De omstandigheden beïnvloeden er serieus het wedstrijdverloop. Je speelt vaak in oude stadions, de velden zijn er smal en vaak ook nog slecht. Een elftal dat het ritme probeert te bréken is dan altijd in het voordeel tegen een ploeg die het ritme wil bepálen. Een probleem was ook dat ik ambitieus ben, terwijl veel andere spelers van Bristol City dat níét waren. De meeste jongens waren al blij dat ze op dat niveau mochten meespelen. Ze wisten dat ze toch niet hoger konden komen, ze waren tevreden en genoten van het leven. Ik hou óók van een biertje, maar in het voetbal is dat aan tijd en plaats gebonden. Engelse voetballers willen echter nog wel eens de limiet opzoeken. Dan kwam je de volgende ochtend op de training en was niet iedereen in topconditie, als je begrijpt wat ik bedoel... Halverwege het vorige seizoen werd het helemaal vervelend. De club wilde mijn contract verlengen, maar ik had daar helemaal geen trek in. Met Gary Johnson was er tussentijds een nieuwe manager gekomen en hij probeerde mij daarna het leven zo zuur mogelijk te maken. Als drukmiddel om me maar te laten bijtekenen zette hij me geregeld op de tribune, eigenlijk was het pure chantage. Maar zo is de voetballerij blijkbaar. De trainingen stelden niets voor en de wedstrijden speelde ik niet. Mentaal was dat een zware tijd.’
Wat hield je op de been?
‘De duels met de nationale ploeg waren ware uitstapjes voor mij. Onder elkaar hebben we ontzettend veel plezier, als ik een paar dagen bij The Socceroos was geweest, kon ik er weer even tegen. “Kop omhoog en hard werken”, werd er dan ook altijd tegen me gezegd. Dat is The Australian Way. Bovendien geloof ik erin dat een carrière niet alleen wordt bepaald door je kwaliteiten en de arbeid die je erin steekt, maar ook doordat je de juiste mensen op de juiste momenten moet ontmoeten. Onderweg heb je ook geluk nodig. Mijn geluk was Guus Hiddink.’
Dat klinkt wat zwaar aangezet.
‘Maar zo voelt het wel. Ik speelde in 2001 op het WK Onder-20 en in 2004 op de Olympische Spelen van Athene en kwam daarna bij de nationale A-selectie. In het begin kreeg ik nauwelijks speeltijd. Bondscoach Frank Farina speelde op safe, hij bouwde altijd op de oude, vertrouwde namen. Op zich begrijp ik dat wel. Als je voetballers hebt die in de hoogste competities van Italië, Engeland en Nederland uitkomen, leg je je lot niet snel in handen van een jongen uit de derde Engelse divisie. Toen Hiddink in 2005 bondscoach werd, kwam hij binnen met een open mind. Hij liet zich niet leiden door reputaties, maar keek louter naar de kwaliteit die je leverde. Na een trainingsstage in Mierlo zette Hiddink me in een oefenwedstrijd tegen Jamaica in de basis. We wonnen met 5-0, ik speelde me in de kern en mocht het WK meemaken, hoewel ik weinig had gespeeld in Bristol. Bovendien kwam ik door het netwerk van Hiddink in contact met FC Twente. Ik ben hem dus dankbaar.’
Hoe heb jij het WK beleefd?
‘Als heroïsch. Ik was toch onderdeel van een ploeg die Australische sportgeschiedenis heeft geschreven. We bereikten de achtste finale, om twee uur ’s nachts zaten thuis miljoenen mensen voor de tv naar onze wedstrijden te kijken. In feite hebben we in Duitsland de voetbalnatie Australië tot leven gewekt. Voor mezelf was het toernooi overweldigend. Als ik ook maar één minuut op een WK had mogen voetballen, was ik al dolgelukkig geweest; nu speelde ik tegen Japan en Italië. Het mooie was ook dat mijn familie en mijn vrienden erbij konden zijn. Dat we zijn uitgeschakeld door de latere wereldkampioen is geen doekje voor het bloeden, het voelt nog steeds alsof we bestolen zijn. Pas vorige week kon ik het voor het eerst de dvd van het duel met Italië te bekijken. Het was nog steeds ongelooflijk. De Italianen speelden met tien man, acht seconden voor het eindsignaal kregen zij een dubieuze strafschop, terwijl ons twee minuten daarvoor een penalty werd onthouden. Ik voel nog steeds pijn.’
Had je niet gehoopt via dat toernooi onderdak te vinden bij een grote club?
‘In deze fase van mijn carrière ís FC Twente een grote club, zeker als je bedenkt waar ik vandaan kom. De Nederlandse competitie behoort niet tot de top van Europa, maar diezelfde top heeft wel veel respect voor haar. De Eredivisie wordt wekelijks bezocht door internationale scouts, dat is niet voor niets. De Nederlandse voetballer wordt tactisch en technisch goed geschoold, ikzelf breng daar de Australische sportmentaliteit bij en mijn eigen drive iets te willen bereiken in het leven. Ik tref hier dus de ideale combinatie om me verder te ontwikkelen. Ik merk het ook, mijn ervaringen op het WK en dit seizoen met FC Twente hebben me als voetballer wezenlijk veranderd.’
In welk opzicht?
‘Ik ben veel completer geworden. Van origine ben ik een middenvelder, maar door een blessure belandde ik bij FC Twente vroeg in het seizoen op de rechtsbackpositie. Ik kreeg dus ook te maken met de defensieve aspecten van het spel zoals rugdekking geven aan de centrumverdedigers, doordekken naar het middenveld en de momenten kiezen waarop je eroverheen kunt gaan. In de speelwijze van FC Twente kan ik ook op die positie nog steeds mijn aanvallende drang kwijt, ik heb dit seizoen twee goals gemaakt en vier assists gegeven. Jarenlang heb ik de ambitie uit mezelf moeten halen, uit de droom om te slagen als profvoetballer. Nu ben ik eindelijk in een omgeving gekomen waarin iederéén de ambitie heeft beter te worden. Dat kan hier bijvoorbeeld ook door de trainingsmethoden. Nederland is volgens mij een echt trainersland, de trainingen zijn intensief en de coaches willen veel van zichzelf in de oefenstof stoppen. Bij Bristol City kwamen we vaak alleen het veld op om wat uit te lopen. Dat kan ook moeilijk anders, want in een competitie met 24 clubs en daarnaast de toernooien om de FA Cup en de League Cup barst een seizoen daar uit zijn voegen van de wedstrijden. Het belangrijkste is dat ik in Enschede het plezier in voetballen heb teruggekregen. En dat is de basis van waaruit je vroeger als kind met een bal het park in ging. Als je drie jaar in de woestenij van de League One hebt meegerend en je speelt dan mee in een ploeg die clubs als FC Groningen, SC Heerenveen, AZ en Feyenoord van het veld af tikt, dat is genieten.’
En verbazingwekkend gezien de seizoenstart.
‘Die was inderdaad dramatisch. Eerst uitgeschakeld voor het UEFA Cup-toernooi door een ploeg uit Estland (Levadia Tallinn, red.), daarna in de eerste competitiewedstrijd verloren bij Heracles Almelo. Door de rode kaart die ik in dat duel opliep voelde ik mezelf dubbel rot, ik had het idee dat ik de ploeg in de steek had gelaten. Iedereen had ons toen al min of meer afgeschreven, maar onze kracht is dat we als team heel dicht bij elkaar zijn gebleven. Wij hadden al snel in de gaten dat we tijdens de trainingen een hoog niveau haalden en dat hebben we kunnen doortrekken naar de wedstrijden. Het belangrijkste is dat we van ons eigen stadion een sterk fort hebben gemaakt. Als je zoals FC Twente structureel wil meedraaien in de topvijf, dan mag je thuis eigenlijk bijna geen punten laten liggen.’
Heb jij een voorkeur voor PSV, AZ of Ajax als tegenstander in de play-offs?
‘Nee. We hebben thuis PSV en AZ verslagen en bij Ajax gelijkgespeeld. Ongeacht wie we als tegenstander krijgen, kunnen wij ons plaatsen voor de voorronde van de Champions League. Waarom niet? We zijn heel moeilijk te verslaan, iedereen van ons kan een goal maken en we hebben bewezen dat we van elke ploeg kunnen winnen. We zijn het seizoen dramatisch begonnen, maar staan nu tien punten voor op een club als Feyenoord en hebben dikke uitslagen neergezet tegen goede elftallen als FC Groningen en SC Heerenveen (respectievelijk 7-1 en 5-1, red.). De ontwikkeling die FC Twente dit seizoen doormaakt, is het bewijs dat in voetbal alles mogelijk is.’
Direct na de play-offs wacht je nog een groot toernooi. Australië dat speelt om de Asian Cup, wat moeten we ons daarbij voorstellen?
‘Wij nemen voor het eerst deel aan dat toernooi. Australië viel sinds jaar en dag onder het continent Oceanië. Daarin was Nieuw-Zeeland de enige opponent van kaliber en mondden wedstrijden tegen landen als de Salomonseilanden steevast uit in monsterscores. Als winnaar van Oceanië moesten we vervolgens in twee duels met de nummer vijf van Zuid-Amerika een WK-ticket veiligstellen. Tot 2005, toen we met Hiddink in de play-offs Uruguay versloegen, beten we daar dertig jaar lang onze tanden op stuk. Vergeleken met Zuid-Amerikaanse landen kwamen wij professionaliteit en leepheid tekort. Om de aansluiting met de wereldtop te vergemakkelijken en het algemene voetbalniveau verder te ontwikkelen heeft Australië, met zowel de nationale selectie als de clubs, aansluiting gezocht bij Azië. Daarin ontmoeten we met onder meer Japan, Zuid-Korea, Iran en China veel meer weerstand. Door onze WK-prestaties zijn we in eigen land direct al gebombardeerd tot de grote favoriet voor het winnen van de Asian Cup. Begin juni spelen we twee oefenwedstrijden tegen Uruguay en Argentinië, die duels zijn nu al uitverkocht met tachtigduizend mensen. Daarna gaan we op trainingskamp naar Singapore en begin juli barst het toernooi los in Thailand en Maleisië.’
FC Twente is daar niet blij mee. De finale staat gepland voor eind juli en drie weken later begint in Nederland de competitie alweer.
‘Ik kan me dat goed voorstellen, we moeten nog op zoek naar een verstandige modus. Wellicht kan ik na het trainingskamp in Singapore een korte vakantie nemen en na het toernooi zelf nog één. Bekijk het ook van míjn kant: ik ben professional én liefhebber, met mijn land en mijn club wil ik zoveel mogelijk proberen mee te maken.’
Na de strijd om de Confederations Cup in 2005 en het WK in Duitsland wordt dit al de derde zomer op rij met een zwaar toernooi voor je. Breekt je dat niet op?
‘Vorig jaar heb ik wel een tijdje last gehad van de nasleep van het WK. Aan de andere kant ben ik al bijna tien jaar a travelling man. Ik weet wat het is door tijdzones te vliegen, hoe je met jetlags moet omgaan. Je moet de balans vinden en elk moment van rust proberen te pakken. Een voordeel is dat de Australische bond ons altijd businessclass laat vliegen. Daarnaast worden we goed begeleid in het herstel na een wedstrijd. We liggen geregeld aan een infuus met vitaminen en mineralen, en soms gaan we na afloop ook in een groot bad met ijs zitten. Dat bevordert de bloedsomloop en de recuperatie.’
Landgenoten als Ned Zelic, Tony Vidmar, Archie Thompson en Stan Lazaridis die jarenlang prof in Europa zijn geweest, keren in steeds groteren getale terug naar Australië om daar te gaan voetballen. Is dat ook voor jou een optie?
‘Ik wil zeker nog een paar jaar in de A-League meedraaien. Onze prestaties op het WK hebben het voetbal in Australië een enorme boost gegeven. In december zaten er liefst vijftigduizend mensen bij de competitiewedstrijd tussen Melbourne Victory en Sydney FC. Een paar jaar geleden nog maar trok alleen Perth Glory meer dan tienduizend toeschouwers per duel. De clubs worden steeds beter gestructureerd, met de zender FOX is een groot tv-contract afgesloten en er wordt tegenwoordig ook heel aardig betaald. De competitie bestaat nu nog uit zeven Australische clubs en één uit Nieuw-Zeeland, op termijn moeten dat er meer worden. Maar voor topvoetbal moet je nog steeds in Europa zijn en daarom ligt mijn toekomst voorlopig hier. Volgend seizoen wil ik met FC Twente Europees voetbal spelen, dat heb ik nog nooit meegemaakt. En ik wil me als voetballer verder blijven ontwikkelen om misschien een keer de overstap naar een grote competitie te kunnen maken. Nadat ik bij Middlesbrough niet ben geslaagd, is het nog steeds mijn ambitie ooit in het Premiership te laten zien wie de echte Luke Wilkshire is. Ik ben hier dus nog lang niet klaar.’





