Khalid Boulahrouz: Ik verbaas mezelf iedere keer weer
Bij Ajax, Haarlem en AZ vonden ze hem te speels, te moeilijk en te rebels, maar Martin Jol zag wel wat in Khalid Boulahrouz (22). Het eerste contractje dat de verdediger vier jaar geleden tekende bij RKC Waalwijk, is uitgemond in een verbintenis met HSV en een interland met het Nederlands elftal. Het opmerkelijke levensverhaal van Boula.
© Pro Shots

Hoe had je gereageerd als iemand jou vier jaar geleden had gezegd dat je zou worden geselecteerd voor Oranje en bovendien een vierjarig contract kon tekenen bij HSV?
Diegene had ik niet eens voor gek verklaard, maar hem direct een klap voor zn kop verkocht. Als ik de laatste jaren iets heb geleerd, is het dat de voetballerij onvoorspelbaar is. Je kunt niets plannen. Ik lees in VI weleens verhalen met voetballers die hun carrière hebben uitgestippeld in een stappenplan. Eerst die club, dan daar naartoe, vervolgens de top in Europa en uiteindelijk het Nederlands elftal. Ik geloof daar niet in. Mijn hele leven lang heb ik gehoord dat ik een groot talent was, maar pas bij RKC Waalwijk brak ik een beetje door. En na vier jaar komt HSV en het Nederlands elftal. Zo kan het dus gaan. Jongens die van alles plannen, moeten soms jaren wachten op een transfer. Ik teken na een bliksemtransactie voor vier jaar bij HSV. Wat is dan wijsheid?
Het is een opmerkelijke transfer voor een speler van wie het weinig scheelde of hij had nooit betaald voetbal gespeeld.
Dat is echt kantje boord geweest, ja. Voordat ik naar Waalwijk vertrok, speelde ik in het tweede elftal van AZ, met een eenjarig contract. In principe ging het best goed, maar halverwege het seizoen scheurde ik mijn enkelband. Na mijn revalidatie kwam ik niet meer in het elftal, want dat draaide ook zonder mij verder een goed seizoen. Ik zat een beetje in de put. Mijn contract liep af en ik had geen nieuwe club. Uiteindelijk heeft Hans de Koning een stage geregeld bij RKC. Hans was bij AZ mijn trainer in de A-jeugd geweest en hij kende Ton Verkerk, assistent-trainer van RKC. De eerste keer dat ik zou komen belde ik af. Ik was ziek, slap. Ik kon niets, niet sprinten, kort dekken, schieten, helemaal niks. Gelukkig kreeg ik nog een kans van RKC, maar toen ik mijn testwedstrijd speelde was ik nog niet fit. Verkerk was dan ook niet tevreden, maar gek genoeg zag Martin Jol wel wat in me. Ik mocht nóg een keer terugkomen. Ook toen was ik nog niet de oude, maar wel weer redelijk gezond. We speelden tegen Baronie en ik deed het dusdanig goed, dat Jol me zei dat ik het bij het tweede van RKC mocht laten zien. Ik kreeg een contractje voor een seizoen, maar na een halfjaar zat ik al bij het eerste elftal. Met RKC heb ik mijn laatste strohalm gepakt. Ik heb er alles voor opgegeven, mijn vrienden achter me gelaten en ben op mezelf in Waalwijk gaan wonen. Dat is moeilijk voor een jongen van achttien. Ineens moest ik alles zelf doen: koken, wassen, stofzuigen, het hele huishouden. Vooral in het begin had ik het zwaar. Ik weet nog dat het op een dag schitterend weer was. Ik hoorde de vogels fluiten en de kinderen buitenspelen en ík stond in de keuken borden af te wassen. Ik dacht: Wat dóé ik hier? Ik ben in mijn auto gestapt en in één ruk naar Amsterdam gereden. Later ging het beter, omdat ik bij RKC mijn medespelers goed leerde kennen. De behoefte om terug te keren werd steeds minder. Toen kwam ook het besef: Voor hetzelfde geld had ik nu bij de amateurs gespeeld.
Martin Jol haalde jou naar Waalwijk, omdat hij bij ieder duel dat jij aanging pats hoorde. Begrijp je wat hij daarmee bedoelt?
Ja. Ik ben iemand die kort op zijn tegenstander verdedigt, die in ieder duel de bal wil veroveren. Soms raak ik daarbij een tegenstander en dan hoor je weleens pats. Jol noemt mij ook een powerhouse, maar dat ben ik vooral geworden onder zijn leiding. Martin heeft me niet alleen conditioneel sterker gemaakt, hij leerde me vooral wat er allemaal bij komt kijken als je voetballer bent. Dat een goed en gezond lichaam het belangrijkste is. Khalid, zei Jol altijd, ga jij nou niet stappen, want jij bent een speler die zijn lichaam en rust hard nodig heeft. En dat klopt ook. Onder Jol ben ik ook aan krachttraining gaan doen. In het krachthonk hingen als motivatie fotos van spelers van wie hij vond dat ze er goed gespierd en fit uitzagen. Toen ik kwam had ik echt zon kippenborstje en dan word je in ieder duel aan de kant gezet. Daarom ben ook ik hard aan mijn lichaam gaan werken. Ik voelde me steeds sterker worden.
Is multifunctionaliteit jouw kracht?
Misschien wel. Ik kan rechtervleugelverdediger spelen, of in het centrum, terwijl ik vorig seizoen zelfs in de spits heb gestaan. Dat deed me terugdenken aan vroeger. Bij de amateurs van Excelsior Maassluis waar ik ben begonnen, en later DOSV, was ik een kleine dribbelaar. Later, toen ik groter en sterker werd, verhuisde ik naar achteren. Ik vond het leuk dat ik bij RKC eventjes weer voorin kon spelen. Heerlijk onbevangen voetballen, acties maken, scoren, fantastisch. Maar hoe prettig het ook was, ik wist ook dat het niet te lang moest duren, want dan ging het ten koste van mijn carrière. Mensen gingen me vragen wat ik was: aanvaller of verdediger. Ik kan best in de spits spelen, maar niet in de top. Daarvoor mis ik de achtergrond, omdat ik me de laatste jaren vooral op het verdedigen heb geconcentreerd. Op die positie haal ik het meeste uit mijn carrière.
Je speelde in de jeugd voor Ajax, Haarlem en AZ, maar bij al die clubs heb je het niet gered. Was jij zon moeilijke jongen?
Bij Ajax niet. Mijn probleem was dat ik daar te wisselvallig presteerde. Na iedere wedstrijd kreeg je als jonge speler een cijfer en bij mij was het de ene week een 7 of een 8 en een wedstrijd daarna weer een 5. Het probleem was dat ik van de amateurs van DOSV zo in Ajax C1 terechtkwam. Ik was gewend te dollen en te lachen, maar tot mijn stomme verbazing was de sfeer bij Ajax nóg gezelliger. Ik vergat gewoon te presteren, maar ik had het zó naar mn zin. Het was midden jaren negentig, de tijd dat Ajax zo goed presteerde in Europa. Iedereen binnen de club was messcherp, Co Adriaanse voorop. Als je bij Co in zijn containertje moest komen, was je de lul. Ik heb er één keer gezeten, toen Ajax me vertelde dat ik weg moest. Mijn trainer Henny de Regt zat er met Co en ik had nog steeds geen idee dat ik moest vertrekken, terwijl dat gesprek nou niet bepaald positief was. Het ging van: Khalid, je bent een aardige jongen, maar En toen kwamen de mindere punten. Toen Co aan het einde vertelde dat hij Haarlem als nieuwe club voor me had gevonden, schrok ik op. Ik moest weg, terwijl ik er zon fijne tijd had! Ik speelde in een fantastische spelersgroep, met jongens zoals Serginho Greene, Melvin Fleur, Youssouf Hersi en ook Rafael van der Vaart deed weleens mee. Het was een bonte verzameling culturen. Er speelden drie Nederlanders en de rest was Marokkaan of donker, maar onderling klikte het fantastisch. Al moesten we naar Wit-Rusland, dan nóg hadden we het naar ons zin gehad. Iedere keer wanneer we terugkamen van een buitenlands toernooi werd het stil als we vlak bij De Meer reden. Dan kwam het besef dat je weer naar huis moest. Ik vond het verschrikkelijk dat ik naar Haarlem moest, dat was helemaal niks. Ik kwam er in B2! Met Ajax speelde ik buitenlandse toernooien tegen Paris Saint-Germain, Bayern München, Feyenoord en met Haarlem B2 stond ik iedere zaterdag tegen zomaar een willekeurige amateurclub. Op een dag speelde AZ bij Haarlem en ben ik gaan nadenken. AZ, Alkmaar, was dat ook niet in de buurt? Toen bleek dat het een halfuurtje rijden was heb ik AZ een brief geschreven, maar daar kwam maar geen antwoord op. Uiteindelijk heb ik gebeld en mocht ik een proefwedstrijdje komen spelen. Daarna was ik van harte welkom.
Wat ging er mis bij AZ?
Daar had ik vooral problemen met mezelf. Mijn vader was in die tijd net overleden en ik wist niet hoe ik dat moest verwerken. Ik was zestien jaar en stopte het grote verdriet weg in plaats van erover te praten. Dat ging dus niet goed. Ik werd opstandig, ging me afreageren op mijn omgeving. Gelukkig had ik Hans de Koning als trainer bij AZ A1. Hans de Rotterdammer schrok als enige niet van mijn grote bek. De Koning heeft me opgepikt, vertrouwen gegeven, maar me op een goede manier ook de grond in getrapt. Hans heeft me echt geleerd na te denken en daar ben ik hem nog steeds dankbaar voor. Ik hield echt van die man, we hadden op een gegeven moment een soort vader-zoon-relatie. Hans en ik konden alles tegen elkaar zeggen. Ik weet nog dat hij me een keer een schop onder mn reet wilde geven. Het was tijdens een training en ik had weer eens een weerwoord. En nou kappen, want ik geef je écht een knal, zei Hans. Zo was en is onze band, want we bellen elkaar nog regelmatig. Ik was in die tijd best een lastige jongen. AZ stuurde iedere jeugdspeler naar een LOOT-school, waar de lesroosters waren afgestemd op de trainingen. Ik was niet bepaald een liefhebber van school. Ik deed wat ik moest doen, haalde vaak een zesje, maar was alles daarna gelijk weer vergeten. Het enige dat ik echt wilde was voetballen. Toen ik me in het vierde jaar realiseerde dat ik niet meer leerplichtig was, kreeg ik een warm gevoel van binnen. Ik hoefde volgend jaar niet meer te komen! Achteraf stom gedacht natuurlijk, want ik had niets, geen diploma en geen contract. Toch deed ik alles om onder school uit te komen.
Zoals?
Vaak ging ik na het eerste uur naar de directeur. Zat ik daar met een zielig gezicht te vertellen dat ik me niet lekker voelde. Die man geloofde er niets van en zei dat ik dan mijn moeder maar moest bellen. Hij wilde weten of er iemand thuis was. Mijn moeder spreekt nauwelijks Nederlands, meneer, zei ik dan. Dus belde ik in het Marokkaans met mijn moeder, die natuurlijk stomverbaasd was dat ik aan de telefoon hing. Hoe is het ma? Ik heb zo les en vanavond moet ik weer trainen. Intussen keek ik er zó beroerd bij dat ik naar huis mocht, maar ik ging dan altijd naar een scholengemeenschap in Alkmaar-noord. Daar hing ik de hele dag rond, want daar zaten mij vrienden. Ook met die school had AZ een samenwerking dus wat deed ik: aan het einde van de middag stapte ik gewoon dáár in het busje dat de spelers naar de training bracht. Uiteindelijk heb ik toch mijn mavo-diploma gehaald. Dat kwam doordat ik totaal ontspannen de examens inging, terwijl mijn klasgenoten aan de valium zaten, pilletjes namen of stonden te roken. Als het niks zou worden, vond ik het verder ook prima. Toen de uitslag bekend werd belde de directeur. Hij feliciteerde me, want ik had het goed gedaan, maar in zijn stem hoorde ik de opluchting. De man was gewoon ontzettend blij dat-ie van me af was.
Je bent opgegroeid in een elftal, hoe was dat?
Ja, ik heb vier zussen, een broer, een broertje en twee zusjes. We waren thuis met zn elven, dus dat betekent dat het druk was, maar altijd gezellig. Ik had altijd iemand om mee te praten en als ik alleen was ging ik lekker bij mn zussen zitten. Ik heb echt een fijne jeugd gehad, eerst in Maassluis, later in Vijfhuizen. Mijn vader had daar een bedrijf in gladiolen en maakte verschrikkelijk lange dagen. Op weg van Vijfhuizen naar Maassluis kreeg hij een ongeluk, omdat hij te vermoeid achter het stuur zat. Daarop zijn we verhuisd. Ach, ik heb het eigenlijk overal naar mijn zin gehad, tot mijn vader overleed. Mijn zussen waren inmiddels getrouwd, maar ik wilde mijn moeder zo min mogelijk tot last te zijn. Zij heeft lief en leed gedeeld met mijn vader en had het echt ontzettend moeilijk. Ikzelf ook. Mijn vader was de enige voetballiefhebber in de familie. Toen ik nog bij Excelsior Maassluis speelde, kwam hij altijd kijken, maar alleen als het mooi weer was. Bij regen mocht ik vaak niet meedoen. Mijn vader hield rekening met de was. Extra vieze kleding kon niet, want mijn moeder moest voor negen kinderen wassen. En zo breed hadden we het vroeger niet. Nadat mijn vader overleed stond ik er alleen voor. Ik miste de gesprekken over voetbal en het leven en moest ineens zelf beslissingen nemen. Daardoor ben ik snel volwassen geworden en heb ik geleerd voor mezelf op te komen. Ik ben nu 22, maar weet van mezelf dat ik er veel meer volwassen uitzie. Dat is echt iets van de laatste jaren geweest. Ik heb geleerd me kwetsbaar op te stellen. Het stoere jongetje van vroeger bestaat niet meer. Tegenwoordig sta ik er zelf van te kijken als ik me open durf te stellen naar andere mensen toe. Ik verbaas mezelf iedere keer weer. Het verlies van mijn vader heeft me geholpen te relativeren. Ik weet mijn overgang naar HSV en mijn selectie voor Oranje in het juiste perspectief te plaatsen. Er is méér dan voetbal, roem en geld alleen. Het enige dat ik wil is gewoon mezelf blijven. Dat mensen zeggen: Khalid is niet veranderd.
HSV, weet je waar je aan begint?
Niet echt. Het enige waarnaar ik heb gekeken is op welke plaats ze staan in de Bundesliga, verder ken ik Duitsland niet. Als ik aan HSV dacht, zag ik zon oer-Duitse, degelijke, grauwe club voor me. Nu weet ik beter. Ik ben er geweest en HSV speelt werkelijk in een fantastisch mooi stadion, terwijl met de stad Hamburg ook helemaal niets mis is. Bovendien hebben er vroeger grote voetballers gespeeld. Een gesprek met trainer Klaus Toppmöller overtuigde me helemaal. Ik heb prettig met hem zitten praten over van alles en nog wat en het viel me op dat hij zijn huiswerk goed had gedaan. Hij wist veel van me en daaruit blijkt dan dat zon club je graag wil hebben. Ik wist zelf ook al langer van de interesse van HSV. De club volgt me al langer dan een jaar. De eerste keer dat ze me zagen spelen was met Jong Oranje tegen Jong Duitsland, eind 2002 in Aken, we verloren met 4-1. Het was mijn debuut in het Oranje-shirt en ik mocht spelen omdat Jurgen Colin geblesseerd raakte. Ik speelde die wedstrijd ondanks de nederlaag wel aardig. Sindsdien volgen ze me, maar het echte serieuze contact dateert van vorige week zondag.
Zag jij jezelf vroeger in Duitsland spelen?
Nee, natuurlijk niet. Als kind mag je dromen en Spanje of Engeland waren de competities waarin ik altijd graag wilde voetballen. Maar als een club zoals HSV komt zeg je geen nee. Ik draai er niet omheen: financieel ga ik er natuurlijk enorm op vooruit, maar ook sportief spreekt de uitdaging mij aan. In de Bundesliga loopt een aantal topspitsen, dus ik kijk ernaar uit daartegen te spelen.
Je komt in Hamburg ieder geval binnen als international.
Dat zal het ongetwijfeld weer iets makkelijker maken, maar ik ben al een beetje aan het idee gewend. Het is een gekke week geweest, waarin veel is gebeurd. Misschien was het wel een voordeel dat ik geen tijd om erover na te denken. Het ging zó snel, dat het echt heeft getold in mijn hoofd, maar uiteindelijk is het allemaal goed gekomen. Het niveau en de sfeer bij het Nederlands elftal is me enorm meegevallen. Ik had het allemaal veel serieuzer verwacht, minder ontspannen, maar ik voelde me gelijk thuis. Er wordt veel gelachen en gedold in het trainingskamp. Een aantal jongens kende ik van Jong Oranje of uit de Nederlandse competitie, dus wat dat betreft waren we niet nieuw voor elkaar. Mijn transfer naar HSV heeft de aanpassing ook wat gemakkelijker gemaakt. Iedereen kwam me feliciteren. Dat was wel handig, op die manier had ik altijd iets om over te praten. De aanpassing in de groep is eigenlijk heel soepel gegaan allemaal. Alsof ik een nieuw lid ben van de familie, zo voelt. Aan de andere kant besef ik dat dit nog maar het begin is.
Want?
Om er te komen is leuk, maar ik moet er zien te blíjven. Daardoor zal ik bij HSV nog harder moeten werken en nóg meer voor het voetbal moeten laten. Ik heb het er met Martin Jol over gehad, die heeft zelf in Duitsland gespeeld, bij Bayern München. Het begin wordt moeilijk, zei hij, maar als ik mijn draai heb gevonden moet het goed komen. Ik zie het wel lukken. De laatste jaren heb ik echt geleerd te overleven. Dat kan me in Duitsland heel goed van pas komen.