Joonas Kolkka: ‘Bij ADO Den Haag heb ik het plezier teruggevonden’
Oogopslag van een pasgeboren kuiken, kloeke borstkas en kwikzilverachtige dribbel. Het lijkt dat Joonas Kolkka (31) geen spat is veranderd sinds hij tien jaar geleden bij Willem II debuteerde in het Nederlandse voetbal. Toch is alles anders geworden. De Kolkka van toen was een enorm talent dat klaar leek voor wereldverovering, de Kolkka anno 2005 is een prof in zijn nadagen die na grillige avonturen in Europa is neergestreken bij ADO Den Haag. Waar ging het mis voor de Finse linksbuiten?
© Pro Shots

Doet het je goed terug te zijn in Nederland?
‘Ja, ik ben een blij man op dit moment. Eind augustus was mijn situatie bij Crystal Palace uitzichtloos geworden en moest er heel snel iets gebeuren. Ik had geen zin me weer te moeten aanpassen aan een nieuw land, daarom was een terugkeer naar Nederland voor mij een ideale oplossing. Ik ken de taal, de mensen en het voetbal hier. Daardoor ben ik al snel weer gewend aan het Nederlandse leven. Niet zo gek ook, want mijn vrouw is Nederlandse en ik heb mijn huis in Eindhoven al die jaren aangehouden.’
De laatste jaren hebben we niet veel meer van je gehoord.
‘En toch heb ik een paar fantastische seizoenen achter de rug, al speelde ik niet bij absolute topclubs. Ik heb met andere voetbalculturen te maken gekregen en belandde bij mooie clubs. Maar niet in ploegen waarin mijn type speler zich eenvoudig kan onderscheiden, jammer genoeg. Bij Willem II en PSV stond combineren centraal, van daaruit kreeg ik veel kansen om acties te maken. Mijn laatste twee clubs waren Crystal Palace en Borussia Mönchengladbach, waar het vooral een kwestie was van teruglopen, verdedigen en hopen op een toevallige counter. Ik kreeg geen kans te schitteren.’
Vijf jaar geleden verliet je PSV voor Panathinaikos. Een nuchtere Fin in het hectische Griekenland, ging dat goed?
‘PSV verlaten was voor mij niet gemakkelijk. Ik zat bij een topclub, maar koos voor het avontuur. Vooraf wist ik eigenlijk helemaal niets van het Griekse voetbal. Wel had ik gehoord dat het er heftig aan toe kan gaan, en oh, dat heb ik geweten. Ik heb nergens zulke toestanden meegemaakt als in Griekenland. Elke week vlogen de spuugklodders en de muntjes om mijn oren. Ik herinner me een uitwedstrijd tegen Aris Saloniki waarin complete stukken toiletpot op ons afkwamen. Die dingen waren scherp, man! Het fanatisme van de Griekse fans is ongelooflijk, vooral tijdens de grote stadsderby’s van Athene. Voor die wedstrijden verruilden we ons eigen, kleine stadion voor het grote Olympisch Stadion. Tijdens mijn tweede jaar speelden we daar tegen Olympiakos Piraeus. Het was de voorlaatste wedstrijd van het seizoen. Als wij zouden winnen waren we kampioen, won Olympiakos dan pakten zíj de titel. Op weg naar het stadion werd onze bus compleet bekogeld met stenen. Daarna moesten we onder begeleiding van de ME naar de ingang, we konden onze eigen tassen niet eens uit de bus pakken. Veel te gevaarlijk. Voordat we ons konden omkleden, moest de ME eerst nog even controleren of er niet toevallig een paar bommen in onze kleedkamer lagen. Toen we even later voor de warming-up naar buiten gingen, zaten de supporters van Olympiakos klaar om ons aan te vallen. Met vuurpijlen hadden ze ons opgewacht. De pijlen vlogen ons om de oren, sommige jongens hadden de gaten in hun shirt. Je begrijpt dat we tijdens de warming-up de middencirkel niet hebben verlaten. Denk niet dat een Griekse scheidsrechter een wedstrijd afgelast vanwege dit soort dingen. Er móét gevoetbald worden, want vooraf is er van alle kanten al een hoop geld heen en weer geschoven. Dat weet ik zeker. Natuurlijk wordt het langzaam minder, maar in Griekenland heb je nog volop corruptie. Ik heb het zelf niet zien gebeuren, maar ik wéét het gewoon.’
Hoe liep die wedstrijd af?
‘Door alle commotie waren wij volledig afgeleid, na een kwartier stonden we al met 2-0 achter. Onze keeper kreeg daarna nog een anderhalve-literfles water vol op zijn rug. Gewoon doorvoetballen... Uiteindelijk verloren we met 3-0. Een dag later schreven de kranten dat Olympiakos ons had betaald om te verliezen. Onzin, maar onze fans waren woedend en kwamen op de training verhaal halen. Even een paar auto’s vernielen. Nu kan ik lachen om de gekke dingen die ik in Griekenland meemaakte, op dat moment was het minder leuk.’
Ook wanbetaling is onlosmakelijk verbonden met het Griekse voetbal. Heb jij dat ervaren?
‘In het tweede jaar kregen we de salarissen regelmatig een paar maanden te laat betaald. De eigenaren van de Griekse clubs betalen gewoon niet als voetballers slecht hebben gespeeld. Even laten zien wie de baas is, zo gaat dat daar. Uiteindelijk heb ik al mijn geld wel gehad. Al met al heb ik een fantastische tijd gehad in Griekenland. Het eerste jaar haalde ik met Panathinaikos de kwartfinale van de Champions League, het daaropvolgende seizoen bereikten we de kwartfinale om de UEFA Cup. Ik genoot van het leven in Athene, maar al die chaos rond het voetbal was ik beu. Het ging te ver. Na twee jaar was ik transfervrij en besloot ik verder te gaan kijken.’
Je tekende voor Borussia Mönchengladbach, ook al zo’n club met een hartstochtelijke achterban.
‘Een echte volksclub met schitterend publiek. Bij thuiswedstrijden, toen nog op de oude Bökelberg, zat het stadion altijd vol. Naar uitduels namen we duizenden fans mee, of we nu naar München of Berlijn gingen. In dat opzicht had ik een leuk jaar, maar voetballend was het een teleurstellend avontuur. Ik was gehaald door trainer Ewald Lienen, onder hem speelden we nog echt met vleugelspitsen. Maar na drie maanden vertrok hij en kwam Holger Fach. Die voerde meteen weer een ouderwets Duits systeem in met een ausputzer. Thuis speelden we heel verdedigend. Kom op nou, dacht ik dan, we moeten ons publiek wat laten zien. Al snel was ik bij Borussia niet meer gelukkig als voetballer. Fach had mij centraal op het middenveld gezet, maar dat is niet mijn positie. Daardoor verloor ik mijn basisplaats. Na één seizoen kreeg ik de mogelijkheid naar Crystal Palace te gaan, en hoewel ik niet graag weer wilde verhuizen, heb ik het toch gedaan.’
Spelen in het Premiership is een droom voor elke voetballer. Voldeed de transfer aan je verwachtingen?
‘Het was een mooi jaar. Crystal Palace was net gepromoveerd toen ik daar vorig seizoen begon, dus wist ik dat we het moeilijk zouden krijgen. Een kwestie van overleven en vechten voor elk punt. Onze hele speelwijze was afgestemd op spits Andy Johnson, hij was de enige aanvaller in een 4-5-1-systeem. Maar als hij in mindere vorm stak hadden we een probleem. We voetbalden af en toe best aardig, maar kwamen uiteindelijk tekort om ons te kunnen handhaven. Toch heb ik genoten. Als klein jongetje keek ik altijd al naar Engels voetbal en nu speelde ik zelf wekelijks tegen clubs als Manchester United, Chelsea, Liverpool en Tottenham Hotspur.’
Terloops scoorde je nog even op Old Trafford en Anfield.
‘Ja, dat waren geweldige ervaringen. Die goal tegen Liverpool was mijn eerste in het Premiership, het was nog een mooie ook. Een hoog en hard schot vanaf de linkerkant. Dat was wel mijn hoogtepunt van het jaar. Later scoorde ik op Old Trafford de 1-1 tegen Manchester United. Een geweldig gevoel om het publiek in zo’n enorm stadion stil te krijgen. Helaas verloren we die twee wedstrijden, maar de herinneringen zijn er niet minder mooi door. Na dat duel op Old Trafford stond ik in het middelpunt van de aandacht. Eén krant schreef zelfs: Crystal Palace is niet meer dan Johnson en Kolkka.’
Toch verloor je ook in Engeland al snel je basisplaats.
‘Tot de kerst speelde ik alles. Het ging goed, iedereen was tevreden en de fans reageerden enthousiast. Helaas brak ik een rib. Ik was zes weken uitgeschakeld, daarna heb ik nog maar heel weinig gespeeld. Echt balen. De trainer (Iain Dowie, red.) was blijkbaar niet tevreden, maar hij gaf niet aan waarom. Hij bleef hangen in oppervlakkige teksten: “Wij moeten vechten”, dat soort dingen. Hij gaf nooit aan waarin spelers zich individueel konden verbeteren. Maar dat is een beetje de Engelse manier.’
Heb je genoeg gedaan om je terug te knokken in de basis?
‘Ik heb alles uit de kast gehaald. Afgelopen zomer wilde ik ondanks de degradatie bij de club blijven, ik trainde keihard om de trainer van gedachten te doen veranderen. Maar hij had geen goed woord meer over voor me. Hij bleef maar klagen en gaf me nauwelijks speelminuten. Mijn laatste wedstrijd voor Crystal Palace speelde ik tegen Walsall voor de League Cup. Het ging lekker, we wonnen keurig met 3-0. De dag erna moest ik op het matje komen bij de trainer. “Als je zo blijft spelen, kun je de rest van het seizoen vergeten”, zei hij, en hij zette me uit de selectie. Ik zou niet genoeg tackles maken, niet genoeg lopen, geen goede voorzetten geven; alles was verkeerd. Ik zei dat ik het niet met hem eens was, maar die discussie kon ik niet winnen.’
Dowie zal toch wel een reden hebben gehad voor zijn kritiek?
‘Ik heb wel een vermoeden. Van de meeste jongens was het salaris na de degradatie gehalveerd, dat was contractueel vastgelegd. In míjn overeenkomst stond zo’n clausule niet, daardoor had ik een geweldig salaris voor First Division-begrippen. Ik was gewoon te duur voor Crystal Palace. Zeg dat dan gewoon en ga niet allemaal irritante spelletjes spelen! De trainer wilde me duidelijk wegwerken.’
Met succes, uiteindelijk.
‘Toen ik uit de selectie was gezet, was de maat vol. Het was nog maar een dag of vijf voor het verstrijken van de transferdeadline, maar er moest iets gebeuren. Op 30 augustus belde mijn zaakwaarnemer Kees Ploegsma om te vertellen dat ik bij ADO Den Haag kon tekenen. Ik vroeg even bedenktijd, want het liefst wilde ik nog wat jaren in Engeland blijven. Maar na een paar uur heb ik Kees teruggebeld: Ik doe het. Ik heb de auto volgeladen en ben met mijn vrouw naar Nederland teruggereden. ’s Nachts om drie uur waren we in Eindhoven, de volgende ochtend werd ik medisch gekeurd en tekende ik het contract. Het was echt een bliksemtransfer.’
Tien jaar geleden lag de wereld aan je voeten. Nu speel je bij ADO Den Haag.
‘Dat had ik toen ook niet kunnen voorspellen, maar in de voetballerij lopen de dingen niet altijd zoals verwacht. ADO is een kleinere club dan ik gewend ben geraakt. Toch ben ik heel blij met de transfer. Het belangrijkste voor mij was dat ik weer kon gaan genieten van het voetbal. Op de training lekker partijen spelen en in het weekend een mooie wedstrijd. Na mijn eerste dag bij ADO had ik echt een smile over mijn hele gezicht. Ik had het plezier, dat de laatste maanden in Engeland was verdwenen, teruggevonden. En ik ben blij dat ik weer in de Eredivisie speel, die schat ik hoger in dan de First Division.’
Waarom is jouw grote talent er nooit helemaal uitgekomen?
‘Moeilijk te zeggen. Feit is dat ik na Willem II nauwelijks nog in een 4-3-3-systeem heb gespeeld. Alleen bij Panathinaikos soms, tegen de kleinere clubs. Misschien is dat wel mijn pech geweest. Ik heb mijn specifieke kwaliteiten als buitenspeler niet meer verder kunnen ontwikkelen, maar ben daarvoor in de plaats een completere voetballer geworden. Bij Willem II kon ik uitblinken door het systeem en de steun van mijn medespelers. Dat heb ik daarna nooit meer meegemaakt. Ook ben ik in het verleden op momenten te bescheiden geweest. Tijdens mijn eerste weken bij PSV had ik me brutaler kunnen opstellen, maar niet elke speler beseft dat al op jonge leeftijd.’
Is PSV achteraf de verkeerde keuze geweest op een cruciaal moment in je carrière?
‘Misschien wel. In drie jaar ben ik twee keer kampioen geworden, maar gezien mijn kwaliteiten was PSV achteraf misschien niet de juiste club. Wellicht had ik moeten kiezen voor een club waar ik alleen maar had kunnen aanvallen in een 4-3-3-systeem. Maar die clubs liggen ook niet voor het oprapen.’
Frustreert het je dat je de absolute top niet hebt gehaald?
‘Helemaal niet. Natuurlijk had ik ook graag de stap naar Barcelona, Real Madrid of Manchester United gemaakt, maar die drang heb ik mezelf nooit opgelegd. Ik ben heel nuchter in die dingen, ik leef bij de dag. Ik vind dat ik gewoon heel tevreden kan zijn met mijn carrière. Ik heb bij mooie clubs gespeeld, in leuke landen geleefd en het financieel goed gedaan. Heb overal iets geleerd en er altijd alles aan gedaan om het hoogste te bereiken. Dan kun je niet klagen.’
Van welke trainer heb jij het meest geleerd?
‘Dat is toch Co Adriaanse geweest bij Willem II. Hij heeft echt een betere speler van me gemaakt. Veel trainers kiezen voor een algemene aanpak, maar hij besteedde ook aandacht aan het individu. Ik heb slechts één jaar onder hem gewerkt, dat was een supertijd. Ik dacht destijds wel al dat hij het ver zou kunnen schoppen. Hij heeft het nu even moeilijk bij FC Porto, de hele mentaliteit daar is anders dan hij gewend was. Bij Willem II speelden we de eerste wedstrijden onder Adriaanse ook heel slecht. Toen we gewend waren aan zijn trainingsmethodes, ideeën en speelsysteem begon het pas te lopen. Ik vind het jammer dat ik nooit meer zo’n goede trainer als Adriaanse heb getroffen in mijn carrière. Was dat wél gebeurd, dan had ik een nog betere speler kunnen worden.’
Welke ambities heb jij nog?
‘Ik denk dat ik tot mijn 35ste wil blijven spelen. De komende jaren hoop ik vooral te kunnen genieten van het voetbal. Plezier staat nu voorop. Wél met honderd procent inzet, want ik kán niet anders. Met ADO heb ik volledig voor voetbal gekozen, over financiën hoef ik me geen zorgen te maken.’
Je bent tam begonnen bij je nieuwe club.
‘Ik speel nu voor het eerst sinds lange tijd als linkerspits. Dat is prettig, maar ik moet er weer even aan wennen. Ik heb de neiging te veel terug te zakken, moet nog wat dieper gaan spelen. Maar het gaat steeds beter, ik vind dat het nu al aardig loopt.’
Wat mogen we nog van je verwachten?
‘Ik wil gewoon lekker voetballen. Verder heb ik me geen doelen gesteld over aantal goals of assists, dat zien we wel. In elk geval ben ik fit en nog steeds erg snel. Ik wil mijn bijdrage leveren om ervoor te zorgen dat ADO niet degradeert. Dat is de officiële doelstelling. Maar ik denk dat we méér mogen verwachten. Als we niet te veel last krijgen van blessures, kunnen we rond de tiende plaats eindigen. Er zitten veel goede voetballers in onze selectie.’
Je staat niet bekend als een grote prater, maar deel jij jouw ervaringen met je medespelers?
‘Ja, toch steeds meer. Ik ben langzaam in die rol gegroeid, dat is een normaal proces. Vroeger zat ik als jonge jongen tussen de oudere spelers en luisterde ik altijd, nu zie ik allemaal jongere spelers om míj heen en die probeer ik te helpen. Als iemand een fout maakt probeer ik aan te geven hoe het beter kan. ADO heeft een paar talentvolle jongens rondlopen en die kan ik hopelijk nog wat leren.’
Ben jij nog altijd een trainingsbeest?
‘Jawel, ik blijf na de training nog graag even hangen. Het hoeft niet lang te duren, gewoon een paar minuutjes bezig zijn. Niet echt omdat ik nog dingen wil leren, maar puur voor het goede gevoel. Nog even een paar lekkere ballen raken, zodat je de dag erna weer gemotiveerd aan de wedstrijd of een training kunt beginnen. Adriaanse kon daar vroeger weleens boos om worden. Hadden we heel hard getraind, ging ik individueel nog even wat ballen trappen of bewegingen oefenen. “Was het soms niet genoeg?”, vroeg hij dan.’
Zie jij ADO als jouw eindstation?
‘Nee. Aan het eind van dit seizoen loopt mijn contract af en dan zie ik wel verder. Misschien blijf ik hier, misschien komt er een grotere en betere club. Daar maak ik me nu niet druk om. Ik ben niet van plan voetballend af te sluiten in Finland. Financieel en voetbaltechnisch is het daarvoor allemaal toch wat te laag. Eindhoven blijft later sowieso onze thuisbasis, dus zou het mooi zijn als ik straks in Nederland afscheid kan nemen. Ik ben toch een halve Nederlander geworden.’





