Jhonny van Beukering past in een lange traditie
Het was augustus. De werkloze Jhonny van Beukering trainde al een tijdje voor zichzelf, toen ik hem op een middag belde. Aan de andere kant van de lijn klonk meteen een hoop herrie.
© Pro Shots

Jhonny mocht dan geen club hebben, hij was als altijd zijn vrolijke zelf. Wel ging hij gaandeweg het telefoongesprek steeds harder hijgen. Al snel werd ook duidelijk waarom: Jhonny was aan het trainen. Aan zijn ademhaling te horen, zelfs al een tijdje.
Het was voor mij voor het eerst dat ik een speler nog tíjdens zijn training sprak. Ik vroeg of het niet handiger was dat ik ophing en op een ander ogenblik terugbelde.
Jhonny reageerde laconiek. Hij liet de beslissing aan mij over, maar zelf zag hij er de noodzaak niet zo van in.
Een paar dagen later trof ik de voetballer in zijn eigen achtertuin. Hij maakte een ontspannen indruk. Achter zijn rug, tussen twee boomtakken, hing het beroemde spandoek met het logo van Burger King en in het midden zijn naam.
Cadeautje van twee humoristische NAC-supporters. Jhonny kon er zelf ook nog steeds smakelijk om lachen. We spraken over zijn overgewicht.
Halverwege het gesprek in de tuin waaide de schuurdeur open. Binnen lagen een paar halters die er om smeekten opgetild te worden, maar Jhonny had geen zin. In plaats daarvan speelde hij liever de hele middag met de afstandsbediening van zijn tuinhek.
Die vermakelijke zomermiddag aan de rand van Arnhem deed Jhonny van Beukering in weinig denken aan een speler die ooit nog kans zou maken op een contract bij een voormalig Europa Cup-winnaar.
Toch kon je vorig weekeinde, voorafgaande aan Willem II-Feyenoord, een glimp opvangen van zijn glunderende hoofd, diep weggedoken in de kraag van een winterjack en met een Feyenoord-muts op zijn hoofd, ingeklemd tussen de andere Rotterdamse spelers. En het gekke is: Jhon van Beukering leek er nog op zijn plaats ook.
Feyenoord trekt nu eenmaal als een magneet dit soort spelers aan, potentiële anti-helden wiens aanlokkelijkheid voor een belangrijk deel bestaat uit hun totale gebrek aan glamour.
Alleen al om die reden kon József Kiprich er ooit uitgroeien tot groot publiekslieveling, een veelvoudig Hongaars international wiens nummer gewoon in het telefoonboek van Dordrecht stond en met in zijn nek een matje van een lengte die je zelfs toen al alleen nog bij Haagse glazenwassers aantrof.
József Kiprich, de enige speler die uit voorzorg alvast uitrustte vóórdat de vermoeidheid intrad, groeide ondanks alles uit tot een van de populairste buitenlanders die Rotterdam ooit gekend heeft, eigenlijk alleen overtroffen door Ove Kindvall en de geallieerde bevrijders.
Feyenoord aanhangen vereist nu eenmaal een speciaal gevoel voor humor. Dat is al veertig jaar zo.
Dus als eerst het gerucht door de stad zoemt dat George Best naar De Kuip wordt gehaald en het blijkt uiteindelijk om Clyde Best te gaan, een onbekende, donkere spits uit Bermuda wiens baardgroei imposanter is dan het doelpuntengemiddelde, dan moet je daar als Feyenoord-supporter om kunnen lachen. Anders is het niet vol te houden.
Jhonny van Beukering past daarom in een lange traditie. Een van zonderlingen, exoten en andere gelukszoekers die De Kuip hebben aangedaan om het in de spits van Feyenoord te gaan proberen.
In de lange schaduw van Kindvalls beroemde goal verschrompelden de meesten vroeg of laat tot meelijwekkende figuren, maar dat weerhield de club er nooit van om het daarna niet gelijk met een van hun soortgenoten te proberen. Je kon tenslotte nooit weten. Feyenoord is nu eenmaal de club van eerst geloven en dan zien.
Zo kwamen ze allemaal binnen, de excentriekelingen in Feyenoords voorhoede. Attila Ladinszky bijvoorbeeld, de Hongaarse womanizer met een voorliefde voor hagelwitte kostuums en de onbedwingbare behoefte sportwagens total loss te rijden.
Of de wonderlijke Mike Obiku, die thuis zijn muren tot aan het plafond had behangen met zijn eigen foto's en er op onbewaakte ogenblikken ook tegen sprak.
Verbazingwekkende verschijningen waren het vaak en allemaal verschilden ze van elkaar, want cultspitsen zijn er nu eenmaal in alle soorten en maten. De enige overeenkomst is eigenlijk dat ze vroeg of laat altijd bij Feyenoord terechtkomen.
Michel van Egmond




